Dit stuk wordt gevonden in het meergemelde HS. No 192 der Bibliotheca Hulthemiana. Het is hoogstmerkwaerdig als een staeltjen van voorvaderlyke boert, meer gedicht om te lachen, dan om te spotten; weshalve men hetzelve juist voor geen satyre of zedegisping van den tyd waerin het opgesteld is hebbe te houden. Men moet den inhoud niet ernstiger opnemen dan dien van zoovele liedekens van paterkens en nonnekens, welke nog dagelyks gezongen worden.
J.F. WILLEMS.