1Gevolgd naer de oudengelsche ballade in de Reliques of Ancient English Poetry, byPercy, D. III, bl. 162.
1Men denke hier aen de zinspreuk van Karel Brandon, toen hy de koningin douairiere van Vrankryk, zuster van Hendrik VIII, huwde. By een tournooispel ter dezer gelegenheid gehouden, waren de kleederen der peerden half van goudlaken en half van wolle laken, met het volgend opschrift: