Aan 't wereldkampioenschap van 1933, zijn ook een paar herinneringen verbonden, die weerd zijn van even verteld te worden.
Dat Kampioenschap zou betwist worden op den autodroom van Montléry in Frankrijk. Deze renbaan bestond uit twee rechte lijnen, met twee groote en breede bochten. De grond was gecimenteerd. Rechts een redelijk lange berg-af, en links de gekende Lapizeberg, nagenoeg 1 Km. lang, en die op 't laatste rees, tegen 9 %. Was redelijk lastig om bestijgen. En hoofdzaak was van het gepaste verzet te kennen.
In Juli werd er het Kampioenschap van Frankrijk betwist, en ik werd afgeveerdigd, door den Belgischen Wielrijders-Bond, om dien koers te gaan volgen, om te leeren en te vernemen, met welk verzet er moest gereden.
Ik kwam terug met de meening, dat het moeilijk om zeggen was, welk verzet voor elke deelnemer zou passen, omdat het zou verschillen naar gelang der athletieke vermogens, of lichaamlijke gesteltenis der aangeduide renners.
Daarom dat we een voorstel neerlegden: van er een koers te gaan inrichten met 20 van onze beste baanrenners, om dan ter plaats uit te maken, wie best zou passen, en welk verzet moest genomen.
't Is Fred Hamerlinck die den koers won, met 10 centimeters voorsprong op Danneels, de nieuwe beroepsrenner, die het Kampioenschap der Onafhankelijken kwam te winnen, en zoo heel goed deed denken aan de Pélissier's, voor wat de bouwtrant betreft, en 't uitzicht: tenger, licht, bleek. maar met de zenuwen die aan gespannen kabels deden denken.
Enkele der tegenwoordig zijnde menschen, waren zelfs van oordeel dat Danneels de overwinnaar was, en niet
Hamerlinck. Zoo klein was het verschil. Loncke was derde en Schepers vierde. Deze vier werden dus de kandidaten voor 't wereldkampioenschap. Maar we mochten er maar drie in lijn stellen. De vierde was dus reserve. Maar wie van de vier als reserve genomen?... De keus was moeilijk, en kiesch terzelvertijde. Voor Hamerlinck was er geen twijfel. Danneels verdiende de tweede plaats maar... Hij was de jongste der vier, en... ‘ja, zijne loopbaan die pas begon, en hij zou nog wel in de gelegenheid gesteld worden, van te mogen mee doen’ - en na veel aarzeling werden Hamerlinck, Schepers en Loncke verkozen.
* * *
Na dat wereldkampioenschap hebben we geschreven:
- We hadden mogelijks wel ongelijk van Danneels te weeren, want juist omdat hij nog jong en strijdlustig is, zou hij meer aanvallend zijn opgetreden toen Speicher voor de tweede maal ontsnapte!
Ter herinnering: Speicher liep weg vanaf de eerste ronde. Hij werd later bijgehaald. Maar tijdens de negende, beproefde hij het voor de tweede maal, om niet meer bijgehaald te worden en 't Wereldkampioenschap te winnen met klank. De laatste 10 ronden of 140 Km. legde hij af tegen een gemiddelde snelheid van meer dan 35 per uur!
Aan Binda en Guerra werd in Italië het verwijt gemaakt, dat ze te defensief geweest waren. Want dat deze nederlaag opspraak verwekte is niet om te verwonderen, vermits ze groote favories waren, niet alleenlijk in Italië, maar bij allen die meenden er iets van te kennen.
Hoe dat gegaan was?... Binda en Guerra die meenden dat het voldoende was, van Hamerlinck in bedwang te houden. Deze was naar hunne berekening, de groote om niet te zeggen de eenige tegenstrever.
Ik hoore 't Willem Van Wynendaele nog roepen, tijdens de twaalfde ronde naar Hamerlinck:
- Maar 8 ronden meer, en als ge niet onmiddellijk de tegenaanval doet, krijgt ge Speicher niet meer!
- Moet ik dan alles alleen doen?... schruwelde Hamerlinck tegen; en wat zit die dan daar vanachter te verrichten?... Hij wees op Schepers.
Maar deze die meende dat zijn heil lag bij Binda en Guerra.
- Dat zijn de vermoedelijke overwinnaars, zegde Schepers bij zijn eigen, en als ik me bij hen houden kan, heb ik zoowel mijne kans op winnen in den sprint, als eender wie.
En Loncke, hoor ik u vragen? Wel, die leed vier bandbreuken tereke, verweerde zich als een vermetele, maar tegen zooveel onkans kon hij algelijk niet op.
Guerra en Binda dus hielden het bij Hamerlinck; Schepers bij de Italianen, en intusschen?... Verhoogde Speicher zijn voorsprong. Want dat de Franschen niet achter Speicher liepen, spreekt voor zich zelf; en de andere tegenstrevers? Die redeneerden als volgt: De Belgen en de Italianen zijn de favories, en hebben hier meer te verliezen dan wij; dus voor hen het werk van den tegenaanval! Hamerlinck beproefde het nu en dan wel eens, om op zijn eentje loopen te gaan, lijk Binda op 't laatste hemel en aarde bewoog, om Speicher bij te halen, maar 't was te laat den put gevuld: het kalf was verdronken!
- Ware ik er bij geweest, aldus Danneels, ik zou het nooit zoo ver hebben laten komen, en gesprongen hebben, eer Speicher buiten schot was!
Van daar de kritiek vanwege de supporters van Danneels tegen het keuzekomiteit:
- Als we 't Wereldkampioenschap niet wonnen, dan is 't uwe schuld, omdat ge de impulsieve kracht van de jeugd geweerd hebt, ten bate van renners die al te veel
rekenen en cijferen, om nog strijdlustig en aanvallend te kunnen wezen!
* * *
Zijn van die argumenten die te dicht bij de hand liggen, om van groote weerde te wezen. Al steekt er algelijk eene betrekkelijke waarheid in. Want te voren reeds, na de Ronde van Frankrijk hadden we de meening geopperd en vorengedragen, op het Sportkomiteit:
- Als we nog ooit de Ronde van Fankrijk willen winnen, moeten we met nieuwe en jongere krachten naar den strijd!
Twee jaren later werd het bewaarheid: met de overwinning van Romain Maes! Maar daar spreken we van in ons boek over de Ronde. Intusschen houden we 't bij Speicher, en bij al wat er uit die overwinning te leeren viel.
Eerst en vooral, Speicher had een maand te voren de ronde van Frankrijk gewonnen. Dus kon hij geen kandidaat zijn voor 't Wereldkampioenschap. Want de Ronde winnen, en een maand later nog goed rijden? Dat ging niet! Kon niet! Predikten al diegenen die meenden er iets van te kennen! Ik behoorde bij het getal!
Des te meer dat, van sedert het einde van de Ronde, Speicher elke nacht in den trein sliep, doordien dat hij van 't eene einde van Europa naar het andere moest, omdat alle velodroombestuurders hem op hun programma wilden, als zijnde de groote aantrekkende kracht voor het publiek. Niemand dus, noch in Frankrijk, noch in eender welk land, bij wien 't gedacht zou ingang gevonden hebben, van aan Speicher de kans op winnen te geven, zelfs niet om te starten.
Maar 't wilde nu, dat een van Frankrijk's kandidaten ongesteld werd, op den Vrijdag die 't Kampioenschap voorafging, en...
- Ja, wie dan genomen?...
Gezocht, gerekend, overlegd, uitgecijferd, van gedacht gewisseld, en...
- Neen, er blijft geen andere uitweg dan Speicher te nemen!
Dat was het besluit.
- Kans op winnen heeft hij niet, maar wie moeten we anders nemen? Dan maar van den nood 'n deugd gemaakt, en... ja, waar hem nu te vinden?... Vrienden en naast-bestaanden geraadpleegd, en eindelijk den Vrijdagnamiddag, kreeg men hem te snappen.
Hij zat in eene kinemazaal, en...
- Ge zoudt u seffens in verbinding moeten stellen met de Fransche Wielervereeniging, want men heeft u noodig voor 't Wereldkampioenschap?
- Wereldkampioenschap? Mij?... Maar dat kan niet!
's Avonds van dien dag zat Speicher in de bureelen van de Vereeniging, en...
- Mijnheeren, ik kan niet meer kans op winnen hebben dan gij! Maar vermits er niets anders op staat, dan maar aangenomen!
En Speicher vertrok dien Zondag morgen in 't Wereldkampioenschap, met het vast besluit van ‘zijn vel duur te verkoopen’, maar zonder veel hoop op winnen!
- Vermits mijne kansen klein zijn, dan maar een ‘al of niet gespeeld’.
In dien gemoedstoestand zette hij aan, liep weg van bij den uitzet, werd weer bij gehaald, maar deed eene tweede poging, tijdens de 9e ronde, om het 11 ronden lang uit te houden, tegen meer dan 35 per uur, en alhoewel op 't laatste, de Italianen hemel en aarde bewogen om hem te krijgen! En hiermee werd eene valsche leering uit de wereld gedaan. Want tevoren geloofde men - en 't was eene meening die door alle bevoegdheden gedeeld werd - dat het niet samen ging: de Ronde van Frankrijk uitloopen
- we spreken nog niet van winnen - nadien heel Europa afketsen, met trein of auto en rijwiel - om overal te koersen, 't zij op velodrooms, 't zij in kleine Omloopen, en zonder de minste verpozing of voorbereiding, een snelheidskoers over 250 Km. winnen, tegen wel uitgeruste en voor dien koers goed bereide tegenstrevers.
Dat kon niet. En dat zou niet. Maar omdat het in Frankrijk niet anders kon, beproefde men het toch met Speicher, met het gevolg dat men kent.
Waaruit we leeren: dat de kunde van de Wielersport noch in vormen, noch in maten, noch in regels of vaste voorschriften te leggen is! In het menschelijk organisme liggen er van die geheime krachten, waarachter men met het bloote oog niet komt!
Speicher heeft het bewezen in 't Wereldkampioenschap van 1933!