Willems (Jan Frans), over den oorsprong, den aerd en de natuerlyke vorming der nederduitsche tale, 1, 3, 209; - Margaretha van Oostenryk, als dichteresse, I, 196; - Over de nieuwe vlaemsche spraekkunsten, I, 224; - Over een Brabandsch en Westfaelsch kinderliedje, I, 229; - Over een wapenlied van Jan III, hertog van Braband, I, 287; - Oude zeden en gebruiken, I, 313; - Berigten wegens oude nederlandsche dichters, I, 340; - Elnonensia, I, 382; - Overeenkomst van het Zeeuwsch en het Vlaemsch, II, 48; - Over de geschilpunten in de tael, II, 78; - Isabella van Oostenryk, II, 199; - Berigt wegens het graf van eenen reus, II, 259; - Noordsche Sagen, naer het Deensch, II, 318, 323, IV, 131, 394; - Over het schryven van den in den eersten naemval van het mannelyk geslacht, II, 341; - Oude voorregten van het Vlaemsch, II, 387; - Over het Bourgondsch in de Kempen, II, 467; - Jacob van Maerlant, II, 436; - Verhuizing van Antwerpsche kooplieden in en na het jaer 1585, III, 115; - Jan de Klerk, III, 174; - Over de woorden Antwoord, Antwerden, enz., III, 224; - Bemerkingen op de protestatien tegen de taelcommissie, III, 342, 411; - Karakter van den Nederlandschen schilder, IV, 89; - Hein van Aken, IV, 102; - Hans, Hansa, Hanse, IV, 156; - Over de Belgiade van G.F. Verhoeven, IV, 257; - Cornelis De Bie en zyne schriften, IV, 268; - Waer Godfried van Bouillon gedoopt is, IV, 391; - Over Des Roches en zyne aenhangers in de tael, IV, 427; - Zyne bemerkingen en aenteekeningen op oude stukken, I, 21, 26, 40, 99, 147, 248, 276, 297, 326, 454, II 58, 102, 107, 121, 132, 162, 196, 239, 305, 315, 334, 355, 375, 381, 432, III, 78, 99, 108, 219, 231, 236, 380, 408, 443, 463, IV, 7, 64, 83, 170, 198, 222, 225, 251, 260, 264, 298, 411, 418, 424; - Behaelt den eersten prys by de Fonteinisten te Gent, I, 230.