Dit is een der schimpschriften welke de Geuzen, ten jare 1566, tegen de gouvernante en den kardinael de Granvelle in omloop brachten. Ik vond het stuk, in schrift van dien tyd, in eene verzameling van oorkonden der XVIe eeuw, afkomstig van den kanonik Van Winghe, te Doornik, en waeruit ik de brieven getrokken heb, gedrukt in myne Mengelingen, bl. 92-223.
J.F. WILLEMS.