Eindelyk is er dan toch eens uitspraek gedaen wegens het verschil in de spelling en woordverbuiging onzer moedertael! De commissie, ingesteld ten gevolge van het koninglyk besluit van den 6 september 1836, na gedurende een merkelyken tyd, met alle mogelyke aendacht, onderzocht en overwogen te hebben wat men tot het herstellen der eenparigheid van tael heeft voorgedragen, zoo in openbare schriften als in de verhandelingen aen het Staetsbestuer gezonden, ter beantwoording der koninglyke prysvraeg, - is eindelyk, op verzoek van den heer Minister van binnen- en buitenlandsche zaken, te Brussel byeengekomen den 17 en den 18 augustus 1839, deels om het verslag te hooren van haren secretaris-rapporteur, deels om haer byzonder gevoelen bekend te maken wegens de bestaende punten van verschil.
In afwachting dat het algemeen en beredeneerd verslag van den heer professor Bormans door den druk geheel worde bekend gemaekt, leveren wy hier de uitspreek der commissie, vergezeld van een uittreksel des verslags, voor zooverre dit laetste een punt behandelt, hetwelk mogelyk aen velen als eene nieuwigheid zal voorkomen, ofschoon het op goede en van ouds erkende gronden berust, namelyk het stelsel der tweeklanken. Daer evenwel dit verslag in eene spelling is ongesteld, die, ten opzichte der nog onbeslist gelatene punten, zich veel digter aen het gevoelen van Siegenbeek aensluit (voornamelyk door het schryven van ij in plaets van y), zoo heb ik, om ons-zelven gelyk te blyven, in dit uittreksel overal de ij in y, enz., veranderd.
De commissie heeft slechts acht punten opgegeven, waeromtrent zy eene eenparige schryfwyze wenscht te zien ingevoerd. De
kleinere geschilpunten, als van minder aenbelang wezende, heeft zy onaengeroerd gelaten; doch deze zullen eveneens in het later gedrukte verslag breedvoerig worden behandeld.
Intusschen strekt het ons tot een byzonder genoegen te kunnen berigten dat, onmiddelyk na de uitspraek der commissie, al de daerin aenbevolene tael- en spelregels aengenomen zyn door de achttien eerweerdige heeren professors der eerste afdeeling van het aertsbisschoppelyk seminarie te Mechelen, ten einde in hunne collegien en scholen te worden ingevoerd. Deze kundige en ieverige heeren geven daerdoor een pryzenswaerdig voorbeeld van inschikkelykheid, hetwelk door elkeen toegejuicht wordt, en hun veel eer aendoet: hunne verlichte taelkennis had hun reeds van over lang geleerd, dat het schryven van ei, ui en de man, (in den eersten naemval van het mannelyk enkelvoud) niet vreemd is aen de tael der Belgen, maer steunt op het gezag der godsdienstige en vaderlandlievende paters G. Smits en P. van Hove, in Hunne vertaling van het heilig Schrift, gedrukt te Antwerpen tusschen de jaren 1744-1777. (Zie Belgisch Museum, II, bladzyden 87, 88).
J.F. WILLEMS.
Tegenwoordig de volgende leden:
De heer, J.F. Willems, lid der koninglyke Academie van Brussel, lid van het koninglyk Nederlandsch Instituet, enz., voorzitter.
De heer J.H. Bormans, professor aen de hoogeschool te Luik, secretaris rapporteur.
De Eerw. heer kanonik J. David, professor aen de hoogeschool te Leuven, enz.
De Eerw. heer kanonik J.J. De Smet, lid der koninglyke Academie te Brussel, enz.
De heer L. D'Hulster, professor by het atheneum te Gend.
De heer J.F.C. Verspreeuwen, professor by het atheneum te Antwerpen.
De Commissie, byeen geroepen zynde by depeche van den heer Minister van binnen- en buitenlandsche zaken, van den 13den dezer maend (2e directie, no 15,791), tot het aenhooren van een verslag op de verhandelingen, welke hebben medegedongen naer den uitgeloofden eerprys, neemt kennis van dit algemeen en beredeneerd verslag, voorgebragt door den heer secretaris rapporteur, en uit den wensch dat hetzelve zoo haest mogelyk door den druk gemeen gemaekt en aen al de leden der Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde medegedeeld worde.
Intusschen, en opdat het Staetsbestuer, mitsgaders
het geleerd publiek, in geen langeren twyfel blyven ten opzichte van het byzonder gevoelen der Commissie, wegens de bestaende geschilpunten, zoo verklaert zy (daertoe uitdrukkelyk verzocht) dat zy het aennemen der volgende tael- en spelgronden voorstelt en aenraedt, als reeds gewettigd door het gezag der beste schryvers en overeenkomstig met het aloude gebruik onzer voorvaderen, en tevens als zynde het geschikste middel om tot eenparigheid in het schryven der Nederduitsche tael te geraken: -
De Commissie wenscht dat deze tael- en spelregels, welke meestal reeds aengenomen zyn door de voornaemste schryvers van Belgie, door allen gevolgd, en overal in de scholen mogen ingevoerd worden, ten einde alzoo de eenheid te herstellen en voortaen te bewaren in de geschrevene tael van al de Nederlandsche gewesten.
Gedaen te Brussel, in het hotel van den heer Minister van binnen-en-buitenlandsche zaken, den 18 augustus 1839.
Het bovenstaende wordt door den ondergeteekenden, lid der Commissie, die by de Vergadering niet heeft kunnen tegenwoordig zyn, in alle deelen goedgekeurd.
Gent 21 augusty 1839.
Ch. Ledeganck.