De wereldkampioenschappen der Sprinters eindigden in 1938 met de overwinning van Van Vliet, en de onttroning van Scherens!
Treffende oogenblikken hebben we toen beleefd, te Amsterdam. En we weten het nog zoo goed gebeuren.
Van Vliet zei het van daags te voren: ‘Morgen ben ik Wereldkampioen’! Zoo zeker was hij van zijn stuk.
- Best mogelijk, beaamde Scherens, want ik ben nog wel zoo vlug als vroeger, maar niet meer zoo sterk!
En toch waren er drie reeksen noodig, want Van Vliet. won de eerste, maar Scherens de tweede, wat eerst genoemde overhaalde om te zeggen: ik wist niet dat de Poes zoo taai was!
- Maar die tweede reeks, zei Scherens nadien, heeft me letterlijk ‘vermoord’, want ik moest er alles uithalen, alles, om over Van Vliet te geraken; en toen ik me tien minuten later, naar den start moest begeven, was ik een ‘geslagen man’, want 'k was nog niet heelemaal hersteld van de gedane inspanning.
Die derde reeks?... Indrukwekkend! Van Vliet was onmiddellijk klaar.
Scherens liet zich wachten: hij was een veroordeelde!
We hooren het den Speaker nog vragen vóór den uitzet: enkele oogenblikken stilte, als 't u belieft!
En iedereen die zweeg. Het stadium deed denken aan een kerkhof, waar iemand ten grave moest gelaten: deze die zes maal te reke het wereldkampioenschap won!
Nooit te voren gebeurd! Lijk het nog lang zal duren eer het iemand Scherens na doet!
Jef verloor die reeks, en het Kampioenschap. Hij kwam van zijn fiets, en ging recht op Van Vliet af, om hem de hand te drukken! En 'k weet nog altijd niet wie meest
werd toegejuicht: de overwinnaar of de glorierijke overwonnene!
- En nu, zegde hij, als alles gedaan was, nu heb ik rust noodig! Veel rust! Want 'k ben een gebroken mensch. Min naar de ziel. Want 'k heb er me toch min of meer aan verwacht: de wet van komen en gaan heeft gesproken. Maar 'k ben lichaamlijk gebroken, omdat me in de laatste tijden, de zenuwen zoo geweldig en gedurig werden gespannen! Ik wist immers om welk een overgroote inzet ik speelde. Maar nu dat ik het weet, nu wil ik er in berusten! 'k Wil me herstellen, en weer op dreef komen, want dat zeg ik ter intentie van Van Vliet: ik onderschat hem niet, en weet van een weerdige opvolger te hebben die sterker is dan ik! Maar 'k geef me algelijk nog niet heelemaal verloren, omdat ik weet van nog niet uitgediend te hebben. Binnen enkele weken zal hij het op te nemen hebben tegen een Scherens die sterker is, dan deze die hij te verwinnen had. in die derde reeks van 't Wereldkampioenschap!
Op dien dag is Van vliet gaan zitten op den troon die Scherens van Michard veroverde. De eeuwige gang van 't leven, met de wet van komen en gaan!
Op 't oogenblik dat we schrijvende zijn, teekenen we 1942, en Holland kan er nog altijd op roemen, de twee wereldkampioenen van de sprinters te hebben: Van Vliet en Van de Vyvere.
Want de oorlog kwam in 1939 de opgang van de Wereldkampioenschappen storen! En we weten nog altijd maar niet, wanneer de reeks zal kunnen hernomen worden!
* * *
Het Wereldkampioenschap op de baan werd betwist op den Omloop van Valkenburg, met de befaamde Cauberg, die 27 keeren zou te beklimmen zijn.
Dat heele kampioenschap stond, voor ons althans, in
het teeken eener weerwraak op den Italiaan Bartali, die enkele weken te voren, op schitterende wijze, de Ronde van Frankrijk won op Felicien Vervaecke die zijn betere was, tot aan de beklimming van den Izouard.
Om uit de gewoonte niet te geraken, gaf de keuze der renners voor dat Kampioenschap bij ons aanleiding tot gekibbel en gekrakeel. Omdat de Walen er kost wat kost Meulenberg bij wilden, omdat hij Waal was, en de wereldkampioen van 1937. 't Werd hen nochtans van te voren gezegd, op de zitting van het Selektiekomiteit, lijk wij niet aarzelden het te schrijven: Meulenberg is niet meer gemaakt om 27 keeren dien Cauberg op te klimmen, dan Scherens om te staveren tegen Metze!
Maar de Walen hielden voet bij stek, en Meulenberg bleef bij de verkorenen. De anderen waren: Kint, Neuville en Vissers.
Italië kwam met Bini, Bizzi en Vicini, die voor zending hadden: in den dienst te gaan van Bartali. Bizzi was niet beter geschikt voor dien Cauberg dan Meulenberg, en werd dan ook bijna zoo rap als de Waal buiten gevecht gesteld.
Bartali meende dat het groote gevaar voor hem zou komen van Vissers. Hij was niet alleen om zoo te denken. Van daar het besluit der Italianen: onder geen voorwendsel mag Vissers weg!
Maar binst dat Bartali en zijne ‘knechten’, de wacht hielden bij Vissers, vezelde deze het in de ooren van Kint en Neuville: ‘uitloopen; naar u zal men niet veel omzien, vermits al hunne aandacht voor mij is’.
En zoo komt het dat, aan de 18e ronde, de toestand de volgende was: aan de leiding een groep van 8 renners, waaronder: Kint, Neuville, Egli en Amberg, die verder de hoofdrollen zouden spelen.
Op dit oogenblik verandert Bartali van rijwiel, en Vissers maakt er gebruik van om uit te loopen, en na een hef-
tige strijd, de 2 min. 50 sec. achterstel in te halen op den hoofdgroep, terwijl Bartali een ‘al of niet speelde’, maar geen meter inhaalde op de leiders.
Tijdens de 19e ronde, demareert Neuville; Egli springt hem achterna; samen nemen ze voorsprong. Kint zet eerst later de achtervolging in, maar krijgt geen hulp van Amberg, die zijn ploegmaat sterk genoeg gelooft om Neuville te kloppen in den sprint. Waarop wij, uit eigen naam en uit name van andere leden van het Sportkomiteit aan Neuville het bevel gaven van: ‘geen kop meer te doen, en het werk voor Egli alleen te laten’.
De bedoeling was tweeërlei: om Kint toe te laten van bij te komen ; ofwel, om Neuville te laten uitblazen, en in de gelegenheid te stellen van alleen weg te geraken.
De list lukte. Want omdat Neuville niet meer hielp met Egli, werd deze wantrouwig, en dierf niet meer de volle macht geven.
Kint integendeel, wist zich naderen op de twee, met Amberg aan 't wiel, en tijdens de 20e ronde, haalde hij de 2 minuten achterstel in, op Egli-Neuville.
Waarop de gekende sportjournalist Joris Van den Berg na afloop schreef:
- 't Is tijdens die 20e en 21e ronde dat de Belgen het Wereldkampioenschap veroverden, dank zij de meesterlijke leiding, en bedeeling hunner strijdkrachten.
Viel echter niet in den smaak van zekere Waalsche konfraters, die 't noodig achtten van te schrijven:
- Als Neuville geen Wereldkampioen is, dan is 't omdat hij van Karel Van Wynendaele verbod kreeg van zijne kans te verdedigen, wat aan Marcel Kint toeliet van bij te komen, en te winnen in den sprint.
Dat was meer dan mis, 't was met opzet gelogen, vermits wij nooit verbod uitvaardigden tegen Neuville, van zijne kans te verdedigen, maar enkelijk en uit naam van
mede-beraadslagende leden van het Sportkomiteit, onderricht gaven van ‘geen kop meer te doen voor Egli’.
En dat viel dubbel mee, want eerst en vooral gelukte Kint er in van weer bij te komen, altijd met Amberg op sleeptouw, en aan de wel uitgeruste Neuville werd de gelegenheid geboden, van alleen uit te loopen, binst dat Egli het noodig vond van wat uit te blazen, en Amberg er op rekende dat zijn partner wel het werk der achtervolging zou doen. Kint hield zich gestreng neutraal. Neuville nam voorsprong genoeg, om met zekerheid te kunnen zeggen:
- Zonder die pedaalbreuk zou ik in 1938 wereldkampioen zijn geweest!
Want dat moeten we nog onderlijnen: hij had meer dan een minuut voorsprong, op 3 ronden van 't einde, toen hij pedaalbreuk leed!
Wat we ten zeerste betreurden, omdat hij werkelijk een der besten was op den Omloop, en ook en vooral, omdat hij zoo nauwgezet de onderrichtingen volgde die hem uit name van den Bond werden gegeven, wat in zekere zin een offer was voor het altaar eener nationale zege, al kan er gezegd: dat hij terzelfdertijde in eigen voordeel wrocht!
Voor den sprint bleven ten slotte over: de twee Zwitsers Egli en Amberg, met Marcel Kint. Amberg was niet rap, maar hij zou zich stellen in den dienst van zijn landgenoot: Egli. Daarmee verlaagden de kansen van Kint natuurlijk.
We zien ze nog komen, op 100 meters van de aankomstlijn: Amberg op kop, sleurende uit de volle macht met Egli aan 't wiel. Kint in de derde positie. Maar opeens komt deze er van achter, schiet zich naar voren, met de snelheid van den bliksem, om te winnen met twee lengten voorsprong!
Voorbij de meet richtte hij zich op, en smeet de armen in de lucht, denkelijk omdat hij zijn geluk geen meester was!
Misschien was het de eerste keer in zijn leven, dat de anders zoo rustige en kalme renner, op zulk een uitbundige wijze lucht gaf, aan de gevoelens van voldaanheid die in hem te bersten zaten!
Lijk het ook al lang geleden was, van sedert eene overwinning bij ons zooveel begeestering verwekte, omdat ze kwam na de pijnlijke nederlaag van Jef Scherens in 't Amsterdammer Stadion, en na de verpletterende nederlaag in de Ronde van Frankrijk!
Die twee nederlagen hadden we pijnlijk aangevoeld, maar de prachtige zege van Kint op de beste baanrenners, ten aanhoore en ten aanzien van de bevoegdste sportmenschen, uit alle hoeken van de wereld, was lijk de balsem op de wonde! Wij zagen leden onzer sportvereeniging in de lucht springen van blijdschap. Wij zegden niets, deden niets, maar diep in ons hoorden we 't stille lied van de wraak:
- Buigen, ja, maar breken niet!