terug  begin  verderprepost
[p. 288]

Aankomstrechters in 't gedrang!

In 1931 werd het wereldkampioenschap op de baan betwist in Denemarken, in een rit ‘om in den minsten tijd’, omdat dat slach van koersen het meest in voege was in dat land. Vele natiën die zich tegen deze formule verzetten, maar 't baatte niet, omdat het land waar de kampioenschappen worden betwist, ten slotte het laatste woord heeft, voor wat aangaat de formuul en de wegwijzer.

Ik heb dien koers gevolgd en kunnen vaststellen, hoe weinig belang de Denen stellen in wegwedstrijden, want dat kampioenschap ging door den lande, lijk de postbode 's morgens onopgemerkt zijn brieven rond voert!

De menschen die op het land wrochten - we spreken niet van de toeschouwers langs den weg, die er niet waren - gaven zich ternauwernood de moeite om op te kijken, bij den doortocht van de Guerra's of andere Binda's en Van Hevel's.

De wedstrijd, hebben we al gezegd, ging in den vorm van rit ‘om in den minsten tijd’; onze kandidaten waren: Gaston Rebry, die zijn eerste Parijs-Robaais kwam te winnen, en zich zoo flink wist te onderscheiden als ‘treinlooper’; Maurits Dewaele, de overwinnaar van meerdere lange afstandsritten, en ten slotte, de ouwere renner met de nog altijd jonge beenen: Jules Van Hevel.

Guerra won dat kampioenschap ‘op stap’. Maar Binda was, precies lijk Romain Gijssels 't jaar voordien, een tegenvaller.

Rebry, Van Hevel en Dewaele behaalden beurtelings de 7e, 8e en 9e plaats.

 

* * *

[p. 289]

't Is in het eigenste jaar, en te Kopenhagen, dat we het berucht geding hebben gehad, waarbij de heele wereld die aan wielersport deed, zich heeft opgehouden.

De finale voor de snelheid ging tusschen den Deen Falk Hansen en den Franschman Michard.

Deze was de groote favoriet, of beter gezegd: alle bevoegdheden gaven hem de grootste kans op winnen. Maar onnoodig te zeggen dat Hansen de favoriet van het publiek was. Is de Deensche begeestering, bij het betwisten der finale, nu van invloed geweest op het gemoed van den aankomstrechter?... En op zijn uitspraak? Of was Hansen werkelijk de winnaar van een zeer hardnekkige en sterk betwiste sprint?... De aankomstrechter gaf: Hansen. Terwijl het meeste paart der aanwezige gazetschrijvers geloofden in Michard.

Wij houden het natuurlijk bij de uitspraak van den aankomstrechter, maar wij herinneren ons niet, dat ooit een uitslag meer werd besproken en betwist, in de dagbladen en sportmiddens. Michard heeft zelfs met een proces gedreigd tegen den aankomstrechter, maar 't is algelijk bij die bedreiging gebleven.

Ik stond zeer dicht bij de aankomstlijn, maar zeggen wie er won, wie van de twee, kan ik niet. Wat echter pleit ten bate van den aankomstrechter is 't feit, dat Amsterdam enkele dagen nadien een herkansing inrichtte, en dat Hansen daar op ontegensprekelijke en zeer zichtbare wijze de overwinning behaalde.

Erger was 't gesteld met de uitspraak van Parijs-Tours, van dat jaar, want ik heb persoonlijk, en met eigen oogen gezien, dat Parioleau, met minstens een half wiel voorsprong de meet overbolde, terwijl de aankomstrechter tot grootere ergernis en verbazing, de overwinning toekende aan André Leducq.

[p. 290]

Hoe dat gekomen was?...

Een twintigtal renners zouden dien sprint betwisten. Bij het binnenrijden van den velodrom lag Jef Demuysere aan de leiding, met Karel Pélissier aan zijn wiel, in wier dienst hij ten andere te rijden had, op bevel van zijn sportbestuurder - want De Muysere en Pélissier reden voor den eigensten rijwielfabrikant. - Op ongeveer 200 meter van de meet demareerden te gelijk: Leducq en Parioleau, en kwamen met den slag ter hoogte van Demuysere. Pélissier snapt het gevaar, en snakt Demuysere bij de trui, hem naar achteren trekkende, met het gevolg dat hij, Pélissier, naar voren kwam, ter hoogte van Leducq en Parioleau, terwijl Demuysere ten gronde stuikte, en Maréchal en een paar andere renners in den val mee sleepte.

Was een eerste fout van Pélissier. Intusschen waren de drie voornoemde renners, met 'n heele bende tegenstrevers aan 't wiel gekomen, tot in de laatste bocht, waar Pélissier aan de trui van Leducq ging trekken. Deze liet niet begaan en trok op de beurt aan de trui van Pélissier, zoodat de twee renners mekaar zichtbaar hinderden. Middelerwijl kwam Parioleau aan den buitenkant aanvallen, en ging de twee voorbij, om met een half wiel te winnen op Leducq, die zich eindelijk kon los maken van Pélissier, en geweldig kwam opzetten.

Stond de aankomstrechter nu onder den indruk van den opkomenden Leducq? Had hij Parioleau, die al den buitenkant reed, uit het oog verloren? Was hij misschien nog altijd bezig met de storende manieren en gebaren van Pélissier? Genoeg en zooveel is 't, dat Parioleau ontegensprekelijk en zonder den minsten twijfel Parijs-Tours won, en algelijk maar tweede werd geplaatst!

Onnoodig te zeggen dat de aanwezig zijnde sportjournalisten, en andere bevoegdheden ten hefstigte protesteerden, maar... de wet die 't zegt: dat een aankomstrechter

[p. 291]

onfeilbaar is, ook als hij de grofste fouten bedrijft, en tergende uitspraken doet.

Pélissier kreeg weliswaar 6 maanden schorsing, maar daar had Parioleau nu eigenlijk niet veel aan, al werd het altijd gezegd, dat hij algelijk het bedrag van den eersten prijs gekregen heeft, van Henri Desgrange, in wier dienst de aankomstrechter stond.

prepostterug  begin  verder