Onlangs eenige rekeningboeken der zeventiende eeuw doorbladerende, viel er my, by geval, een ter hand, genaeyd in eenen parkementen omslag.
Deze was in goeden bewaringsstaet, en het schrift, 't welk hy behelsde, bleek my ten naesten by te moeten zyn van omtrent het midden der dertiende eeuw. Na een naeuwkeurig onderzoek van deze twee parkemente bladzyden, formaet kleyn in-folio, bemerkte ik dat den inhoud bestond uyt dry onderscheydene deelen: het eerste blad neemt aenvang met het eynde van een dichtstuk, betreffende St-Christoffels marteling; dan word in 202 rymregelen het marteldom der heylige Margareta behandeld; 16 regelen beginnen St-Justinus marteldood en eyndigen de tweede bladzyde.
Wien deze rymstukken toe te schryven zyn, blyft een raedsel: dat die toebehoord hebben aen een ruymer werk over de martelaren is duydelyk; de aengehaelde stukken bewyzen het.
Ik heb hier St-Margareta's leven letterlyk overgeschreven. Bladzydenommers behelst het fragment niet; doch de getallen der kapittelverdeelingen komen er in voor, derwyze dat St-Margareta's leven het XIVe en XVe, en Justinus leven het XVIe kapittel uytmaken.
F.V.