|
|
|
| |
| | | |
Kronyk der kamers van rhetorica, te Lier.
Van myn twaelfde tot myn vyftiende jaer woonde ik in de stad Lier, waer ik myne studien voortzette onder de leiding van mynen onvergetelyken vriend den advokaet Bergmann. Weldra maekte ik aldaer kennis met de tooneeloefeningen der twee toen nog bestaende Liersche kamers van Rhetorica, wier leden my het refereinen (reciteeren) en vervolgens het rolspelen leerden. Dit wekte myn eersten yver tot het verzenmaken op, zoodat ik, nog geen veertien jaren oud zynde, reeds eene hevige Satyre dichtte tegen den Maire der gemeente Bouchout, door wie myn vader, kort te voren, den post van Percepteur des contributions verloren had. Destyds was meester Bouwens, stads onderwyzer te Lier, de voornaemste poëet aen de boorden der Nethe. Hy vereerde my met zyne vriendschap en raedgevingen, en leende my opvolgelyk, doch telkens slechts voor weinige dagen, de werken van een twintigtal hollandsche dichters, inzonderheid die van Feitama, wiens keurige versificatie hy bovenal hoogschatte. Ik bewaer nog eene kopy, welke ik, in vier of vyf dagen en nachten schryvens, van den Henrik de Groote vervaerdigde. Een ander dichter, thans nog in 't leven, de heer P. Ceulemans, las my een gedeelte van zyne berymde vertaling van Weisze's Romeo en Julia voor, een stuk dat ik toen veel meer bewonderde dan later dat van B. Fremery, wanneer ik, in meer gevorderde jongelingsjaren, met des laetst- | | | |

Bl: 289.
| | | | gemelden overbrenging van dit hoogduitsche tooneelspel kennis maekte.
Daer ik een byzonderen aenleg voor het tooneel vertoonde, reeds tamelyk in de muziek ervaren was, en eene heldere stem bezat, zoo oordeelde men dat ik zeer goed voor een meisje of voor een' engel kon meêspelen. De Caecilianen der hoofdkerk (St-Gummarus), by wie ik dagelyks zong of het orgel speelde, voornemens zynde eenige stukken te vertoonen, ten behoeve dier kerk, bragten my het eerst op de planken, en zoo verbeeldde ik eens den engel Gabriël by de boodschap aen Maria, in het stuk De geboorte en eerste jongheyd Jesu Christi. In Joseph en de Machabeën was ik slechts figurant. My heugt nog dat onze hoofdman, de heer Van den Brande, kerkmeester van St-Gummarus, een zeer godvruchtig man, ieder avond, eer nog het tooneeldoek opging, ons op het theater deed nederknielen, en de Litanie van Onze-Lieve-Vrouw voorlas, opdat de vertooning goed mogt afloopen. Het was wonder te zien hoe daer al die personagien door elkander op hun knieën zaten, en hoe sint Joseph en O.-L.-Vrouw (nota bene eene L.-Vrouw met een baerd), Herodes, de drie koningen, de joodsche schriftgeleerden, de engelen en de zwarte duivels, op elke aenroeping antwoordden: Bid voor ons! Bid voor ons! - Het zal my nooit uit myn geheugen gaen.
Toen ik, ten jare 1809, van Lier naer Antwerpen ging woonen, waren de twee rederykkamers van eerstgenoemde stad aen het zieltoogen. Byzondere gezelschappen hebben er echter van tyd tot tyd nog eenige tooneel-vertooningen gegeven, en nog heden bestaen de oude lokalen. Het een heet de Jennettebloem, het ander den Groeyenden Boom. Beide benamingen zyn ontleend van het blazoen dier kamers. De Jennette stond onder de bescherming der H. Anna, de andere kamer onder die van
| | | |
Sint Gummarus, wiens wandelstok (gelyk men uit zyne legende weet) gedurende een gesprek van dien Lierschen heiligen met St-Rombout van Mechelen, door een mirakel, begon te groenen en te groeijen.
Door toeval ben ik onlangs in de gelegenheid gesteld geworden al de nagelatene tooneelstukken benevens een register van resolutien der kamer van de Jennette aen te koopen. Dit gaf my lust tot een onderzoek naer al wat ik over de geschiedenis der Liersche rederykers bezat, of kon byeenbrengen, deels uit Van Lom's Beschryving der stad Lier, deels uit een oud handschrift in myne bibliotheek, getiteld: Van de Antiquiteyten der stadt Lier in Brabant, byeenvergaderd vuyt verscheyde Annotatie-boecken, rekeningen, cohieren, etc., en deels uit de gemelde door my aengekochte stukken1, uit de gedrukte programmen (welke men te Lier Argumenten noemt) of uit myne byzondere aenteekeningen.
Ik begin met letterlyk af te schryven wat ik, omtrent dit onderwerp, in het HS. van de Antiquiteyten der stadt Lier aentreffe, daer tusschen voegende wat er nog meer by Van Lom staet. Vervolgens zal ik de chronologische lyst van de gedurende de zeventiende, achttiende en negentiende eeuwen opgevoerde stukken geven (volgens myne Annotata en de Argumenten derzelve), en eindelyk zal ik, ten slotte, als eene proeve der Liersche tooneelpoëzy, een kluchtspel mededeelen, 't welk in myn oog, voor den tyd waerop het vervaerdigd is (1782), immers wat de eerste tooneelen van hetzelve betreft, niet zonder verdiensten is, om het eenvoudige en natuerlyke der voordragt.
J.F. WILLEMS.
| | | |

Bl. 290.
| | | |
| |
Memorie.
Om te weten wanneer de Rethorijck camers, als Den Groeyenden Boom ende De Jennette, geseyt dOngeleerde1 optestaen sijn, soo is te weten, dat sy eerst sijn begonst ontrent den jare 1479, alst blijckt by de rekeninghe uyt den Clapboeck van Lier, hoe wel dat, voor den jaere voorscreven, somwijlen spelen sijn gespeelt by goede lieffhebbers, van binnen en van buyten, maer niet van Rethorijcken van Lier.
Voor ierst dient te weten dat in den jare 1428 het eerste spel gespeelt wirt, ende wirt doen gegeven den gezellen van der kercke, die het spel van de Passie ghespeelt hadden, om haere costen te helpen draeghen, 10 stuyvers grooten.
Int jaer 1438 in augusto wiert gegeven den priesteren, die het spel speelden opt kerckhoff, twee stoopen wijn, valet 3 stuyvers 9 grooten.
Anno 1441 gegeven den gesellen, die tspel van sinte Barbelen speelden, te verdrincken een vat cnol2.
In den jaere voorschreven, onder de costen van der processie, staet aldus: Item sijn geschoncken aen Henrick Bal met sijn gesellen, die hier comen waeren ter eeren van de stadt, om te spelen ende te condighen van St-Gommaer, 2 stoopen wijns.
Anno 1432: Item gegeven Henrick Balle, van dat hy sinte Gommares spel maekte, opdat hem toegeseyt was, 10 stuyvers grooten.
| | | |
Item gegeven den gesellen, die dat spel speelden op der merckt in den ommeganck, te verdrincken, 10 stuyvers.
Item compt onder de schenkwijnen van de jaeren voorscreven: Geschoncken den heeren die 't spel speelden opt kerckhoff, doen de kermesse hier was, 2 stoopen wijn, teghen 2 grooten de gelte. Dit waeren priesters.
Anno 1443: Gegeven Henrick Bal, om dat hy het spel Onser Liever Vrouwe gedicht hadde, 4 stuyvers 9 groote.
Item den priesters, die het spel speelden ten ommegange, 10 stuyvers ende 2 stoopen wijn.
Item geschonken den gesellen van Antwerpen, die hier ten ommeganck de personagien maekten, ses stoopen wijns.
Item noch geschoncken den gesellen van Antwerpen, van die hier ten ommeganck bleven ende speelden, twee stoopen wijns.
Anno 1444 staet onder andere aldus: Item den gesellen die hier tspel speelden ten ommeganck ende oock smorghens in de processie ginghen, een groot.
Item den gesellen van den beyiaert, die tspel speelden van Onser Liever Vrouwen, een groot.
Anno 1646: Geschoncken den gesellen van Mechelen, die de personagien maeckten met meester Wouter, ten twee maelen, drie stoopen wijn roodts.
Item geschonken den gesellen van Antwerpen, die hier een spel speelden, eenen stoop wijns ende dry stoopen wits1.
Item gegeven meester Wouteren, van dat hy spelen van de legende van St-Gommaer gemaeckt heeft, voor sijn moeyte, ende noch van heusheyt, voor sijn cost, 24 stuyvers grooten.
Item int jaer 1446 waeren gedroncken opt stadthuys
| | | |
doe mr Wouter tspel speelde op den Palmdage, by de heeren, 4 potten, 22 stuyvers.
Anno 1447: Gheschoncken den gesellen die hier tspel speelden van Onser Vrouwen, van heusheden, voor cost ende moeyte, 30 stuyvers.
Item gheschoncken den gesellen van Antwerpen, die hier speelden op den waghen, een stoop wijns.
Anno 1448: Geschoncken den gesellen, die hier speelden, eenen stoop wijns.
Anno 1449: Gegeven Mr Jan Hagheldonck, Gielis Van der Weyt ende heuren gesellen, die ten ommeganck het spel Onser Vrouwen speelden, voor hun moeyte ende verlet, dien dagh gedaen; in als 3 8 stuyvers 6 groot.
Item den gesellen, die het spel speelden van de Verryssenis ende Passie Ons Heeren, tot haeren cost te helpen, 10 stuyvers 6 groot.
Anno 1455: Gegeven Gillis Vander Weyckt voor costen die de gesellen deden op de habijten, haere costen, 2 12 stuyv. 7 groot.
Anno 1456, onder de costen van den ommeganck: Item den gesellen van den Logien die tspel speelden met een vat biers, dat sy oock hadden te verdrincken, tsamen 23 stuyv. 9 groot.
Om te weten wie de gesellen van der Logien waeren: in dese tijden wierdender veel wercke aen de kerck gemaeckt, tot welcke wercken voor de steenhouders int kerckenhuys logien gemaeckt wierden, in welcke logien sy steenen verhielen1, ende dese steenhouders, metsers ende timmerlieden hielden tspel voors.
Anno 1457: Gegeven den gesellen, die het spel speelden ten ommeganck, voor costen, verlet ende moeyte, met een vat bier, 23 stuyv. 3 groot.
| | | |
Anno 1458: Die tspel speelden 4 stoopen wijn.
Anno 1460: Gegeven den gesellen, die hun spel speelden ten ommeganghe, voor costen en arbeydt, met een vat biers, 23 stuyv. 9 grooten.
1461: Gegeven den gesellen, die het spel speelden ten ommeganghe, voor cost ende arbeydt, met een vat biers, 23 stuyv. 9 groot.
Item gegeven Heyne Balle, van tspel, 2 stuyv. 9 groot.
Item gegeven Gielis Ardennekens, van 15 paer schoenen, voor de gesellen die het spel speelden, ende die met hun ginghen, 16 stuyv. groot.
Anno 1462 onder de vremde costen comt aldus: Item gegeven van St-Gommares spel te schrijven ende te rollen, 6 stuyv.
Onder de costen van den ommeganck: Item gegeven die hier tspel speelden ten ommeganghe, 23 stuyvers 9 groot.
Item gegeven die de voederinghe leenden op St-Gommaers spel, 8 stuyv.
Item gegeven aen die van Antwerpen, die hier quamen battementen, stuyv. grooten.
Anno 1463, 1464 ende 65 en bevinde niet van spelen.
Int jaer 1466 wiert tot Lier gehouden een groot loffelijck lantsjuweel van schietspelen van den edelen voetbogen: de prijsen waeren al van silver, waervan de rekeninghe es gehouden by Jan Van Brecht ende Willem De Winter, alwaer oock is bevonden onder de costen, van spelen te dichten, aldus: Item betaelt Anthoni De Roover tot Brugghe, van drie spelen te dichtene in de innecomste, 18 stuyv. groot.
Item betaelt Hendricke Bal van sijn costen ende moeyte, als hy hier bescreven was, 2 stuyv. 9 groot.
Item betaelt den selven van drie spelen te dichtene, 20 stuyv. groot.
| | | |
Item betaelt van spelen te copieren, 5 stuyv.
Item van de selve voort te rollen, 3 stuyv. groot.
Dese rekeninghe gecollationeert teghen de principaele, es by openbaer notaris ondergenoemt bevonden t'accorderen, ende onder stont geteekent P. Van den Brande.
Item volcht int selven boeck, onder alderhande costen: Item verteert by de heeren van der stadt, als Jan Van den Bossche de spelen van Brugghe bracht, 46 stuyv. 9 groot.
Anno 1467, 1468, 1470 ende 1471 en vinde niet van spelen.
Anno 1472 onder extraordinarische uitgeven: Item geschoncken uut ordonnantie van de heeren sekeren goeden mannen van Antwerpen, die hier op den ommeganck quamen battementen, 3 stuyv. groot.
Anno 1473 noch 74 en vint men niet van spelen.
Int Clapboeck van den jaere 1475, beginnende halff november tot halff november 76, is bevonden onder de coste van de processie ende den cost van St-Gommares spel aldus: In den iersten, Henricke Bal, voor sijnen arbeydt ende moeyte, 2 .
Item gegeven Gielise Van der Weyckt, 20 stuyv.;
Item Henricke Keelen, 2 stuyv.;
Item Henricke Raey, 12 stuyv.;
Item Andries dictus....., 12 stuyv.;
Item Lauken Pen, voor sijnen arbeyt, 10 stuyv.;
Item Peeter Beeck, voor costen die Hendrick Bal, Gielis Weyckt ende haere gesellen daer gedaen hebben, 6 stuyv. 10 grooten, ende hebben daer noch verteert, die tspel speelden ende den ommeganck reguleerden, 4 stuyv. eenen grooten.
Item hebben de selve noch verteert des anderdaeghs
| | | |
naer den ommeganck, als sy het tweede spel speelden, ende oock dijnsdaeghs daer naer, 8 stuyvers.
Item betaelt int Hoeffijser, by den meestendeel van de heeren, doen Hendrick De Bal, die hier ontboden was, om tspel te setten ende te ordonneren met sijn gesellen, 8 stuyvers.
Item betaelt 15 gesellen, die de stomme personagien maeckten, elck eenen stuyver, valet 3 stuyv. 9 groot.
Item betaelt aen een maeght, die vrouw Grimma1 was, 6 groot.; vier nonnen 9 groot.; een duyvel 2 groot.
Item betaelt tot Peeters Verveick, dat de spelders verteert hadden, ende oock de wercklieden, die savons waeckten, verdroncken, 16 grooten.
Gecollationeert als boven teghen het principael, was onderteeckent P. Van den Brande.
Anno 1477 niet gespeelt; dan, is bevonden een out Rekenboeck, gehouden by Hendrick Van Laere ende Andries Van Paesschen, rentmeesters, onder de costen van de schenckwijnen van der processie: Item geschoncken den gesellen, die het spel speelden voor den heeren huys, ten ommegangh daghe, een quaert Rijnschen wijn.
Item opten processie daghe tot Peeter Blincx, met de timmerlieden van der stadt, ende den genen die tspel speelden, 15 grooten.
Item den 15 october der cameren Rethorijcke van Herentals, als sy hier spel speelden, 4 stoopen wijns.
Gecollationeert teghen de rekeninghe van een jaer, begost prima decembris 1477, eyndende den lesten novembris 78, ende onder stont geteekent Van den Brande, notaris.
Dient tot memorie dat men in den jaere 1478 niet bevint dat binnen Lier eenighe Rethorijcke camers sijn
| | | |
geweest; want hadden binnen Lier Rethorijck-camers geweest, men souder soo dickwils van buyten het volck niet ontboden hebben, om hier de eer te comen bewaeren, als namentlijck Henrick Bal, met sijn gesellen, ende meer andere, soo voorschreven is (twelck al uyt Rekenboecken is getrocken). Datter Rethorijck-camers geweest hadden, sy souden sijn ghenoemt geweest met den naeme van de camers, alst blijckt datse voortaen genoempt sijn, blijckende in de rekeninge van den 1 december 1478 tot 1 december 1479, onder de costen ten processie als volght: Item den geselschape van der camer van den Groyende Boom, tgene dat hun de heeren consenteerden, om dat sy aengenomen hadden tspel van Sinte Gommaer te spelen ende oock de kleederen te bewaeren van de Heydenen, ende de processie tot hunnen last aen te nemen ende houden, gaende te samen, in als, twee pont groot.
Gecollationeert als boven bevonden te accorderene met het principael, ende onder stondt geteekent Van den Brande, notaris.
In de rekeninghe, begonst 1480, prima decembris, eyndende 1 decembris 81, is bevonden, onder de costen ten processie daghe, aldus: Item den geselscappe geheeten dOngeleerde, tgene dat hun de heeren consenteerden, om dieswille dat sy aengenomen hadden tot haren laste te vieren tStalleken van Bethlehem, de Drie Coninghen ende den Molen van Parijs, metten toebehoorten, ende die in de processie te houden gaende, een pont 10 st. groot.1
Gecollationeert teghen de principale rekeninge ende is bevonden te accorderen. P. Van den Brande.
| | | |
In de rekeninghe begonst den iersten december 1481, eyndende den lesten novembris 82, onder de costen van de processie daghen comen de Groeyende weder alleen, doordien te dencken is dat dOngeleerde te goeden coop aengenomen hadden; want wort bevonden aldus: In den iersten, den geselscappe van den Groeyenden Boom, midts sy de personagien van de Heydenen maeckten ende in de processie gingen, tsamen 15 stuyv.
In den jaere 1483: In den iersten, den geselscappe van den Groeyenden Boom, midts dat sy de personagien ende Heydenen toemaeckten, die in de processie gingen, 30 stuyv.
Anno 1484: In den iersten, het geselschap van den Groeyenden Boom, midts dat sy de personagien maeckten, die in de processie gingen, ende het spel van Sinte Gommaer speelden, tsamen met dat sy den Molen van Parijs stoffeerden, 2 5 st. groot.
Anno 1485 vinde ick niet van de Retorijcken.
In de rekeninghe begonst den 1 december 1486, onder de costen van de processie, bevonden aldus: Item de voorsc. processie daghen bestaet den ommeganck te doen, by advijs van de weth ende van den ambachten, gemeynelijck den geselschappe van dOngeleerde, bedroegh te saemen 4 2 st. 6 groot.
De rekeninghe gedaen by Jan Van Brecht ende An- | | | |
thoni Van Paesschen, van den jaere voorschreven, is bevonden t'accorderene, get. Van den Brande, notaris.
In de rekeninge begonst den 1 december 1487 ende eyndende den eersten november 1488: Item betaelt den 9 juny den gesellen van de camer der Rethorijcken, ten onderhouden der processie, 4 15 st.
Gecollationeert ut supra.
Anno 1488 bevonden aldus: Eerst betaelt den gheselscape van den Groeyende Boom ende dOngeleerde, om dat sy de personagien ende stucken van den ommeganck hebben laeten gaen, onderhouden ende verciert tot hunnen last, 5 2 st.
Item geschoncken der Rethorijck camere van de Pensen1, den 30 augusti, doen sy hier quaem ter feest van dOngeleerde, 3 stoopen Rijnschen wijn (waer uyt dat blijckt dat sy eenighen prijs hadden gewonnen). De stadt schonck tot tjuweel datse op hinghen 27 stuyv. 6 groot., ende dit waren de camers, die hun op dese feest presenteerden: de Roose van Loven, de Kersauwe, de Violet, de Lelie, de Tijdeloose, de Gaublome van Antwerpen, de Violier, de Peioen, de Cauwoorde, de Pense, enz.
Anno 1493 toghen de Rethorijck-camers van Lier tot Mechelen, by hertoch Phlips, uut bevel van de heeren: de weth gaff hun, tot hunne reyse, 3 .
Anno 1494: Gegeven den gesellen van den Groeyenden Boom ende van de Ongeleerde, elck van hun een vat dobbel bier, ten prijse van 7 st. groot. Brabants, comt 19 st.
In de rekeninghe begonst prima decembris ende eyndende ultima novembris 1495, onder de costen van den
| | | |
ommeganck, compt als volgt: Item gegeven den voorscreven gesellen van de Groeyende ende dOngeleerde, elck van hun op den voorscreven ommeganck dagh, elck een vat dobbel bier, ten prijse van 7 st., loopt 14 st.
Anno 1496: Item betaelt voor twee vaten dobbel bier, deen den Groeyenden, dander der Jennette, daer voor gegeven 2 sc. Brabants.
Item gepresenteert Janne Van Crombach, coopman te Antwerpen, om te hooren het spel van de gesellen der Jennette, die het spel op de merckt speelden, daer sy tot Antwerpen den hoogsten prijs mede gewonnen hadden, ende oock mede voor de moeyte ende coste van den selven spele te spelen, tsamen acht gelten wijns, valet 8 stuyv. Brabants.
Item betaelt den geselschape der Jennette, aldaer tot Antwerpen gedaen in tspel, van hunne costen, 3 .
Item desgelijckx den geselschape van den Groeyenden Boom tot behulp aldaer, van hunne costen gedaen, 3 .
Gecollationneert teghen tprincipael is bevonden te accorderene, get. Van den Brande.
In den jaere 1496 was tot Antwerpen een triumphant Lant-juweel alwaer vergadert waeren 28 camers van Rethorijcken, soo uyt Brabant, Hollant, Vlaenderen, Zeelant, als uyt Walschlant; ende de prijsen waeren al van silver. De incomste van desen Lantjuweel was den 19 julio opgestelt van de Violieren.
Die eer ende prijs wilden behaelen tot Antwerpen die moesten speelwijs met figurelijcke redenen laten blijcken De meeste salicheyt die ons Godt gedaen hadde. De ongheleerde van Lier hadden het 14e lot, den Groeyenden Boom het 20e1.
| | | |
[In 1496 quam hertog Philips uyt Duytsland tot Lier, alwaer den vorst op den 20 october door den bisschop van Kameryk met de prinses Johanna getrouwd werd. Het bruylofts-feest wierd in de abts herberg gehouden; maer het huwelyk wierd in het huys van Mechelen voltrokken. Dit huys is staende aen de Yzere Brugge, en het was in de benede kamer aen het water, dat den hertog Philips zyn bruid de eerste nacht besliep; in welke kamer nog op den huydigen dag tegen de soldering, tot een gedenkteeken van dit geval, een kruys staet. De Rethorykkamers speelden voor dit huys comedien; en om dit te zien, zoo was er een groote menigte van volk vergaderd, en stonden voor een gedeelte op de Yzere Brugge, die toen ter tyd van hout was, en door de groote zwaerte, zoo viel deze brugge in, en al het volk in 't water. Maer deze brugge is daerna van steen gemetzeld. De magistraet beschonk de Rethorykkamers, die, wanneer den hertog zyn intrede deed, al hun zilverwerk voor hun kamers ten toon gesteld hadden, met een vat bier1.]
In de rekeninghe beginnende den eersten decembri 1496, eyndende ultima december, onder de costen van den ommeganck: Item betaelt aen de Groeyende ende Ongeleerde voor haer moeyte, elck een vat bier, tsamen 3 gulden 4 stuyv.
Item betaelt aen de Groeyende ende de Jennette van den voorscreven ommeganck te ordonneeren, waer aff sy den heelen last tot hun namen, elck 2 , 10, 4.
Int selve jaer soo hielden de Groeyende een Rethorijckfeest.
In den jaere 1499: Den Groeyenden Boom ende der Jennette, van den ommeganck, 25 stuyvers, ende aen elck van de selve een vat bier.
| | | |
In de rekeninghe van den jaere 1499 tot den jaere 1500, ultima november eyndende: Item betaelt den Groeyenden Boom ende aen de Ongeleerde, van der processien dat sy jaerlijckx hebben, 5 .
Den 24en february was tot Gendt geboren Carolus Quintus, wanneer tot Lier groote feest gedreven wiert. De dry gulden ende Retorijken vierden ende thoonden groote blijdschap, ende speelden battementen.
Op St. Annen daghen waren tot Lier comen 24 camers, ten Rethorijcke spele van dOngeleerden, ende wierden op hun camer van stadts wegen gepresenteert 12 stoopen wijns, elcken stoop neghen groot.
Anno 1501: Den Groeyenden Boom ende dOngeleerde, daer sy jaerlijcks aff hebben, naer de oude costumen, vijff , 10 stuyv. ende twee vaten bier.
Anno 1503 idem.
Anno 1504: Betaelt aen het geselschap van de Groeyende ende dOngeleerde, doen sy waren ten Referijnspele van de Rooselaer van Loven, elck 10 st. groot, met elck een vat dobbel bier.
Anno 1505 elck een vat dobbel hier.
Den negensten augusti wert geschonken der Gaudbloeme van Antwerpen, van dat sy quam besoeken die Groeyende, 6 stoopen Rhijnschen wijn, ende 2 stoopen witten wijn.
1507 elcke camer een vat dobbel bier. Anno 1509 ende 10 idem.
Anno 1512-13-14-16-17: Voor den ommeganck toe te maken, ieder jaer elck vijff 10 stuyv. De selve elck een vat dobbel bier.
[In 't jaer 1517 ging de processie generael om den Almogenden te bedanken voor de victorie die Karel V behaeld hadde; en des avonds wierd er door de geheele
| | | |
stad vreugden gemaekt. De beenhouwers hadden den hoogsten prys van 't vieren, de Ongeleerde, voor 't beste ebattementen, eenen hamel en twee gelten wijns, en den Groeyenden Boom eenen halven hamel en twee gelten wijns.]
Anno 1518: Den Groeyende Boom ende der Jennette, van de personagien toegemaekt te hebben ten ommeganck, vijff 10 stuyv., ende elck een vat dobbel bier.
Item het jaer 1519, 20, 21 ende 23. Item in tjaer 23 quaemen de liefhebbers van de Lisblom van Mechelen uyt lieffde op de kermisse battementen.
Anno 1524 wort betaelt aen de Groeyende ende dOngeleerde van den ommeganck te houden gaen, op haeren cost, 5 10 stuyv. met elck een vat bier. Dit vervolght alsoo tot den jaere 1545 inclus.
Anno 1532 in mey speelden de Ongeleerde die vier spelen van sint Jan Baptist.
Anno 1532 speelden de selve van den Naeckten Ridder.
Anno voorscreven, 23 mey, speelden de Groeyende een natuerlijck ende schriftuerlijck bewijs van Den ouden man had een dochterken.
[In 't jaer 1532, op den 16 july, speelden die van den Groeyenden Boom te Brussel, op het rhetoryk-feest van de kamer het Maria-cransken, en hadden aldaer geschil met de Cauwaerde van Herenthals, over den voorrang1].
Anno 1534 speelden de Groeyende ende de Jennette tsamen een spel van sinnen, in den vasten.
Anno 1535: Aen het geselschap van den Groyenden Boom ende van der Jennette wordt gepresenteert, van stadts weghen, elck, van den spele van sinnen, als de selve den mey hadden ingehaelt, een halff vat bier.
| | | |
Anno 1536, den 2en sondagh in den Vasten, speelden de Groyende Hoe Lasarus van der doodt verweckt wirt, ende wiert hun geschonken 2 stoopen wijn, ende dOngeleerde daer naer de Passie, ende de stadt quam haer te hulpe 6 st. 3 groot.
Anno 1539, den 6 mey, quam hier een bode van Gendt, ende brocht een kaerte aen de Groyende ende de Ongeleerde van het rethorijck-spel, het welck tot Gendt gehouden wiert, ende wert, tot tractement van den bode, aen beide camers gheschoncken 4 stoop. wijn.
Onder 't capittel der Schenk-wijnen staet aldus: Item den geselschape van der Jennette gheschoncken, als sy den boom van mey haelden, ende speelden ten selven daghe een spel van sinnen, tsamen 4 stoopen wijn, ende den Groeyende, als sy speelden Van Abraham ende den mey hadden ingehaelt, 4 stoopen wijn.
Anno 1542: Aen het geselschap van Jennette gepresenteert, als sy het spel van sinnen gespeelt hadden ende den mey inghehaelt, 2 stoopen wijn.
Anno 1544, julio, speelde de Jennette het spel van sinnen, ende in den Vasten van 't verbum Dei, ende den eersten sondagh in den Vasten speelden de Groyende een spel van sinnen.
Anno 1545: Den Groyenden Boom, tot hunnen Vasten-Avont, van twee factien, op de straet gespeelt, 3 st. Ende de Jennette den 22 maert een spel van sinnen op de marct, den 3 mey noch een; ende den 25 maert speelden de Groyende van 't heet Broot; den 10 mey daer nae van de Bodemloose Mande.
Anno 1546, 18 february, speelden de Groyende een spel van sinnen, ende 17 mey de Jennette een spel van sinnen, ende op halff vasten de Jennette een spel van sinnen, heetende Het meest minninghe (sic), ende sondaghs daer naer de Groyende van de Vier Draeghers.
| | | |
Onder costen van den ommeganck staet: Den geselscappe van de Groyende, van dry coninghen, elck met sijnder familie te peerde; St-Joris, sijnen schiltknecht ende pagien, te peerde, in de processie te rijden, naer ouder costume, 2 15 st. Item den selven een vat biers, halff cnol, halff cuyt, metter accijse, 8 stuyv. 3 groot.
Item den geselschappe der Jennette, van Sinte Gommaer met sijnen schiltknecht ende pagien te peerde, met alle de Huynen ende Sarasijnen, ende haere dry coninghen, met alle haere familien, ende andere persoonen, in de processie te rijden, naer costume, 2 15 st. Item den selven een vat biers, halff cnol en halff cuyt, 8 stuyv. 3 groot, (ende [hoe] beyde de gulden van Rethorica dese voorscreve processien toerustten, blijckt noch tot den jaere 1570).
Anno 1547 speelden de Groyende een spel van sinnen in den vasten-avont, ende den eersten meye dOngeleerde van Emerentiana.
Den derden mey speelden de Groyende het spel van Susanna.
Den 2 july de Jennette, van Sinte Anna ende Joachim.
Den 3 july quaemen een deel guldebroeders van den Olijftak de Jennette besoecken, ende de stadt beschonck hun met wijn.
Anno 1548 speelden de Groyende smaendaghs in den vasten-avont een spel van sinnen.
Op Onser Liever Vrouwen Visitatie-dagh speelde de Jennette een spel van sinnen; den 26 augusti de Groyende van den Verlore Sone.
Anno 1549, op den vasten-avont, speelden de Groyende een spel van sinnen; de selve noch een spel van sinnen den 26 mey, ende op Onser Vrouwen Asumptien-dagh van de Bekeeringhe van Maria Magdalena.
| | | |
De Jennette speelde spelen van sinnen smaendaeghs ende dijnsdaeghs in de Sinxen-daghen.
Den 10 mey hielt de Jennette een referijnfeest alwaer diversche camers vergadert waeren, ende de stadt beschonk haer met 8 stoopen wijn.
Anno 1550 speelden de Groyende dry spelen van de 7 Doodsonden ende de Jennette een spel van sinnen.
Anno 1551 speelden de Groyende te halff vasten het spel van den Prince van Syrien ende de Jennette in mey een spel van sinnen.
Anno 1552 speelden de Groyende twee spelen van sinnen ende de Jennette een.
Anno 1553 speelden de Groyende te half vasten van den Samaritaen ende den 2en sinxen dagh de Jennette een spel van sinnen.
Anno 1554 de Jennette 2 speelen van sinnen, d'een van den tyd die toens was ende 't ander van Salomon.
Anno 1555, op sint Annendach, beschonck de stadt den hoofdman van der Jennette, heer Jan van Berchem ende heer Henrick van Berchem, den Prince, ridders ende gebroeders op de Ongeleerde camer, met 6 stoopen rijnschen wijn.
Ende op den selven dagh aen jonckheer Coenraert Schets, hooftman van de Groyende, 6 st. Rijnschen wijn.
Anno 1556, op den halff vasten dagh, speelden dOngeleerde van Vrouwen die in overspel leefden, ende den 1 mey de Groyende het spel van Griseldis; den 8 october speelden de Jennette van Redde rationem vilicationis tuae.
Anno 1557, 16 mey, speelden dOngeleerde het spel van Ammon ende Thamar.
Anno 1559 speelden dOngeleerde het spel van den Coninck David, ende den 17 september de Groyende het spel van Job.
| | | |
Anno 1560, onder de costen van den selven jaere: Item den gesellen van den Groyenden Boom ende die van der Jennetten gegeven, by ordonantie van de schepenen, tot behulpe van de costen om den bode van Vilvorden te tracteren, 3 .
Item den geselschappe van den Groyenden Boom, by mijnheeren Schepenen, tot behulp van hunder reysen naer de stadt van Vilvorden, ten haeghspele, 6 .
Anno 1561 quam tot Lier eenen bode van Antwerpen van de Violier-camer, ende brochte aen de Groyende ende dOngeleerde een caerte van den Lantsjuweele, te houden den 3 augusti daer naer, ende de stadt schonck tot haerder costen, om den bode te tracteren, 16 gulden. De Groyende trocken te Lantsjuweele ende de stadt schonck haer tot hunder cost 200 gulden. De Groyende behaelden vier prijsen, bedraghende 16 oncen silvers.
DOngeleerde trocken ten haeghspele den 29 augusti daer naer tot Antwerpen. Men en bevindt niet waerom sy niet ten Lantjuweele trocken, daer sy nochtans wel mochten comen; ende wonnen, in seven prijsen, 26 oncen silver1.
Anno 1562 speelden de jonghmans van de Baelderey in den ommeganck van de seven hooft-sonden, ende wirden van stadt beschoncken met een halff vat bier. Men seyt dat dese jonckmans een blomme gecosen hadden, meynende eene camer op te stellen, maer de Groyende ende dOngeleerde hebben het selve verboden, ende de wet en heeft dat oock niet toegelaeten.
Anno 1563, 15 meert, speelden dOngeleerde een spel van den sieken man die 30 jaren sieck gelegen hadde voor de Pischine, ende daer naer speelden de Groyende het
| | | |
spel dat sy tot Antwerpen int Lantsjuweel gespeelt hadden.
Anno 1564 hadden de Groyende een lotery opgestelt; elck lot dede eenen grooten.
Den 18 meert speelden de Groyende een spel van sinnen ende de Jennette op St-Jans dagh van den Pharisee ende den Publicaen; ende de Jennette hielt oock een lotery, elck tot eenen halven stuyver. Den hooftman, Prince, ende der gemeyne gesellen van der Jennette wirt gepresenteert, op hunder referijn-feeste, tot [onthael] der buiten-facteurs, 15 stoopen wijn.
Den regel was: Wel hem die wandelt in den wegh des Heeren. Verblijt met den blijden ende schreyt met den droeven.
Anno 1565, 21 meert, quam tot Lier eenen heer van Brussel, van wege de Corenblomme, ende brocht een caerte aen de Groyende ende Jennette, ende beide de camers tracteerden desen bode, ende hun wirt van de stadt geschonken, tot tractement, 6 gulden.
De Ongeleerde speelden een spel van Sacheo.
Den 12 junio hebben die van de stadt gepresenteert den hooftman, prinche, ende guldebroeders der Groyende, op hun referijn-feest, 10 stoopen Rijnschen wijn.
Anno 1566, den 8 november, quaemen tot Lier twee vaentkens knechten, alsoo dat den quaden tijt aen quam, soo dat die van Rethorica niet meer en speelden dan te kermisse; maer de camers hielden jaerlyks den ommeganck gaende, tot den jare 1571 inclus, als wanneer de stadt noch betaelde aen den Groyenden Boom, van de dry coninghen elck met sijnder familie te peerde, St-Joris met sijnen schiltknecht ende pagien, al te peerde, in de processie te rijden, naer de oude costume, 2 15 st. ende een vat biers, halff cnol halff cuyt.
Item den geselschappe der Jennette, van sinte Gom- | | | | marus met sijnen schiltknecht ende pagie te peerde, met alle de Huynen ende Turcken, met haere dry coninghen met haere familie in de processie te houden gaen ende te rijden, naer oude costume, 2 15 stuyv. ende een vat biers, halff cnol, halff cuyt, 8 stuyv. 3 groot.
Dit was den lesten ommeganck met reus ende reusin, ende andere waghens, voor de spaensche furie.
[De gemeene rust, door het twaelf jaerig bestand voor een gedeelte hersteld zynde, heeft het konstgenootschap van den Groeyenden Boom binnen Lier, in 't jaer 1614 voor de eerste mael het spel van Ferdinandus op hun tooneel gebragt; als mede dat van den heyligen ridder Gommar.
In 't jaer 1616, op den 7 february, heeft de kamer van den Olyftak te Antwerpen aen die van den Groeyenden Boom te Lier, by missive, haere caerte toegezonden van een maendelyke refereynfeest, by haer opgeregt1.
In 't jaer 1618 heeft den Groeyenden Boom op de kamer van de Violiere te Antwerpen wederom prys behaeld.
Men vindt niet, dat er sedert het jaer 1621 tot het jaer 1647 door de dichtkonst iets aenmerkelyks is uytgewerkt, uyt oorzaeke dat zoodra het twaelf jaerig bestand geëindigt was, den oorlog straks in de Nederlanden is hervat, en heeft geduerd tot het jaer 1648, in het welke de vrede te Munster wierd geslooten, en zedert dien tyd heeft het konstgenootschap van den Groeyenden Boom alle jaeren, tot op heeden toe, een treur- of blyspel op haer tooneel vertoond.
Dit konstgenootschap hield in 't jaer 1739, op den 9 february, zynde maendag van Vasten-avont, een tour- | | | | noy- of steekspel te paerd, hetgene zy zedert het jaer 1713 niet gedaen hadden1.
In dit konstgenootschap van den Groeyenden Boom hebben verscheydene vermaerde dichtkundigen uytgeblonken, als Mr Jan Van Bortel, Mr Francois Laureyssens, Mr Wouter Van Bortel, Mr Hendrik De Poorter, Mr Cornelis De Bie, Mr Pieter Van Eersel, de Hr en Mr Melchior Janssens, licentiaet in beyde de rechten; Mr Hendrik De Ka, prins van dit konstgenootschap2; en nog op heeden (1740) de heer procureur en notaris Melchior Balthasar Van Bortel, wiens dichtkundige schriften waerdig zyn in 't licht gegeven te worden.]
Tot dus verre het handschrift Van de Antiquiteyten der stadt Lier3 en de opgaven van Chr. Van Lom. Thans gaen wy over tot de lyst der stukken, op de beide kamers vertoond, volgens de daervan bestaende Argumenten, of volgens de door my gevondene aenteekeningen op de stukken zelven, of op de registers der kamers. De Argumenten zyn te Antwerpen by Jacob Mesens en anderen gedrukt tot in het jaer 1763, wanneer er, naer het schynt, voor de eerste mael eene boekdrukkery te Lier gevestigd werd. Meestal speelde men verscheiden dagen na elkander hetzelfde stuk. Ik geef slechts den eersten speeldag op.
| | | |
| 1630 |
den ..., door de kamer der Ongeleerden: De Cluchte van den bedrogen advocaet Penninck. * |
| 1636 |
den 4en febr., door dezelfde kamer: Dido ende Hyarba, tragedie, door Joris Berckmans. *
Op een Argument van het jaer 1656 wordt deze poëet genoemd ‘den sinrijcken ende constvloeyenden Mr Joris Berckmans, heere van den Laethove van der Borcht in Lier, raedt ende out rentmeester ende out overdeken van de Hooghe Halle der voorseyde stadt, major ende stadthouder van de heerlijcke leen- ende laethoven van den Cappitele, Lachem, Cotereau, etc., ende van de voorseyde gulde [der Ongeleerden] hooft-prince.’ De spreuk van dezen dichter was Lust breeckt rust. |
| 1637 |
den 4en febr., door dezelfde kamer: Jephte ende sijn dochter, droefeyndigh treurspel, door Joris Berckmans voornoemd. |
| 1639 |
den 8en febr., door dezelfde kamer: Alphonsus ende Jennevra (Genoveva?), blyeyndigh treurspel, van denzelfden dichter. * |
| 1639 |
den 9en juny, door dezelfde kamer: Captas, coninck van Lemba, treurspel, van denzelfden dichter. * |
| 1642 |
den 3en february, door dezelfde kamer: Amon, droefeyndigh treurspel, van denzelfden dichter. |
| 1643 |
den 16en augusti, door dezelfde kamer: Absolon, droefeyndigh treurspel, van denzelfden dichter. |
| 1643 |
den...., Suavitas, blyeyndigh treurspel, van denzelfden dichter. |
| 1644 |
den 3en mei, door de opgenoemde kamer: Stabilitas, blyeyndigh treurspel, van denzelfden dichter. * |
| 1647 |
den... febr., door dezelfde kamer: Joseph, treurspel, van denzelfden. * |
| 1648 |
den 15en juny, door dezelfde kamer: Cara, treurspel, van denzelfden. *
Het onderwerp is de beruchte regtspleging van Karel den Stoute over zekeren gouverneur, waer ook nog een volkslied van bestaet. |
| | | |
| 1649 |
den 2en juny, door dezelfde kamer: Edissae, blyeyndigh treurspel, van denzelfden. |
| 1649 |
den...., door dezelfde kamer: De coninghinne Esther, blyeyndigh treurspel. * |
| 1651 |
den 12en juny, door dezelfde kamer: Constans, blyeyndigh treurspel, van denzelfden. * |
| 1656 |
den... augusty, door dezelfde kamer: Philantus, blyeyndigh treurspel, in rym gesteld door Nicolaes Geeraerdts. |
| 1659 |
den 16en juny, door de kamer van den Groyenden Boom: Alphonsus ende Thebasile, tragi-comedie, en De Cluchte van den verdraeyden Avocaet, beide door Cornelis De Bie. |
| 1669 |
den 23en juny, door dezelfde kamer: Den heyligen ridder Gummarus, patroon der stad Lier, treurspel door C. De Bie. |
| 1669 |
den 24en juny, door de kamer der Ongeleerden: Pithias ende Philotis, blyeyndigh treurspel, door J.B. (Joris Berckmans). * |
| 1669 |
den 22en july, door de kamer van den Groeijenden Boom: Cluchte van een misluckt overspel, door C. De Bie. |
| 1672 |
in de kermisdagen, door dezelfde kamer: Den grooten hertogh van Moskovien, blyeyndigh treurspel, door C. De Bie. |
| 1672 |
den...., door de kamer der Ongeleerden: Gabina, treurspel. * |
| 1678 |
den..., door de kamer van den Groeijenden Boom: Den verloren zoon Osias, comedie, door C. De Bie. |
| 1688 |
den..., door de kamer der Ongeleerden: Lisardus ende Jacintha, blyeyndich treurspel in rijm gestelt, door Mr. J.F. Xav. Berckmans [voornoemd], prince van de edele ende vermaerde gulde van St-Anna, die men noempt de Jenette. *+ |
| | | |
| 1698 |
in december, door dezelfde kamer: De ghespelde ende naeckte weirelt, cluchte. *
Achter het HS. van dit stuk leest men: ‘Lusus comicus de vanitate mundi, uti per nos correctus, porterit exhiberi. Actum Antw. 1a decembris 1718. (geteekend) H. De Carvajal, librorum censor.’ En lager: ‘Eandem Schenam approbo. Datum Lirae 15 january 1731, (geteekend) G. Rosmaring, plebanus Lyr.’ |
| 1706 |
den 29en augusti, door dezelfde kamer nog eens dezelfde klucht. |
| 1711 |
den...., door de kamer van den Groeijenden Boom: Conradus, keyzer van Roomen, treurspel, door M.B. Van Bortel, prins dier kamer. |
| 1715 |
in december, door de kamer der Ongeleerden de opgenoemde klucht van de gespelde ende naeckte weireldt. |
| 1722 |
den...., door dezelfde kamer: Posschier, blyspel. * |
| 1734 |
den...., door dezelfde kamer: Diana, blyeyndich treurspel. * |
| 1734 |
den...., Joseph, bleyeyndend treurspel. *
Vooraen leest men op het schutblad, van eene latere hand: ‘door Carolus Truyts gemaekt, en gespeelt in 1734.’ En aen het einde: ‘Dit voorschreven spel van Joseph met aendachtigheyd gelezen hebbende, permittere ick hetselve aen het publiek te verthoonen. Dabam hâc 25a, febr. 1734 (geteekend) J.J. Van den Berghe de Potteghem, can. et plebanus Lyrae.’ De inhoud is anders dan de Joseph vermeld op het jaer 1647. |
| 1734 |
den 23en meert, door de kamer van den Groeijenden Boom: Cosmophilus s' weireldts minnaer, in rijm gestelt, door M.B. Van Bortel. |
| 1735 |
den 11en december, door dezelfde kamer: Het leven van den heyligen Gummarus, in rijm gestelt, door M.B. Van Bortel. |
| | | |
| 1735 |
den...., door de kamer der Ongeleerden: Den doodelijcken twee-strijdt over 1702 jaren op den bergh van Calvarien voorghevallen tusschen Leven ende Doodt [het lyden onzes Zaligmakers] door Joannes Franciscus Van der Borght, stads schoolmeester te Lier. *+
De spreuk van dezen dichter was: Sonder masker. |
| 1735 |
den.... december, door dezelfde kamer: Den onnooselen ende bloedighen onderganck der heylstemme van den roependen in de woestijn [Sint Jan-Baptist] treurspel, door denzelfden dichter. *+
Aen 't slot: ‘Exhiberi potest. Dabam 20 9bris 1735’ (geteekend als boven). |
| 1738 |
den... febr., door dezelfde kamer: Triumph der triumpherende liefde in den lydenden prins Sophyrus, in den stervenden coninck Codrus ende in den vleesgheworden Salighmaecker, door J.F. Van der Borght. *+
Achteraen, de goedkeuring van gemelden plebaen. |
| 1738 |
den...., door dezelfde kamer: Urbina, blyeyndigh treurspel, door J.F. Van der Borght. *+
Aen het einde: ‘Ick onderschreven consentere dat het voorschreven blyeyndig treurspel, geintituleert Urbina, ten thooneele gevoerd worde. Recommanderende aen desselfs verthoonders dat sy sigh souden onthouden van alle lichtveerdighe ende onbetaemelyke manieren, woorden, gesten, verthooninghen ende danssen, eenighsins strydende teghen de eerbaerheyt. Dabam Lirae hâc 11 xbris 1738 (get.) J.J. Van den Berghe de Potteghem, can. et plebanus.’ |
| 1740 |
den..., door dezelfde kamer: Judith, treurspel, door J.F. Van der Borght. *
Aen 't einde van het stuk leest men: ‘Permittimus ut exhibeatur. Datum Lyrae hac 1a decembris 1739.’ Geteekend als voren. |
| | | |
| 1742 |
den..., door dezelfde kamer: De triumpherende liefde in den trouminnenden Martellus ende de eerbare Larunda, blyeyndigh treurspel, in rijmconst voorghestelt door J.F. Van der Borght. *+
Het eerste stuk van dezen dichter, door hem opgedragen aen jonker J.G. Tacquet, heer van Lachene, enz., den 20 juny 1694. Aen het slot van myn handschrift lees ik: ‘Gesien ende overlesen hebbende het spel van Martellus ende Larunda, en hebbe in het selve niet bevonden tegenstrydigh aen het gelooff, eerbaerheydt ende goede manieren; vervolgens sal het selve mogen publiekelijck gespelt worden door de liefhebbers der Jenette-bloem, etc., nochtans hier door maer verstaende die versen offt carmina, de welcke niet afgeteekent en sijn, expresselijck verbiedende eenighe van de geteeckende tusschen beyde te brenghen. Aldus gedaen 18 january 1742 (geteekend) J.B. Sjonghens, vice pleb. Lirae.’ |
| 1744 |
den..., door dezelfde kamer: JerUsaLeM Door 't Wapenghe WeLt en hongher beVoChten ende gheWonnen, treurspel, door J.F. Van der Borght. *
Aen het einde eene permissie van opgemelden plebaen van den 23 november 1743. |
| 1749 |
den 9en febr., door dezelfde kamer: De Heylstemme in de Woestijne (St-Jan-Baptiste), door J.F. Van der Borght. |
| 1750 |
den 4en january, door dezelfde kamer: Zophyrus en Codrus, treurspel, van denzelfden dichter. *+ |
| 1750 |
den 18en january, door de kamer van den Groeijenden Boom: Maria Stuart, treurspel, door Hendrik De Poorter, in zyn leven overdeken dier kamer. |
| 1751 |
den 28en november, door dezelfde kamer: Achab den rouwsuchtigen, treurspel. |
| 1753 |
den 14en january, door dezelfde kamer, het opgenoemde treurspel Urbina. |
| | | |
| 1753 |
den 25en january, door dezelfde kamer: Eduard, keyser van Roomen, blyeyndend treurspel. |
| 1753 |
den 25en november, door dezelfde kamer: De helddadige ende stantvastige princersse Sylvia, in rijm gestelt door M.B. Van Bortel, in sijn leven prince der gilde van den Groeyenden Boom.
Op het argument van dit stuk, en op byna al de hierna vermelde, staet: Ad majorem Dei, Deiparaeque Virginis, Sancti Gummari patroni nostri, omniumque coelitum gloriam et honorem. |
| 1754 |
den 3en february, door de kamer der Ongeleerden: Gabina door haer valsch bedrogh verleydende den onnooselen Jason, treurspel, door Carolus Truyts (wiens spreuk was: Niet sonder sweet). |
| 1755 |
den 26en jan., door de kamer van den Groeijenden Boom: Joas verheven tot den troon van Israël, treurspel, door Joannes-Andreas Kempens. |
| 1755 |
den 21en december, door dezelfde kamer: De onberoerlijke liefde van den persiaenschen prince Polidorus en de heldaftige roomsche princesse Julia, treurspel, door Guilielmus Gummarus Verhoeven.
Zie over dezen dichter myne Verhandeling, II, bl. 180, en Belgisch Museum, IV, bl. 257. Hy werd geboren te Lier den 24 july 1738, en stierf te Mechelen den 16 mei 1809; dus was hy slechts zeventien jaren oud toen dit stuk gespeeld werd. |
| 1755 |
den..., door de kamer der Ongeleerden: Opganck ende onderganck van Romanus Diogenes, keyzer van den Oosten, treurspel. * |
| 1757 |
den 13en february, door dezelfde kamer: Joseph, blyeyndigh treurspel, door Truyts. |
| 1760 |
den 9en febr., door dezelfde kamer: De coninghinne Esther, voornoemd. |
| | | |
| 1761 |
den 4en january, door dezelfde kamer, het opgenoemde spel van Martellus en Larunda. |
| 1761 |
den 25en january, door dezelfde kamer: De verdoolde liefde afgebeeld in Rudolphus en sijne besondere vrijsters Nel ende Antena, klucht, door J.B. Stommels (zyn spreuk: Ootmoedig zijn baert vrede). *+ |
| 1761 |
den..., door dezelfde kamer: Het listig noot-geval, door J.B. Stommels. * |
| 1762 |
den 7en febr., door de kamer van den Groeijenden Boom: Achab, treurspel, door Joannes-Andreas Kempens. |
| 1763 |
den 23en january, door de kamer der Ongeleerden: Den vromen koning Tarchon en de eerbare Phillida, blyeyndigh treursp., door J.F. Van der Borcht. *+
Aen het einde: ‘Potest exhiberi. Datum Lirae 27 9bris 1744 (handteeken als boven).’ |
| 1764 |
den 22en january, door de kamer van den Groeijenden Boom: Cosmophilus, door M.B. Van Bortel.
Van dit jaer af zyn de Argumenten gedrukt te Lier, by A.G. Verhoeven, enz. |
| 1764 |
den 19en febr., door de kamer der Ongeleerden: Bertine ende Gisippus, tragi-comedie, door J.B. Stommels. |
| 1765 |
den 20en january, door dezelfde kamer: De geboorte en eerste jonckheyd Jesu Christi, treurspel, door denzelfden. |
| 1765 |
den 10en febr., door de kamer van den Groeijenden Boom: Orenans, romijnschen edelman, ende de twee volgeestige gezellen Pot en Kroes, gecomponeert door J.B. Schaken (spreuk: Op Godt betrouwt, noynt verflouwt). |
| 1767 |
den 15en febr., door dezelfde kamer: Keyzer Carolus den V, door denzelfden. |
| | | |
| 1767 |
den 22en febr., door de kamer der Ongeleerden: Lausus en Bohemia, tragi-comedie, door J.B. Stommels. * |
| 1768 |
den 7en febr., door de kamer van den Groeijenden Boom: David en Salomon, door J.B. Schaken. |
| 1768 |
den 11en dec., door dezelfde kamer: Nabuchodonosor, koning van de Caldeers. |
| 1769 |
den 2en febr., door de kamer der Ongeleerden: Saul, treurspel, door J.B. Stommels. *+ |
| 1770 |
den 14en january, door dezelfde kamer: Absalon, treurspel, door J.B. Stommels. *+
Aen 't einde: ‘Sal tot stichtinge mogen verthoont worden. Dabam Lyrae hâc 21a 8bris 1769 (geteekend). A. Wouters, plebanus et librorum censor.’
‘Men zal sluyten (zegt het argument) met eenen dans verbeeldende de aerde. Het theater verbeeld een ledig veld op het welk Atlas den aerdbol plaetst, biddende de zonne dat sy hem vrugtbaer wilt maeken. Door de zonne uytgebroeyt berst hy in stukken, en uyt hem komen de boerkens ende boerinnekens die te saemen den meyboom planten. Atlas verschynt, berispt hunne ledigheyd, ende uytrukkende den meyboom doet hun de aerde bewerken. Alsdan beplanten de boeren het aerdryk met vrugtboomen, de welke (na dat de boerinnekens die begoten hebben) sy snoeyen, alswanneer Pomona verschynt, de welke sy herkennen voor de godinne der vrugten, plukkende de vrugten van de boomen dewelke de boerinnekens tot herkentenisse haer opdraegen. Atlas vervoegt zich met Pomona ende verheugen hun met de landslieden, dewelke in eenen dans aen Atlas ende Pomona een lustprieel opregten.’ |
| 1770 |
den 28en jan., door de kamer van den Groeijenden Boom: Esther ende Assuerus, treurspel, gevolgd door de klucht van Jodelet, meester en knecht, door A.F. De Neve, major. |
| 1772 |
den 19en jan., door dezelfde kamer: Mustapha Barbarossa, comedie in dry acten, door A.F. De Neve. |
| | | |
| 1772 |
den 23en febr., Den ooghst, blyspel met zang, door G.G.F. Verhoeven. *+ |
| 1773 |
den 14en febr., door de kamer van den Groeijenden Boom: La DoUbLe foUrberIe In Dogter en SChILD Wagt, farce. |
| 1774 |
7en febr., door dezelfde kamer: Den wonderbaren ridder St Gummarus, gecomponeert door M.B. Van Bortel. Ars radicosa viret. |
| 1775 |
5en febr., door dezelfde kamer: Den Jaloersen Peerdensmid, klugtspel. |
| 1776 |
door dezelfde kamer: Den zoogenaemden deserteur aen het hof van Totillas, comedie. |
| 1777 |
2en febr., door dezelfde kamer: Maria Stuart, treurspel, door H. De Poorter, gevolgd door Arlequin erfgenaem, bedrieger bedrogen, (naer 't fransch). |
| 1777 |
22en febr., door de kamer der Ongeleerden: Joseph, blyeyndigh treurspel, door J.F. Truyts, * gevolgd door Den bedrogen hoogmoed, blyspel in twee deelen.
Dit jaer wonnen de Ongeleerden den eersten prys by de Rederykkamer van St.-Nicolaes in het Land van Waes, van welke overwinning hun knaep en boekhouder C.J. Moermans een verhael opstelde, geplaetst aen het hoofd van het laestgehouden register der resolutien van het gilde, en waeruit wy hier eenige uittreksels zullen laten volgen.
‘Het hoofd-rethorica van den Lande van Waes (gezeyd de Goud-bloem, voerende voor kenspreuk: Prudens Simplicitas), binnen de parochie van Sinte Nicolaus, beschreven hebbende het geheel Land van Waes, Vlaenderen, ook geheel Brabant, tot het speelen van een seer schoon en konstig treurspel, genaemt Caliste, in 't fransch gemaekt door Mr Colardeau, vertaelt door d'heer L.C. Rens, M.L., waer mede te winnen waeren deeze navolgende zilvere pry- |
| | | |
| |
zen: den eersten, eenen caffepot, weerd zynde hondert guldens; den tweeden, twee tafel-kandelaers, weerd 80 guldens; den derden, eene salve1, weerd 60 guldens; den vierden, eenen beeker, weerd 40 guldens, waertoe hun tot de looting hebben laeten vinden (de welke geschied is op 26 december 1776) deeze 12 rethoryke en konstgenootschappen, ende gespeelt op dato als volgt:
Het konstgenootschap tot Zomergem, den 27 april 1777;
Het.... tot Haesdonk, den 4 mey 1777;
Het konstgenootschap van de Heylige Anna tot Lookeren, den 11 mey 1777;
Het gilde van rethorica tot Lookeren, den 12 mey 1777;
Het.... tot Nieuwkerken, gezeyd Cogita mori, den 13 mey 1777;
Het konstgenootschap tot Berlaere, den 19 mey 1777;
Het gilde der Hoofd-Rethorica tot Loven, den 25 mey 1777;
Het gilde van Sinte Adriaen tot Geeraerdsbergen, den 1 juny 1777;
Het.... van Sinte Cecilia tot Lookeren, den 8 juny 1777;
Het gilde van Rhetorica tot Stekene, den 15 juny 1777;
Het gilde van Rhetorica tot Lier, gezeyd d'Ongeleerde, ofte Jennette-bloem, den 22 juny 1777;
Het gilde van Rhetorica, gezeyd Thaboristen, tot Geeraertsbergen, den 29 juny 1777.
De looting op den tweeden Kersdag voorsc. geeyndigt zynde zoo is het lot 11 gevallen op d'Ongeleerde, en de opdragt is gespeelt door Cristophorus Van Leur, welke opdragt in rym gestelt was door Rev. Dom. Pat. Peeters, predikheer tot Lier, en is als volgt: |
De konst, de ryke konst, uyt 't godendom gesproten,
En op den Helicon met Pegaes bron begoten,
Werd door Mecenas hand met gift en schat beloont,
En in het Capitool met lauwerloof bekroont.
Eylaes! met deezen tyd Appollo staet verwondert
Om dat d'onwetentheyd heeft op zyn kruyn gedondert;
Parnassus is in rouw, en klaegt in overvloed,
Mits Hypocrene's beek getrapt word met den voet,
Van 't menschdom als veracht; maer Gy doet die herleven,
Met aen de zusterschaer een nieuwen glans te geven,
| | | |
Door uw mildaedigheyd; daer gilden tweemael ses
Verschynen voor uw oog, op dat g'een zeldzaem les
In hunnen boezem plant. Wy, een der minste deelen
Van 't edel Rethoryk, vermeten ons te streelen
Dat g'in genaede zult aenveerden 't konstig stuk,
't Geen van onz' lippen vloeyt, en achten voor geluk
Te spreken met een schaer, in d'edel konst ervaeren,
Een schaer, een rechterschaer, waervan de muzescharen
Uytgalmen zegenprael. Gelukkig is ons Gild,
Dat gy op uw thooneel haer spraek gedoogen wilt.
Aenveirt het werk in dank 't geen U word opgedraegen
Door de Jennette-Bloem, op hoop van te behaegen.
Ons lot is in uw hand naer de rechtveirdigheyd,
Waer van gy zelf den schilt en de bewaerders zyt!
| |
Na dat deze opdragt en het spel geeyndigt waren, als ook de comedie, zoo hebben wy voor den wyn van eer genoten 16 potten goeden wyn, waervoor andere speelders, de welke voor ons gespeelt hadden, maer en hebben gehad 8 potten wyn. Dan hebben wy met veel beleefdheyd ons afscheyd genomen en zyn op 23 dito wederom naer Lier vertrokken.
Op den 13 july, voor noen ten elf uren, heeft men te peert zien inkoomen gereden, binnen onse stad, den post (in rood laeken, met zilver galon afgeleyd), komende van St-Nicolaes, Lande van Waes, uit de hoofd-rhethoryk-camer, hebbende eenen lauwertak, verciert met Jennetten, in de hand, en eenen posthoren, waer hy gedurig op blaesde. Deezen post, de stad door de Antwerpsche poort binnen koomende wird (door orders van den heer L.A. Goyvaerts, borgemeester dezer stad) verwillecomt, door het speelen van den beyaert van St-Gummarus kerk, en het schieten van 't canon. Voords, rydende tot by den eerweerdigen heer Ferdinandus Guilielmus De Klercq, cappelaen van St-Gummarus kerk en overdeken onzer gilde, heeft hy hem eenen brief behandigt, welke melde dat aen onze gilde wird veel geluk gewenscht met den eersten prys. Den overdeken heeft den briefbrenger, zynde den cnaep van de hoofd-rhethoryk tot St-Nicolaus, beloont met vier nieuwe keyzerlyke kroonen.
Deeze blyde tyding nu gehoort zynde van de stads inwoonders, zoo hebben zig gaen bezig houden vele persoonen |
| | | |
| |
met het componeeren van liedekens, cronicons, lofdichten, etc. etc., maer wel byzonderlyk mynheer Ludovicus Carolus Stalpaert, notaris van haere keyzerlyke en koninglyke majesteyt, procureur der stad Lier, rentmeester van het koninglyk capittel van den heyligen Gummarus, die daerover schreef het volgende |
Lofdicht.
Noyt heeft afgunstigheyd de muzenschaer verdreven.
De dochters van Jupyn, de negen zusters leven
Niet van het alsemkruyd, of van de bittre gal;
Want zulken spys groyt niet in 't heliconsche dal:
Hun spys is godenbrood, 't geen niet dan soetigheden
Doet proeven aen die't nut. Wanneer de goden treden
Ter feest, in d'hemelzael, zoo daer de Muzen zyn,
Word er een streng gebod gegeven door Jupyn
Dat geenen woutgod daer zyn stem mag laten hooren,
Dewyl hy met zyn zang de muzenlier zou stooren.
Dies mag ik, zonder vrees van afgunst, 't muzenhof
Met iver treden in; ik mag aldaer den lof
Der minnaers van Parnas op hoogen thoon gaen zingen;
En of een woutgod zig by wyl daer in kwam dringen,
Door wangunst aengehitst, enz.
| |
Op 26 julius 1777 vertrokken wy naer Sinte Nicolaus, om onzen gewonnen eersten prys te gaen haelen. Aldaer koomende zoo zyn wy door de voorschreve gildebroeders der Goud-bloem, als ook door den tweeden prys winnende gildebroeders van Geeraertsbergen, zeer triumphant ingehaelt, tusschen het lossen van hun canon en het luyen van hunne groote klok.
Na dat wy onzen wel gewonnen prys ontfangen hadden zyn wy op den 27 julius 1777, wezende maendag, wederom naer Lier vertrokken; en gekomen zynde aen het zoo genaemt Pannenhuys, een afspanning buyten onze stad, op den Antwerpschen steenweg, zyn wy verwillekomt door onsen seer edelen heer hoofdman, overdeken, de onderdekens, onderprince, etc., by hun hebbende dry maegdekens, twee te voet gaende, draegende deze letters: Uyt jonste versaemt, zynde onzen zin-regel oft kenspreuke, het derde |
| | | |
| |
maegdeken te peert zittende droeg deze letters in haer linker hand: |
Ik zaL UW heDen Met VeeL Lof VerCIeren.
| |
In haer rechter hand droeg zy het Landjuweel, den zilveren caffepot. Binnen onze stad koomende zyn wy met veel eer verwillekomt van de Colveniers gildebroeders ('t welk de rhethorycke broeders van den Groeyenden Boom wel hadden moogen doen). Nauwelyks hunne gilde-camer naekende zoo losten zy hun grof geschut, en ons veel geluk wenschende met den wel gewonnen prys, tusschen het drinken van eenige flesschen wyn en goeden dobbelen Caves1. Wy voorttrekkende werden verwillekomt onder het ronken van het stads canon, het welk geplaetst was aen onze triumpherende Ongeleerde Camer, die seer schoon verciert was, zoo zyn wy in een schoon order, tusschen de spelende musicale instrumenten, gekomen tot op onze Camer, alwaer gezien werd, tot een gedagtenis, dezen cronicon: |
WY LIefhebbers Der Jennette-sChaer
Wonnen Den Caffepot In DIt Jaer.
| |
Na dat 's avonds het vuerwerk en het bal in vreugde geeyndigd was, zoo heeft den raed onzer gilde de eer genooten van des anderdags (in corpora) den prys te behandigen aen den eerweerdigen heer Ferdinandus Guilielmus De Klercq, onzen overdeken, die den zelven altyd getrouwelyk bewaert heeft, zoo lang tot dat hy onze gilde bedankt heeft om zynen hoogen ouderdom. Verders is dien prys altyd bewaert geworden by den beëeden overdeken, tot op den 27 julius 1794: alsdan is hy naer het stadhuys gedraegen, tot voldoening der Fransche contributie.’ |
| 1778 |
den 15en february, werd door de kamer van den Groeijenden Boom vertoond het treurspel van Thomas Morus, gevolgd door Den bedrogen Normandischen Edelman, kluchtspel in een deel, versiert met zang. |
| | | |
| 1778 |
den..., door de kamer der Ongeleerden: Joseph, treurspel van Truyts voornoemd. |
| 1780 |
den 23en january, door de kamer van den Groeijenden Boom: De liefdrycke en heldaedige princesse Sylvia, door M.B. Van Bortel, gevolgd door het Beloont Bedrog, klugtspel (naer 't fransch). |
| 1780 |
den 30en january, door de kamer der Ongeleerden: Genoveva, treurspel in dry deelen, gevolgd door Pasquin leermeester, klugtspel in een deel. |
| 1782 |
den..., door dezelfde kamer: De Zegenpraelende wysheyd, in de listzoekende Berthine, klugt, door J.B. Stommels. |
| 1783 |
den 23en february, door dezelfde kamer: Judith, treurspel, door J.F. Van der Borght. |
| 1783 |
den 2en maert, door de kamer van den Groeijenden Boom: Mimi en Colin, opera comique in twee deelen, gevolgd door een vermaekelyke pantomine. |
| 1784 |
den 8en february, Opkomst en ondergang van Romanus Diogenes, keyzer van den Oosten, treurspel, gevolgd door Pasquin, medecyn en waerzegger, klugtspel. + |
| 1785 |
den 23en january, door de kamer van den Groeijen-Boom: Den Arlequin zonder liefde, ofte den deserteur, klugtspel in dry deelen. |
| 1786 |
den 19en february, door de kamer der Ongeleerden: Den deugdminnenden graeve Theodorus en de verduldige Carolina, blyspel, door J.B. Stommels. |
| 1788 |
den 20en january, door de kamer van den Groeijenden Boom: Het dobbel bedrog vertoont in dogter en schildwagt, klugtspel met nieuwe gezangen (zie op 1773). |
| 1789 |
den 2en february, door de kamer der Ongeleerden: Joseph, treurspel door Truyts, en Anselmo en Pasquin, ofte den zegeprael der liefde over de gierig- |
| | | |
| |
heyd, blyspel in dry deelen, door C.A. Bouwens, stads-schoolmeester te Lier. * |
| 1789 |
den 15en february, door de kamer van den Groeijenden Boom: Den patriarch Tobias, treurspel in vier deelen, door Joannes Andreas Kempens. |
| 1791 |
den 27en february, door dezelfde kamer: Nabuchodonosor, blyeyndig treurspel, gevolgd door Den erfgenaem bedrieger bedrogen, klugtspel. |
| 1792 |
den 5en february, door dezelfde kamer: Mimi en Colin, opera comique. |
| 1792 |
den 12 february, door de kamer der Ongeleerden: Joseph, treurspel, van Truyts. |
| 1793 |
den 20en january, door dezelfde kamer: De Africaensche Sophonisba, nieuw treurspel in vyf deelen, door N.N., gevolgd door Don Diego ofte bedroogen gierigaerd, blyspel in dry bedryven, door G.G.F. Verhoeven. *+ |
| 1793 |
den 3en february, door de kamer van den Groeijenden Boom: Saulus bekeering, of Paulus apostel, nieuw treurspel, gevolgd door Jodelet meester en knegt (zie op 1770). |
| 1794 |
den 23en february, door de kamer der Ongeleerden: Joannes Baptista, treurspel, door J.F. Van der Borght, gevolgd door Tesander en Clorimene, ofte gelukkig bedrog, blyspel in dry deelen. |
| 1797 |
den..., door dezelfde kamer: Zaïre, treurspel naer het fransch van Voltaire. * |
| 1799 |
den 28en january, Theodorus en Carolina ofte de zegepralende deugd, door J.B. Stommels.
Op het Argument leest men: |
Waerde mede-burgers!
Dat u niet wonder schyn', daer d'oorlogsfakkel brand,
Dat wy tot uw vermaek het konsttooneel ontsluyten!
God zelf wilt dat den mensch bywyl den geest ontspant.
Men dryv', kan 't mogelyk zyn, de bittre droefheyd buyten!
| | | |
Ook heeft onz' schaer getragt, tot eer der vaderstad,
Voor het vernietigen den schouwburg te bevryden:
De deugd, de wetenschap word hoog by ons geschat,
Dies zal den lasteraer vergeefs ons wit bestryden.
| | Tot de achttiende eeuw behooren ook nog de volgende tooneelspelen der Ongeleerden; doch het is my onbekend of en wanneer zy gespeeld zyn:
1o Romeo en Julietta, treurspel, waerschynlyk door J.F. Van der Borght; +
2o Lustsiecke liefde in den meyneedighen Mutius ende de lichtgeloovende Maranta, treurspel (door den zelfden?); +
3o Wrekende liefde in den wraekgierighen Dorides en de stervende Clorinia, treurspel (door den zelfden?); +
4o De heylsaeme Idonea, conincklyke princesse van Vrankryck, blyeyndigh treurspel, door J.F. Van der Borght; *
5o De Passie Jesu Christi (een ander treurspel dan dat vermeld op het jaer 1735); *
6o Staetsugt van den wederspannigen Absalon uytgevoert tegen zynen vader David, treurspel door J.B. Stommels (myne kopy is van het jaer 1770); *+
7o Eene klucht gemaekt door Verberght, professor in het Verken te Leuven (de voornaemste personnagie is Octavia, dochter van Anselmus, een florentynschen edelman) in vyf bedryven;
8o Eene klucht waer Lieven en Bouwen de twee hoofdrollen in spelen. + Aen het slot leest men de kenspreuk des dichters: Liefde baert kracht;
9o Niceas en Nicetus, treurspel, door Stommels; *
10o Juvenilia ofte de schoone Helena, treurspel, door G.G.F. Verhoeven (ao 1764). * |
| 1801 |
den 25en january, door de kamer der Ongeleerden: Caïn en Abel, ofte eerste broedermoord, treurspel in dry deelen, doorvrogt met zang en balletten. |
| 1801 |
den 8en february, door d'Ongeleerden en de spelers van den Groeyenden Boom te samen, ten behoeve van den armen: Maria Stuart, treurspel, |
| | | |
| |
in dry deelen, gevolgd door den erfgenaem bedrieger bedrogen, blyspel. |
| 1802 |
den 7en february, door de beide kamers: Mustapha Barbarossa, blyspel in dry deelen, door A.F. De Neve, senior. |
| 1802 |
den 21en february, door de beide kamers: Adelson en Salvinie, ofte zegeprael der vriendschap en liefde, treurspel in vyf deelen, door C.A. Bouwens, stads schoolmeester, gevolgd door Dorimond ofte den geveynsden ontdekt, blyspel in dry deelen, (naer 't fransch). |
| 1803 |
den 30en january, door d'Ongeleerden en de Groeyenden te samen: Cleomire ofte zegepraelende godsdienst, treurspel in vyf deelen, gevolgd door de dwaesheyd der minnaers, blyspel in twee deelen. |
| 1803 |
den 13en february, door byzondere liefhebbers, in den Groeijenden Boom: Samson, treurspel in dry deelen, gevolgd door Den doctoor tegen dank, blyspel in twee deelen. |
| 1804 |
den 7en october, door het gezelschap der H. Cecilia St-Jacobi: Den heyligen held Gommarus, treurspel in vyf deelen, door C.A. Bouwens, gevolgd door Dophillus en Suzon, blyspel in een deel. |
| 1805 |
den 2en february, door de Ongeleerden: Sodoma en Gomorrha, treurspel in dry deelen, door den eerw. pater Dominicus Van Stevens, (zaliger geheugenisse) uyt het gewezen orden der Predikheeren (zie over hem myne Verhandeling 11 bl. 187), gevolgd door Lubin en Lucille, blyspel naer het fransch. |
| 1805 |
den 17en february, door de Groeijenden: Tobias, treurspel in vier deelen, gevolgd door Jodelet meester en knecht, blyspel in vier deelen. |
| 1805 |
den 6en october, ten voordeele der parochiale kerk |
| | | |
| |
St-Gummari, door het genootschap der H. Caecilia St-Jacobi: De Furie, blyeyndend treurspel in vyf deelen, door C.A. Bouwens (het onderwerp van dit stuk is de redding der stad Lier op den 14en october 1595), gevolgd door Cleante en Alida, ofte Giljote ingebeelden Alexander den Grooten, blyspel in dry deelen. |
| 1806 |
den 24en january, door de Groeyenden: Nabuchodonosor, blyeyndende treurspel in dry deelen, gevolgd door Dogter en schildwagt, blyspel. |
| 1806 |
den 9en february: Joseph, blyeyndende treurspel, door J.F. Truyts, gevolgd door De gelukkige wederkomst ofte d'erkende liefde, blyspel in twee deelen. *
Achter dit laetste stuk staet aengeteekend: ‘Gespeelt met grooten toeloop. Op 8 dagen ontfangen fl. 482. 6 1/2.’ |
| 1806 |
20en april, door de vereenigde Caecilianen der kerken van den H. Joseph en Kluis: De getrouwe Genoveva, treurspel in vier deelen, gevolgd door Colas en Trinette, ofte d'onverwagte herstelling, blyspel in dry deelen. |
| 1806 |
den 11en october, door de Caecilianen St-Jacobi: Salomona en haere zeven zonen Machabeën, treurspel in vier deelen, gevolgd door Pasquin Pedagoog, blyspel in twee deelen.
Ik herinnere my dat Pasquin in dit laetste stuk tot de twee gelieven, over welke hy als Pedagoog gesteld was, deze regels zegt: |
Studeert hoe 't masculyn aen 't feminyn geraekt,
En hoe dat, saemgevoegd, een derde questie maekt!
| 1807 |
den 18en january, door d'Ongeleerden: De geboorte en de eerste jongheyd van Jesu Christi, in rym gesteld door J.B. Stommels,* gevolgd door De trotse |
| | | |
| |
Amelia, ofte den getrouwen knegt, blyspek in dry deelen, door Fernand Frans De Pauw, van Brussel. * |
| 1807 |
den 15en october, door opgemelde Caecilianen: De wederkomst van den verloren zone, treurspel in dry deelen, gevolgd door Pasquin gardien, blyspel in dry deelen, beide door L.C.S..... [Stalpaert]. |
| 1808 |
den 7en february, door de Groeijenden ‘voor het opregten van eenen nieuwen autaer ter eere van de H. Anna, grootmoeder des Heylands, in de parochiale kerke van den H. Gummarus:’ Constantia de Saint Denis, treurspel in dry deelen, gevolgd door Anselmo en Pasquin, blyspel, door C.A. Bouwens. |
| 1808 |
den 21en february: Romeo en Julia, treurspel in vyf deelen, naer het hoogduitsch van Weisze, door P. Ceulemans, gevolgd door De bedriegeryen van Scapin, naer het fransch van Molière (door Ceulemans, zangmeester en byaerdspeelder der kerk van St-Gommarus). * |
| 1808 |
den 11en october, door gemelde Caecilianen: Montano en Stephanie, blyeyndig treurspel in dry deelen, gevolgd door De wanhoop van Jocrisse, blyspel in twee deelen, de fransche opera en het fransch blyspel gevolgt. |
| 1809 |
den 29en january, door de Groeijenden: Gabinia bloedgetuyge der heylleer Jesu Christi, treurspel in vyf deelen, door C.A. Bouwens, gevolgd door Nicolas-Lucas, blyspel, (naer het fransch stuk Le Milicien). |
| 1811 |
17en febr., door de Ongeleerden: Urbina ofte de zegeprael der verdrukte onnooselheyd, blyeyndend |
| | | |
| |
treurspel, door J.F. Van der Borght, gevolgd door De verwarde jalousie, blyspel in een deel. |
| 1815 |
den 29en january, door die van den Groeijenden Boom: Thomas Morus, kanselier van Engeland, treurspel in vyf deelen, gevolgd door Armide de gemaende onnoozele, blyspel in twee deelen. |
|
1Dezelve behooren thans, voor een groot deel, aen de koninklyke bibliotheek te Brussel. In de opgaven hierna teekene ik deze laetsten met een *, en de andere, in myn bezit, met een +.
1Een spotnaem, aen die kamer gegeven toen zy opgerigt werd, en dien door hare leden werd aengenomen, gelyk onze Belgische edelen in de XVI e eeuw zich Geuzen noemden.
1Verhielen, praet. van houwen, kappen.
1Grimma, anders ook wel Grimmaria genoemd, de vrouw van den heiligen Gommarus.
1De Beschryving van Lier, uitgegeven door Van Lom, voegt er by: ‘Wat de Molen van Parys aengaet, dit was een buytengewoone groote wagen, waerop verbeeld was den Hemelschen Vader in de gedaente van een oud man, bediedende de Eeuwigheid, alsmede O.L. Vrouwe, zittende onder eenen schoonen throon. Wat lager waren de twaelf Apostelen, de vier groote leeraers van de H. Kerk, een Paus, een Cardinael, een Legaet, een Bisschop, een Kanonik, een Pastoor, een Diaken, een Subdiaken en een Koster. Voorts was er een Keyzer in 't volle harnas, de Koning van Vrankryk, een Hertog, een Baenderheer, een Schouteth, een Drossaert, ende nog veele andere Personnagien, die alle het Geestlyk en het Wereldlyk bestier verbeelden.’
1Meer omstandig in Van Lom's Beschryving der stad Lier, bl. 234 et sqq.
1Het tusschen haekjes ingebragte leest men in de Beschryving van Lier, uitgegeven door Van Lom.
1De sententie over dit verschil in Van Lom's Beschryving der stad Lier, bl. 237.
1Meer omstandig by Van Lom, bl. 240 en volgg.
1Zie de kaerte, enz., by Van Lom, bl. 245-249.
1Volgt de beschryving van dit feest, Van Lom, bl. 250-254.
2Zie over hem Belgisch Museum, IV, bl. 283 en 284.
3Er bestaen twee HSS., beide tot titel voerende: Van de Antiquiteyten der stadt Lier, in Brabant, by een vergaderd uyt verscheyde Annotatie-boecken, rekeningen, cohieren, etc., het een van Cornelis De Bie (zie myn Belgisch Museum, IV, bl. 281), het ander van Jonker Richard Van Graesen (Van Lom, bl. 130). Ik weet niet aen wien van beiden myne uittreksels moeten toegeschreven worden. Vermoedelyk is het eerstgenoemde HS. de kopy van het andere.
1Salve, een soort van drinkschael.
|
|