terug  begin  verderprepost
[p. 339]

De mysterieuze Michel Dhooge!

Even een woord over Michel Dhooge. 't Is in 1936 dat hij ‘Koning der Kermiskoersers’ werd uitgeroepen, als gevolg van zooveel overwinningen of eereplaatsen, in die wedstrijden behaald.

- Maar 't jarent, verklaarde hij, wil ik de wijde wereld in, om het te betoonen tot buiten onze grenzen, dat ik wat anders kan dan Kermiskoersen loopen en winnen!

En hij zette dat jaar 1937 in, met eene prachtige overwinning in ‘Sportwereld's Ronde van Vlaanderen’.

En die overwinning verrastte maar diegenen die hem niet gezien hadden, in Antwerpen-Gent-Antwerpen van acht dagen te voren. Want op 't. oogenblik dat hij kaderbreuk leed in dien wedstrijd, lag hij aan de leiding met 400 meters voorsprong, en we hadden den indruk dat hij niet meer zou bij te halen zijn.

Opeens stapt hij af: kaderbreuk! Gedaan dus met de overwinning!

Andere renners in zijne plaats zouden het uitgeschruweld hebben van vertwijfeling, van spijt en van wanhopige woede. Hij niet. Ik zie hem nog staan, zoo heel flegmatiek te kijken op die kader, en die breuk. En geen woord van opstand of van verzet. Hoogstens een gedempte: is dat niet wreed?... En dan? Niets meer!

Maar in de Ronde van Vlaanderen nam hij zijne weerwraak.

- Dezelfde tert. Dezelfde positie, zoo lazen we in ‘Sportwereld’ van 22 Maart 1937, maar een oude naam die een nieuwe klank gekregen heeft.

Was zoo heel raak en zoo heel juist gezegd. Want daarmee was bedied: dat de Koning der Kermiskoersen 't rijk der Groote Wegwedstrijden binnen getreden was!

Michel Dhooge was een renner die aan geen anderen te

[p. 340]

vergelijken was. Noch in kunde, noch van karakter, noch van positie of tert. Hij ‘zat’ zoo aardig: laag in den zadel, en hoog met het stuur. Hij gaf altijd den indruk van te ‘wandelen’, zelfs als hij al gaf wat hij kon. Maar wanneer gaf hij al wat hij kon? Is 't hem wel ooit gebeurd? Een gesloten karakter, zonder dat we kunnen zeggen dat hij zich van de kameraden en de wereld afzonderde. Maar hij hield het bij zijn ouderlijken kring, en zijn beroep.

Jaak Veltman ging hem ten huize bezoeken; en hij schreef het:

- Dhooge is Dhooge, en net anders. Hij is éé met zijn huis en zijn thuis, waar hij door zijn moeder aanbeden wordt!

En die moeder?... Ze stierf drie dagen na de overwinning van ‘haar Michel’, in de Ronde van Vlaanderen.

Na die zege ging Michel recht naar huis, want hij had haast om de bloemen der overwinning aan zijn moeder te overhandigen.

En deze die er zoodanig van aangedaan was, dat zij er een beroerte van opliep, waaraan zij drie dagen nadien overleed!

Kermisklok! Doodsklok!

 

* * *

 

En daarmee kwam er een breuk in het ‘internationale’ van Dhooge's loopbaan. Hij zou immers den Zondag daarop Parijs-Robaais betwisten. Maar ter oorzaak van den rouw, startte hij niet in dezen koers, ook niet in Bordeaux-Parijs, waaraan ik hem zoo geeren had doen deelnemen. Hij zei niet: neen. Hij zei niet: ja! Hij gaf een besluiteloos antwoord dat er eigenlijk geen was, want... hij was Dhooge, en niet anders!

En zoo bleef hij tot op dien dag dat hij, zonder slag of

[p. 341]

stoot, zonder gerucht of misbaar zei: 't is gedaan, ik staak het koersen!

En wij die 't vroegen: of we wel wisten wat hij kon? Daarmee was bedoeld: dat hij misschien nog nooit zijn volle macht had gegeven.

Zou hij wellicht in Bordeaux-Parijs? Maar als alles geregeld en geschikt was, dan dacht hij: beter van niet!

Zóó was Dhooge: mysterieus en gesloten, zoo in zijn leven als in zijne beraadslagingen. Diep van kunde. Nog dieper van gedacht, waarmee hij zoo moeilijk aan de oppervlakte van d'openbare meening kwam.

En drie jaar later?... Hij stierf een geweldigen dood. Slachtoffer van een bomaanval, en van den oorlog. Een gesloten mensch die voor eeuwig de oogen toegedaan had, en nooit aan de wereld der Wielerbeweging had getoond, tot wat hij wel bekwaam en bestand was!

prepostterug  begin  verder