Wy hebben elders van de dichterlyke werken van G.F. Verhoeven, in zyn leven koopman in lakens te Mechelen, gesproken1; doch wisten toen niet dat die goede man, op het laetste van zyne dagen, twaelf jaren lang gezweet had om aen het Belgisch volk een nationael heldendicht van ruim 22000 versen na te laten. Wy vonden dit gedicht, geheel door zyne eigene hand geschreven, in de letterkundige nalatenschap van den heer Van Hulthem: het berust thans in de koninklyke bibliotheek van Bourgondie te Brussel, ad majorem Belgicae gloriam. De schryver heeft, onder de regeering van Napoléon vruchtelooze poogingen gedaen om hetzelve, by middel van eene openbare inteekening, aen het licht te brengen. Thans, daer wy, zoo men zegt, onze nationaliteit hernomen hebben, ware het voorzeker de tyd om dit heldendicht uit te geven; doch ik twyfel er aen of wel een onzer boekdrukkers zich daertoe genegen zou toonen, vooral na dat hy die 22000 versen zou hebben gelezen. De helden van den tyd des Cimberschen zundvloeds zyn niet geschikt om veel belangstelling op te wekken: men vergeet reeds de nog levende helden van September 1830, en het is zelfs grootelyks te betwyfelen of onze doorluchtige generalissimussen Mellinet en Niellon by hun sterven ooyt een standbeeld naest dat van Belliard zullen verkrygen. Het zyn nogthans ook franschen!
Zie hier den titel, den aenvang en het slot der Belgiade. Meer durf ik er niet van afschryven.
In de omkeering van den Belgischen en Celtischen staet met de verandering door den eersten cimberschen zundvloed, in deze en in andere gewesten van Europa. Heldendicht in XV boeken.
door G.F. Verhoeven.
Aen het einde:
J.F. WILLEMS.