[p. 229]
Dit sijn drie papegayen sprekende den prijs van vrouwen.
Ic sach enen groten boem
Staen, daer ik boven goem
Nam van drie papegayen.
Vs 2, 3
Dit sprac denen van den frayen:
5
‘Reine vrouwen ende goede wijf
Sijn mijns herten leids verdrijf.’
Dander papegay sprac:
‘Reine vrouwen zonder lac,
8
Schemel ende van sconen seden,
9
10
Prisic op den dach van heden.’
Dit sprac die derde papegay:
‘Jonge vrouwen scone ende fray,
Vol dueghden ende wel ghemaniert,
Daer wert elc hof met versiert.’
15
Hier gheve ic mijn consent toe,
Dat ic alle vrouwen doe
In werdecheiden ende in eren;
Want ridderen, ende heren,
Wapentuers, ende scilt knechten
19
20
Setten al har ghedechten
Op reine vrouwen ende op goede wijf;
Daer si menechwerf haer lijf
Ende haren scat om aventuren;
Want ic lese, in der schriftueren,
25
Dat vrouwen hebben groten prijs.
Ende en was nie man soe wijs
Hi en was vrouwen onderdaen.
Ominius doet ons verstaen
Dat vrouwen sijn ghenadich,
30
Goedertieren, ende gheradich,
[p. 230]
Ende gehulpech elken man
Die wijslijc hem vertalen can;
Vs 32
Want si sijn goet van gronde.
Hieraf willic een orconde
35
Draghen: Soe waer dat es te doene
Vrouwen hebben meneghe soene
Toe bracht, ende meneghen pais.
En es geen soe groet solaes
Als dat vrouwen maken connen:
40
Ic meine ene die metter sonnen
Edelec es ghepareert:
40, 41
Die viant hadde ons verteert,
En hadde ghedaen dese edel vrouwe,
44
Die ons loste uut allen rouwen!
Handschrift in de bibliotheek van Bourgondie te
Brussel
(
Bibl. Hulthemiana,
vol. VI, n
o
192).
Vs 2, 3
Op welken boom ik drie papegaeijen bespeurde.
8
Lac,
vlek.
9
Schemel,
schaemachtig.
19
Wapentuers,
ruiters.
Vs 32
Die zich wyslyk uitdrukken kan (spreken).
40, 41
Ik bedoel haer (Onze Lieve Vrouw) die met de zon getooid is.