1Willecome, schoon spel. De gewoone groet aen degenen, die in eene gildekamer of hof binnen kwamen, om deel te nemen in het spel.
2Goey faes, goed gerafel! ik wensch dat u het rafelen wel gelukke: Ga voort, ik wensch u goed spel (gelyk eenige regels hooger). Vergelyk Hoeufft, Proeve van Bredaasch taaleigen, bladz. 148.
3Smeeken. Oudtyds werd dit woord gebruikt voor vlyen, streelen.
1Avondtroncken, waerschynlyk te lezen avetroncken, in het hoogduitsch abetroc (plantasma), over welke kwade geesten zie Grimm'sDeutsche Mythologie, bladz. 291. Anders beduidt avetronk ook bastaerd.
2Cocketoysen, helschepoelgeesten, van het middeleeuwsch-latynsch woord Cochetus (cocytus). Zie Du Cange in voce. Of misschien cocketrijsen, serpenten.