De volgende negen regels laet ik achterwege, om den wulpschen inhoud. Pieter van Iersele noemt zich daerin als den dichter van het stuk.
Deze vertelling wordt gevonden in het meergemelde handschrift der bibliotheek van den heer Van Hulthem (No 192 van zyn Catalogus), en draegt aldaer het nummer xxx. De zelfde vertelling leest men in het Decamerone van Boccacio, Giornata III, Novella III.
J.F. WILLEMS.