Het rijke Vlaamsche wielerleven


auteur: Karel Van Wijnendaele


bron: Karel Van Wijnendaele, Het rijke Vlaamsche wielerleven. Snoeck-Ducaju & Zoon, Gent 1943.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 361]

De Oorlog

Karel Kaers won in 1939 de Ronde van Vlaanderen, iets wat juist zooveel verraste als bewonderen deed, of verwondering verwekte, en niet het minst bij Kaers zelf, want...

- Die Ronde? Ik liep ze mee ten titel van oefening voor Parijs-Robaais. Er te voren nooit aan gedacht, dat ik winnen kon, zelfs niet gehoopt van ze uit te loopen. Want de week te voren? Geen 60 Km. op de baan. Maar halfwege de Ronde begon ik na te denken?... Ik voelde me zoo sterk, en zoo op 't gemak. Zoo frisch en zoo strijdlustig. We kwamen aan den Kwaremont, en 'k dacht bij mijn eigen: we zullen 't rap gaan weten waar de hond gebonden is.

Van Overberghe was weg geloopen. Ik spring er achter, haal hem bij, loop hem voorbij en... 'k win de premie die boven te verdienen was!

- Van af dat oogenblik kreeg ik de zekerheid van de Ronde te kunnen winnen!

- Nadien kwam de inzinking, en wat ik afgezien heb, op 't laatste van den koers, dat kan ik aan geen mensch ter wereld vertellen. Maar de hoop doet leven, en 'k hield me recht op mijn rijwiel tot in Wetteren, waar ik de sprint won, en de Ronde!

Tot daar Kaers, En inderdaad, dezen die voorbij de meet moesten komen, hadden juist den tijd om hem te grijpen, anders viel hij boomslag-om van zijn rijwiel!

Maar intusschen was 't weeral eens bewezen welk een uitzonderlijke athleet Kaers was. Misschien wel de beste renner van zijn tijd!

 

* * *

[p. 362]

Masson won Parijs-Robaais, en...

- Later, als mijne kinderen zullen groot zijn, schreef Jaak Veltman na afloop van dien koers, en ik hen wil laten zien, de voornaamste dingen die ik tijdens mijne loopbaan als Sportkronijker beleefde, dan zal ik hen leiden naar het paaltje waarop er staat: ‘Wattignies - 2 Km. 700’ en 'k zal hen zeggen: 't is hier dat Emiel Masson begon aan een ongenadige strijd, die zou leiden naar een prachtige overwinning in Parijs-Robaais! 't Is hier dat ik van de schoonste dingen heb gezien, die de wielersport ons brengen kan!

En acht dagen later schreven wij nagenoeg hetzelfde van Frans Bonduel, die Parijs-Brussel kwam te winnen, tegen meer dan 40 per uur, als wanneer wij eerder geloofden dat zijne ster aan 't firmament van de Wielersport al aan 't verbleeken was, doordien dat de jaren al begonnen waren aan hun werk van vernieling.

Maar wij die ons bedrogen want nadien is 't gebleken, dat Bonduel ‘de onverstoorbare’, ook niet te verwoesten was!

Een paar weken later veroverde hij eene nieuwe zege - en dan nog wel in den sprint, tegen meerdere jonge renners - in Parijs-Tours. Wat ons overhaalde om te schrijven:

- 't Is 13 jaren dat we Bonduel kennen en volgen, door de wijde wereld van de Wielersport. Er zijn renners die meer indruk mieken lijk Van Hevel of Ronsse. Die meer begeestering verwekten lijk Romain Maes, of sierlijker gang en tert hebben, lijk Gust Danneels. Maar of er wel zijn wier eerelijst zoo rijk is, of rijker?... Want hij ging door de wereld van de sport, zonder veel gebaren te maken, maar om des te meer daden te stellen En de schoonste perel

[p. 363]

die we aan die prachtige lijst van overwinningen kunnen hechten is dit opschrift:

- Hij was zoo groot van eenvoud als rijk van kunde!

 

* * *

 

Laurent won nog Bordeaux-Parijs en Sylveer Maes de Ronde van Frankrijk, maar de eene die niet meer en niet beter dan de andere, die overwinning kon uitbaten, want half-weg Augustus van dat jaar 1939, werd de politieke en diplomatieke lucht vertroebeld, en stond het oude Europa op stelten, om eens te meer in vlam en vuur te worden gezet!

De Wereldkampioenschappen die in Italië moesten betwist, gingen te Milaan aan den gang, maar de menschen die er niet meer zooveel aandacht aan verleenden, omdat ze op de hoeken van de straten stonden te hunkeren, en te verlangen naar ‘het laatste nieuws’ om te vernemen, hoe 't zou verloopen met dat ander ‘kampioenschap’, tusschen de voorstaanders van den vrede en de partijgangers van den oorlog!

Men vroeg niet meer: wie zal het halen, Scherens of Van Vliet, maar wel: blijft het vrede, of wordt het oorlog?

We leefden tusschen hopen en vreezen. De dag der afreis naar Italië was gekomen. De renners trokken op, op goed valle 't uit, maar zonder veel begeestering, en vertrouwen.

Wij bleven in den lande. Intusschen, en voornamelijk 48 uren na de afreis der renners, kwam het ophefmakend, bericht uit Milanen: dat de wereldkampioenschappen tot een nader te bepalen datum waren verschoven!

[p. 364]

Die later te bepalen datum?... We schrijven nu 1942, en we zijn nog altijd wachtende naar het bericht uit Italië, dat den datum moet vaststellen!

Wanneer zal het gebeuren? God alleen die 't weet!

De oorlog duurt voort. En intusschen hebben we gered wat kon. Reeds in 1940 pakten we uit met enkele lokale koersen, waaruit ten andere die ‘boel’ van Kriteriums is gegroeid, die de athmosfeer der Wielerbeweging heeft vertroebeld, lijk weleer de Zes Dagen deze van de velodrooms hebben vergiftigd!

Op aandringen van enkele vrienden, lieten we ons het roer van het Sportkomiteit in de handen duwen. Naar het heet, moeten alle menschen van goeden wil hun offer brengen in tijd van oorlog!

Het zij zoo. In elk geval kan ik het belijden: de zak van die ‘leiding’ weegt meer dan ik geeren draag! Maar intusschen leven we van de hoop dat het gebeteren zal!

Een wonderbaar verschijnsel: steden worden vernietigd; Keizers- en Koningstronen storten in; het kanon buldert; vliegmachienen ronken; de wereld beeft op zijne grondvesten; en de ‘gekreveerde renner’ stapt af, heel flegmatiek, legt eene andere tube en... en vervolgt zijn weg! Op hoop van zege!

En wij? Wij ook zijn hopende! Hoe de wereld van na den oorlog er zal uitzien?...

Wie is 't wijs?... Welke vormen het Maatschappelijk Leven zal aangenomen hebben?... Welke levenseischen de menschen zullen stellen?... Zooveel vragen waarop we 't antwoord schuldig blijven.

Wat wordt er op de puinen van het bloedend Europa gebouwd?... We weten het niet!

[p. 365]

Maar we zijn wachtende en hopende: we hopen op een andere, op een betere wereld!

De grenzen zijn afgezet, en er hangt een bordje uit hier is 't oorlog!

Maar dat bordje wordt eenmaal weg genomen. En dan?... Dan zullen we weer herleven. Intusschen hopen we, omdat deze die wanhopen ophouden te leven!

We hopen in het leven en gelooven in de sport, lijk we vertrouwen in de kracht van de jeugd en de wet van de waarheid!