Gloria Parendi. Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654


auteur: Willem Frederik


editeur: J. Visser en G.N. van der Plaat


bron: Willem Frederik, Gloria parendi. Dagboeken van Willem Frederik, stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, 1643-1649, 1651-1654 (ed. J. Visser en G.N. van der Plaat). Nederlands Historisch Genootschap, Den Haag 1995  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 827]

Index van aardrijkskundige namen

Aa (A); rivier, Vlaanderen: II 32, 33, 35, 38
Aacken, Aaken, zie Aken
Aalst, Land van (Landt van Alst); Vlaanderen: III 143
Aardenburg (Aerdenburch, Ardenburch): II 44, III 114
Aarlen (Arlon); Belgisch Luxemburg: I 83
Achtkarspelen; grietenij: V 302, VI 77, 81, 84
Ackrum, zie Akkrum
Aecken, zie Aken
Aenholdt, zie Anhalt
Aenholt, zie Anholt
Aerdenburch, zie Aardenburg
Aernem, zie Arnhem
Aken (Aaken, Aacken, Aecken): V 215, 216, VI 150
Akkrum (Ackrum); Utingeradeel: III 188
Alckma(e)r, zie Alkmaar
Algiers (Alger): V 278
Alkmaar (Alckmaer, Alckmar): I 43, V 84, 92, 130, 165, VI 121, 292, VII 257, 258
Alst, zie Aalst
Ambsterdam, zie Amsterdam
Ameland: V 67, 254, 262, 286, VI 31, VII 189
Amen, zie Namen
Amerika, Spaans (Indien): V 296
Amerongen: VI 189
Amersfoort (Amersvoort): I 56, III 67, 188, V 238, VI 329, VII 253
Amsterdam (Ambsterdam, Mad): I 44, 51, 87, 89, 96, 97, II 39, 42, 88, 106, III 25, 71, 76, 188, IV 43, 67, 68, 70-72, 82, 85, 87, 89, 92, 113, 116, 148, 155, 156, 204, 213, 214, 217, 237, 241, 252, V 30, 32, 51, 52, 56, 73, 79, 84, 85, 93, 98, 99, 128, 140, 141, 146, 163, 165, 166, 175, 179, 261, 276, 277, VI 10, 16, 56, 79, 80, 138, 139, 143, 152, 163, 164, 175, 191, 202, 234, 236, 261, 262, 275, 276, 283, 287, 292, 299, 307, 312, 316, 320, 321, 328, 334, 365, VII 22, 41, 83, 98, 101, 103, 125, 132, 160, 161, 193, 200, 236, 253, 258, 297, 299, 300, 309, 310, 312, 314, 318-323, 338, 355, IX 10, 31, 34, 35
Ancona: V 33
Andtwerpen, zie Antwerpen
Angleterre, zie Engeland
Anhalt (Aenholdt): VII 378, IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Anholt (Aenholt); bij Emmerik: VII 259
Antwerpen (Andtwerpen): I 61, 75, 78, 79, 84-86, II 62, 66, 101, III 82, 85-87, 98, 100, 109, 111, 114, 136, 139, 140, 152, 153, 162, 180, IV 90, 91, 109-112, 115, 116, 118-121, 123, 124, 126, 131, 140-142, 144, 145, 152, 155-157, V 151, 171, 276, VI 132, 140, 141, 187, 197, 235, 247, 297, VII 208, 211, 225
Ardenburch, zie Aardenburg
Ardres; Artois: II 33
Arendonk (Arendonck); Brabant: VII 226
Argentan: VI 293
Arlingen, zie Harlingen
Arlon, zie Aarlen
Armentières (Armentiers); bij Rijsel: III 125, V 143-145, 161, 193
Arnhem (Aernem): I 8, IV 69, 196, V 154, VI 175, VII 69, 251, 259, 287
Artois: V 190
As; Belgisch Limburg: V 187
Assenede (Asne, Asned, Assene, Assened); Vlaanderen: I 58, 69, 80, II 31, 36, 51, 82, III 96, 99, 107, 116, 124, IV 127, 134, VI 129, 132
Auckerck, zie Oudkerk
Augsburg (Ausburch, Aussburch): IV 184, 195
Aurich (Aurick); Oost-Friesland: II 48, VI 17
Aus(s)burch, zie 1) Augsburg; 2) Oostburg
Austrichepolder (Austrischepolder, Austrischpolder, Austryapolder); bij Westdorpe: II 31, 51, 52, 55, 67, 74, 79
Axel: I 76, 79, II 72, 79
Aytta-kavel (Ayta-cabel); in het Bildt: V 239
Baarderadeel (Baerderadeel); grietenij: IV 240, V 56, 93-96, 109, 110, 119, 124, 174, 178, 231, 238, 239, 251, 252, 254, 256-258, 261, 263, 273, 280, 284, 285, 287, 295, 297-300, 302, 305-308, 313, VI 13, 17, 19, 31, 34, 35, 37, 38, 41, 51, 52, 55, 62-64, VII 349
Backersveer; bij Antwerpen: IV 109, 118
Baerderadeel, zie Baarderadeel
Bahia (Bay, Baya): II 83, V 277
Balen (Bael): VI 187
Baltijsk (Pillau): VI 236, 301, 324
Barbarije (Barbarien): VI 49
Barcelona: V 164
Barradeel; grietenij: IV 265, V 27, 103, 112, 252, 262, 300, VI 16, 341, VII 349, 352
Bassevelde (Bassevelden); bij Assenede: III 100
Bay(a), zie Bakia
Beckbergen, zie Beekbergen
Bedaert, zie Birdaard
Beeck, zie Prinsenbeek
Beekbergen (Beckbergen, Beeckbergen, Bickbergen): VI 275, 281, VII 251, 252, 288
Beervelde (Berevelt); Vlaanderen: III 144
Beetgum (Betekum); Menaldumadeel: VI 115
[p. 828]
Beetsterzwaag (Westerswaech, Westeswaech); Opsterland: III 64, 65
Beieren (Beyeren): II 73, III 79, 109, 110, 122, IV 143, V 90, VI 136
Bel(c)kum, Bellekum, zie Berlikum
Bentheim (Benthem); graafschap: VI 138, VII 378, IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Berchem (Berchum, Berckum); bij Oss: I 76, 77
Berenburch, zie Bernburg
Berevelt, zie Beervelde
Bergen op Zoom (Bergen, Bergen op Soom, Soon, Zoon): I 59, 68, 75, 76, 83, 84, 87, II 42, 71, 73, 79, 80, 82-85, III 83, 86, 88, 152, 179, 205, IV 88, 107, 116, 120, 121, 123-126, 151, 157, 159-161, 165, 170, 191, V 82, 189, 286, VI 249, VII 211, 233, 258, 303, 314
Bergen op Zoom; markiezaat: V 75, VI 134
Bergum; Tietjerksteradeel: III 65, VI 115, VII 177, IX 19
Berlijn: IV 145, V 218, VI 225, 252, VII 148, 157, 158, 173
Berlikum (Belckum, Belkum, Bellekum); Menaldumadeel: V 120, VI 97, VII 85, 105
Bernburg (Berenburch): II 97, III 42
Betekum, zie Beetgum
Beveren-Waas (Beverene): III 114, 153
Beverwijk (Beverwijck): VI 121, 122
Beyeren, zie Beieren
Bickbergen, zie Beekbergen
Biervliet: II 30
Bildt, Het (Bilt); grietenij: I 3, 7, 16, II 47, 108, III 19, 24, 28, 36, 138, 191, IV 15, 16, 24, 27, 31, 36, 38, 39, 41, 51, 60, 62, 238, 239, V 30, 49, 53, 56, 61, 63, 64, 66, 69, 84, 94, 110, 146, 239, 251, 252, 254, 258, 262, 265, 273, 277, 282, 283, 295, 331, VI 9, 11-15, 17-20, 23, 26, 33, 38, 39, 41-44, 59, 63, 97, 109, 112, 115, 198, VII 56, 67, 105, 338, IX 31
Birdaard (Bedaert); Dantumadeel: V 284, VI 53
Blankenberge (Blanckenburch): I 67
Blauwe Hand (Blauwe Handt, Hant, Blauwenhant); gehucht bij Wanneperveen: III 188, V 238, VI 329
Blija (Blia, Blie, Blij, Blije); Ferwerderadeel: IV 14, 65, 66, V 99, 273, VI 81, 91, VII 131, 173
Blockersdijck; bij Zwijndrecht, bij Antwerpen: III 114
Bodegraven (Podegra, Podegraff, Podegraven): III 188, V 156, VII 259, 287
Boekhoute (Boechaute, Bouchaute, Bouchauten, Bouckhaute): I 69, 83, II 31
Boerengat (Boeregat, Bourengatt); bij Terneuzen: IV 136, 139
Bois de la Sène; bij Sas van Gent: II 55
Boksum (Boxum); Menaldumadeel: III 30, 39
Bolo(i)gne, zie Boulogne
Bolsward (Bolswert, Boolswart, Boolswert): I 43, 45, II 107, III 20, 28, 38, 40, 41, 46-48, 54, 59, 60, 190, IV 13, 24, 39, 238, 248, V 51, 261, 309, 315, VI 17, 43, 103, 338, VII 21, 25, 29, 44, 78, 87, 192, 324, IX 20
Bommel, zie Zaltbommel
Bommene: II 79
Boolswart, Boolswert, zie Bolsward
Borcht, zie Burcht
Borculo (Borckelo): V 154
Borgondien, Borgundien, zie Bourgondië
Bosch, Den, zie Hertogenbosch, 's-
Bosch, Meyer(e)y van den, zie Meierij
Bouchaute(n), Bouckhaute, zie Boekhoute
Boulogne-sur-Mer (Bologne, Boloigne): II 32, IV 127
Bourbourg (Bourborch, Bourburch); Vlaanderen: II 29, 30, 32, 37, 38, III 116
Bourengatt, zie Boerengat
Bourgondië (Borgondien, Borgundien, Bourgondien): IV 169, V 189, 216, VII 211
Bourum, zie Burum
Boxmeer: IV 198
Boxtel (Boxel): V 186
Boxum, zie Boksum
Brabant (Braband, Brabandt): I 67, 69, 77, II 101, III 73, 86, 87, 153, IV 85, 105, 113, 121, 198, VI 179, 253, 330, VII 70, 98, 126, 228, 296
Brandenburg (Brandemburch, Brandenburch, Marck): II 26, 72, IV 202, 212, 224, V 31, 82, 236, VI 128, 130, 160, 162, 169, 237, 304, 306, VII 52, 85, 99, 127, 155, 354
Brazilië (Brasilien, Indien, West-Iendien, West-Indie, West-Indien): I 79, II 83, 86, IV 219, V 210, 211, 234, 238, 277, VI 122, 135, 137, 160, VII 155, 258, 294
Bre, zie Bree
Breda: I 44, 45, 75, 91, 96, II 30, 63, 71, 73, III 46, 47, 53, 73, 75, 83-86, 113, 123, 124, 140, 178-180, 205, IV 91, 94, 106-109, 111, 114, 121, 123-125, 145, 148, 152, 156-160, 163, 170, 171, 173, 209, V 168, 172, 181, 193, VI 150, 208, 256, 290, VII 210, 230, 258, 314
Bredenbendt, zie Breitenbenden
Bredevoort: IV 132
Bree (Bre); Belgisch Limburg: V 181, 187
Breemen, zie Bremen
Breisach (Brisach): VI 248
Breitenbenden (Bredenbendt); ten zuidwesten van Bonn: V 216, 217
Bremen (Breemen): V 113, VI 234, VII 378, IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Breskens, Land van (Lant van Bresques): VI 324
Bretagne (Bretaigne): II 37
[p. 829]
Briel, Den: VI 213, 215, 223, 234, 237, VII 253, 309
Briksum (Brixum); haevesate: VI 343
Brisach, zie Breisach
Bristol: I 84
Britsum; Leeuwarderadeel: V 67
Brixum, zie Briksum
Broeck, zie Broeke
Broeke (Broeck); bij Mullem: II 84
Brüggen (Bruggen): V 217
Bruessel, zie Brussel
Brützbach: VI 248
Brugge (Brug, Brugen): I 69, II 35, 39, 40, 43, 101, III 82, 97-99, 109, 112, 113, 122, 140, 141, IV 115, 124, 126, 127, 144, 145, 155, 156, VI 140, 197, 235,247
Bruis(s)el, zie Brussel
Brunswijk (Brunswijck); hertogdom: IV 248, V 192, 195, 196, VI 48, VII 378, IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Brussel (Bruessel, Bruisel, Bruissel, Brussell, Buxellis,Bruysel): I 12, 64, 84, IV 105, 107, 140, 163, V 159, 171, 214, 252, VI 215, VII 257
Bruxellis, Bruysel, zie Brussel
Bückeburg (Buckenburch); ten westen van Minden: VI 138
Buiren, zie Buren
Buitenpost (Buytenpost); Achtkarspelen: IX 85
Bulskamp (Buskamper); bij Veurne: IV 127
Bulskampveld (Buscampervelt); ten zuidoosten van Brugge: IV 139
Burcht (Borcht, Burch, Burcht); bij Antwerpen: III 98, 114, IV 121, 145
Buren (Buiren, Buyren); Betuwe: I 45, 56, II 25-28, 31, 44, 48, IV 91, 94, 105, 148, 199, V 150, 155, 156, 185
Burscheid (Burscheit); bij Aken: V 215, 216
Burum (Bourum); Kollumerland: IV 42
Buscampervelt, zie Bulskampveld
Buskamper, zie Bulskamp
Buyren, zie Buren
Buytenpost, zie Buitenpost
C, zie ook K
Cadzand (Casant, Cosant): II 39, 44, III 112
Cadzand, Land van: I 79, II 39, 44, III 114
Calais (Calis): II 29, 30, 33, 34, V 172
Casant, zie Cadzand
Casandria (Cassandria); fort in Staats-Vlaanderen: I 179
Castilië (Castilien): III 71, 72
Catalonië (Catalonien): I 95, II 31, III 72, V 70, 121, 139, 141, 142, 144, 146, 148-152, 161, 164, 169, 171, 173, 177, 309, VII 296
Catelijneschans (Cateline-); schans bij Sluis: I 80
Champagne: II 33
Châteaurenard (Chastau-Renard); ten zuiden van Avignon: V 163
Celle (Zeil); Duitsland: VII 22
China: IV 244
Coevorden (Coeverden, Couverden): III 53, 54, 124
Collen, zie Keulen
Collum, zie Kollum; Kollumerland
Colme; rivier, Frans-Vlaanderen: III 95, 96
Congo: I 71
Conincksberg, Coninckxberch, zie Koningsbergen
Constantinopel (Constantinopelen, Constantinopolen): I 92, V 298
Contributieland (Contrebutielandt): III 142, 177, IV 115
Copenbruck, Copenbrug, Coppenbrucke, zie Koppenbrügge
Coppenhagen, zie Kopenhagen
Cornjum (Kornjum); Leeuwarderadeel: I 117, 118, III 37, IV 17, 62, V 47, 111, VI 95, 103, 116, 117, 338, VII 82, 101, 105, 110, 123, 147, 184, 350, IX 14
Cosant, zie Cadzand
Couverden, zie Coevorden
Couwater, zie Koudewater
Crabaten, zie Kroatië
Crèvecoeur (Creveceur); fort bij Empel: I 73
Cromhaut; bij Zelzate: III 167
Cronenburch: I 76
Culemborg (Culemborch, Culemburch, Cuylemburch): I 87, II 25, 28, IV 69, 85, 105, 199, V 36, 141, 146, 150, 154-156, 185, VI 147, 189, 282, VII 202, 207
Damme(Dam): II 40, 43, 44, III 108, 112, 113, 124, IV 144
Dantumadeel; grietenij: IV 26, 31, 237, V 57, VI 44, 72, VII 152
Deinze (Deinse): III 143
Delfshaven (Delfshaeven): III 180, VI 212, VII 231
Delft (Delftt): I 44, 50, II 89, 95, III 76, IV 113, 152, 228, V 84, 132, 174, 277, VI 71, 128, 144, 213, VII 231, 257, 258, 311, IX 10
Delfzijl (Delfsiel, Delftsiel, Delfziel): III 49, 51, IV 239
Demer (Demmer); rivier: I 78
Dendermonde: III 82, 87, IV 113, 117, 124, 131, V 144
Denemarken (Denemarck, Denemarcken, Denmarcken, Dennemarcken): II 25, 26, 29, 31, 88, 101, 102, 107, 110, 112, III 10, 25, 28, 37, 63, 72, 77, 80, 100, 107, 140, 182, 185, 189, 194, IV 68, 89, 200, 209, 214, 218, 222, 228, 229, 248, V 117,
[p. 830]
123, 147, 168-170, VI 139, 142, 238, VII 83, 99, 155, 190, 234, 239, 241, 242, 308
Deurme, zie Durme
Deutekum, zie Doetinchem
Deventer: V 152, VII 160
Dielburch, Dielburg, zie Elburg
Dieren (Dyren): V 154, 165, 168, 179, 185, 310, VI 133, 263, 270, 274, 275, 284, VII 203, 241, 251-253, 259, 321
Diest: IV 184
Dietz; graafschap: IV 112, V 216, 217, 277, 279, VI 15, 287, VII 86, 96, IX 15
Diever (Diveren): III 65
Dijlerschans (Dylerschantz); Oost-Friesland: V 252
Dillenburg (Dillemburch): III 29, VI 293, 328
Diveren, zie Diever
Doccum, Dockum, zie Dokkum
Doel (Landt van den Doelen): IV 144
Doesburg (Doesburch): VI 275
Doetinchem (Deutekum): VII 252, 259
Dokkum (Doccum, Dockum): I 0, 2-4, 6, 7, 12, III 29, 32, 57, IV 13, 252, V 49, 53, 66, 256, 278, 313, VI 17, 31, 40, 43, VII 42, 105, 160, 181, 186, 190, 191, 196, 346, 354, IX 13; zie ook Admiraliteit te Dokkum
Dordrecht (Dordrech, Dort): I 59, 87, II 3, 29, III 3, 60, 61, 72, 76, 180, 205, IV 1, 113, 121, V 1, 83, 84, 92, 139, 141, 142, VI 1, 144, 145, 164, 175, 254, 260, 261, 263, 264, 267, 269, 270, 272, 273, 276, 285, 286, 289, 290, 293, 294, 296, 299, 300, 302, 309, 312, 316, 322, VII 2, 207, 230-233, 235, 237, 257-259, 287, 296, 300, 301, 306, 307, 310, 323
Dorsten: III 94
Dorth, huis te; ten zuidoosten van Deventer: V 154
Dort, zie Dordrecht
Dortse Kil (Cill, Kill, Kyl): I 87, II 29, 30, 83, 85, III 180, V 139, VII 230
Douai (Douay): VI 35
Drenthe (Drente): III 65, IX 11, 233, 234, X 236, XI 129, XII 13
Dublin (Dublyn): VII 209
Duffel (Duyfel, Duyffel); landstreek ten oosten van Nijmegen: I 91, V 82, 230
Duinkerken (Duynkercken, Duynkerken): I 45, 87, 89, II 29, 33, 35, 37-40, 43,III 96, 101, 123, 186, IV 132, 134, 151, 155, 157, 160, 162, 163, 165-167, 184, 210, V 162, 180
Duitsland (Dutzlandt, Duyslandt, Duyslant, Duytslandt, Duytslant, Duytzlandt): I 87, 96, II 28, 33, 80, 84, III 36, 42, 43, 45, 72, 114, 138, 153, 179, 192, 195, IV 9, 49, 88, 107, 108, 111, 112, 114, 128, 130, 131, 184, 198, 224, 244, 265, V 27, 28, 68, 73, 91, 100, 107, 108, 110, 116, 120, 125, 126, 140, 142, 159, 162, 164, 169, 185, 187, 192, 195, 213, 214, 216, 230, 234, 236, 259, 281, VI 26, 83, 86, 129, 137, 143, 146, 148, 159, 165, 167, 171, 192, 197, 204, 223, 232, 246, 261, 262, 270, 299, 327, 339, 340, 344, VII 14, 52, 54, 80, 126, 129, 162, 199, 208, 235, 254, 299, 338, 358, IX 15, 21, 87, 234, X 236, XI 129, XII 14
Durme (Deurme); rivier: III 100, 145
Dutzlandt, zie Duitsland
Duyf(f)el, zie Duffelt
Duynker(c)ken, zie Duinkerken
Duyslan(d)t, Duytslan(d)t, Duytzlandt, zie Duitsland
Dylerschantz, zie Dijlerschans
Dyren, zie Dieren
Ee; Oostdongeradeel: III 48
Eeklo (Eickelo, Eikelo, Eyckelo, Eyckeloo): II 36, 41, 49, III 112, IV 128, 151
Eeklo, Groot- (Groot-Eyckelo): IV 126
Eeklo, Klein- (Klein-Eeckelo): IV 128
Eikenboom (Eyckenboom); bij Oldebroek: V 151
Eindhoven (Eindhooven): I 76-78, V 181, 186
Eksaarde (Exaerde); bij Lokeren: III 100
Elburg (Dielburch, Dielburg): I 56, V 238
Elsatz, d', zie Elzas
Elsbeet, Elsbet, Elsbett, zie Elspeet
Elseneur, zie Helsingör
Elshout, het('t Elshooft); [Nieuw-Lekkerland]: VI 212
Elspeet (Elsbeet, Elsbet, Elsbett): III 67, 188, VI 329, VII 252
Elzas (d'Elsatz): V 142
Emden (Embden): III 51, 52, 56, 77, 79, IV 65, 224, 239, 243, V 100, 113, VI 17, 75, 294
Emmerik (Emeryck, Emmerick, Emmeryck, Emrick, Emryck): I 78, 92, III 54, V 230-232, VII 203, 251, X 238, XI 130, XII 17
Enchuisen, Enckhuysen, zie Enkhuizen
Engeland (Angleterre, Engelandt, Engelant, Englandt, Englant): I 4, 45, 61, 68, 69, 79, 83, 84, 87, 93, 94, II 26, 28, 29, 31, 41, 50, 52, 72, 83, III 72, 73, 100, 111, 112, 114, 116, 122, 124, 138, 142, 153, 156, IV 54, 71, 73, 105, 108, 115, 130, 132, 139, 143, 162, 164, 184, 196, 199, 210, 224, 236, 247, V31, 51, 70, 73, 77, 85, 100, 108, 117, 120, 122, 123, 140, 163, 165, 167, 172, 179, 185, 233, 234, 310, VI 58,74, 122, 131, 139-141, 143, 146, 157, 158, 160, 187, 197, 201, 203, 206-208, 210, 213, 215, 217, 226, 228, 230, 237, 251, 255, 259, 265, 284, 290, 293, 311, 313, 314, 322, VII 14, 22, 25, 50, 70, 80, 83-85, 87, 98, 103, 121, 122, 150, 192, 200, 202, 209, 236, 237, 253, 254, 258, 289, 308, 310, 315, 322
Engelum (Englum); Menaldumadeel: I 118, III 39, VI 95
[p. 831]
Englan(d)t, zie Engeland
Englum, zie Engelum
Enkhuizen (Enchuisen, Enckhuysen): I 43, 44, 45, 97, III 32, IV 67, 237, V 93, 276, 277, VI 288, VII 257, 258
Erkelenz (Erckelens): V 217
Escluse, fort de l'; bij Grevelingen: II 33
Etten; [Etten-Leur]: VII 230
Exaerde, zie Eksaarde
Exeter: I 84
Eyckelo(o), zie Eeklo
Eyckenboom, zie Eikenboom
Farmsum (Femsum); bij Delfzijl: VI 342
Ferdinandusfort (Ferdinando); Staats-Vlaanderen: III 151
Fernsum, zie Farmsum
Ferveradeel, zie Ferwerderadeel
Ferwerd (Fervert, Ferwert, Feverd); Ferwerderadeel: V 58, VI 343
Ferwerderadeel (Ferveradeel); grietenij: IV 24, V 61, 335, 338-340, VII 47, 50, 56, 72, 74, 76, 79, 86, 96, 107
Ferwoude (Ferwoud); Wonseradeel: IV 23
Feverd, zie Ferwerd
Filippine, zie Philippine
Flandre, zie Vlaanderen
Fraenicker, zie Franeker
France, zie Frankrijk
Franchipane; fort bij Moerbeke: II 77, III 165, 177, 178
Franckenthal, zie Frankenthal
Franckrijck, zie Frankrijk
Franeker (Fraenicker, Franicker, Franiker, Franiquer, Franycker): I 0, 3, 97, II 88, 107, III 12, 28, 57, 60, 61, 64, IV 37, 44, 51, 53, 60, 237, 246, V 28, 29, 34, 36, 37, 47, 48, 52, 53, 62, 65, 95, 146, 239, 252, 265, 300, 303, 305, 352, VI 23, 43, 67, 86, VII 25, 26, 50, 55, 78, 105, 124, 130, 344
Franekeradeel (Franickeradeel); grietenij: VI 21, 341
Franicker, zie Franeker
Franickeradeel, zie Franekeradeel
Franiker, Franiquer, zie Franeker
Frankenthal (Franckenthal): bij Mannheim: II 73
Frankrijk (amicus Gallus, France, Franckrijck, Vranckrick, Vranckrijck, Vrankrick, Vrankrijck): passim
Franycker, zie Franeker
Frederik Hendrik (Fredrick Hendrick); fort bij Sluis: I 80
Friesland: passim
Friesland, steden van: I 53-55, II 99, 107, 112, III 10, 29, 30, 32-35, 37, 41, 55, 56, 182, 189, 190, 193, 194, 196, IV 7, 8, 10, 11, 17, 23, 25, 26, 29, 30, 38, 42-44, 49, 51, 54, 56, 112, V 49, 52, 55, 57-61, 65, 69, 78, 100, 103, 174, 253, 276, 277, 313, VI 19, 21, 32, 39, 43, 45, 47, 48, 60, 62, 71, 77, 79-81, 137, 247, 329, 336, 338, 341, 364, VII 30, 42, 46, 47, 49, 54, 55, 57, 60, 61, 67, 69, 75, 76, 98, 109, 149, 152, 157, 192, 193, 340, 352, 354, 355, IX 14
Gaasterland; grietenij: III 182, IV 33, V 112
Garijp; Tietjerksteradeel: VII 340
Gaudum, zie Goutum
Gauriaen, zie Goudriaan
Geel; Antwerpen: I 75
Geertruidenberg (Getruydenberch): IV 120
Geete, zie Keten
Gelder, zie Geldem
Gelderland (Gelderlandt, Gelderlant): I 64, 68, 80, 91, III 71, 73, IV 50, 131, 171, 204, V 70, 82, 139, 143, 144, 148, 152, 168, 174, 178, 278, VI 75, 76, 86, 145, 158, 233, 247, 251, VII 71, 194, 237, 378, IX 34, 35, 235, X 239, XI 131, XII 17; zie ook Overkwartier van Gelderland
Geldern (Geldre, Gelder, Guelder): I 75, 76, 78, II 42, 47, III 110, IV 116, 117, 123, 199, V 160, 232, 235
Gemert (Gheemert): VI 258, VII 288
Gendt, zie Gent
Gennep: I 73, 75-77, IV 175, 198, 199, V 160
Gent (Gendt): I 69, 70, 76, 77, II 43, 51, 54, 68, 101, III 87, 96, 98, 99, 101, 108, 109, 123, 136, 137, 140, 141, 144, IV 124, 126, 127, 144, 145, 155, 156, V 230, VI 140, 141, 197, 235, 247
Getruydenberch, zie Geertruidenberg
Gheemert, zie Gemert
Ghravenweert, 's, zie Gravendeel, 's-
Giessenburg (Gijssemburch): VII 207
Ginneken; ten zuiden van Breda: IV 112
Glabbach; bij Düren: V 217
Glückstadt (Gluckstat): II 25
Goch: V 82
Goeree (Goore); eiland: VI 215
Goereese Gat (in 't Goere); zeestroom: VI 213
Goes (de Goes, Tergoes, Tergous): I 77, 83, II 30, 89
Goore, zie Goeree
Gorinchem (Gorckum, Gorcum, Gorkum): II 28, III 76, 205, V 237, VI 209, VII 209
Gouda (Tergau): III 76, IV 94, 113, V 84, 150, VI 288, 293
Goudriaan (Gauriaen): VII 207
Goutum (Gaudum, Goudum); Leeuwarderadeel: III 191, IV 62
Grand-Fort-Philippe; fort bij Grevelingen: II 32, 33, 39
Grave (Graef, Graf): I 73, 76-78, III 53, 54, IV 174
[p. 832]
Gravendeel, 's- ('s-Ghravenweert): III 83
Gravenhage, 's- (Den Hach, Haech, Haege, Haeghe, Hage, Haghe): passim
Gravenzande, 's- (Gravesand, Gravesande): II 89, 90
Grevelingen (Grevelinck, Greveling, Grevelinge): I 89, II 29, 31, 32, 40, 42-44, 47, 48, 51, III 69
Griekenland: V 283
Grimhuizen (Grimhuysen); huis bij Ginneken: IV 112
Groening(h)en, zie Groningen
Groeningerlandt, zie Stad en Lande
Groenland (Gronlant): VII 155, 359
Groningen; gewest, zie Stad en Lande
Groningen (Groeningen, Groeninghen, Gronningen, Gronninghen); stad: I 1, 89, III 40, 60, 71, 73, 186, 195, IV 9, 61, 229, V 29-31, 48, 51, 119, 139, 178, 252, 254, VI 53, 80, 84, 150, 213, 226, 232, 255, 328, VII 127, 193, 338, 351, 358, IX 28, 80, 85, 86, 88, 233, X 236, XI 129, XII 13
Gronlant, zie Groenland
Gronsveld (Gronsfelt): I 78
Grooste Schelde, zie Schelde
Groot-Eyckelo, zie Eeklo, Groot-
Groote Schelde, zie Schelde
Groote Schuir, de, zie Terschuur
Guelder, zie Geldern
Gulik (Gulyck, Guylick); hertogdom: IV 186, VI 169
Gulik; stad: III 160
Haarlem (Haerlem): I 43, 95, 96, II 27, 106, III 69, 76, IV 113, 237, V 79, 84, 92, 93, 130, VI 122, 127, 133, 152, 227, 232, 238, 269, 270, 287, 289, 303, 312, 321-323, 328, VII 193, 258, 293, 306, 323
Haasdonk (Haesdonck); ten westen van Antwerpen: IV 135
Haastrecht (Haestrecht): IV 94, VII 199
Hadamar; ten noordwesten van Limburg a/d Lahn: VI 293
Haech, Den, zie Gravenhage, 's-
Haeckjen, 't, zie Princenhage
Haeg(h)e, Den, zie Gravenhage, 's-
Haerlem, zie Haarlem
Haerst (Haer); bij Zwolle: V 138
Haesdonck, zie Haasdonk
Haestrecht, zie Haastrecht
Hage, Den, zie Gravenhage, 's-
Hageland ('t Haghelandt); bij Ossendrecht: I 84
Haghe, Den, zie Gravenhage, 's-
Haghelandt, 't, zie Hageland
Halberstadt (Halberstat): III 42
Hallum; Ferwerderadeel: III 45, 48, IV 14, V 55, 111, VI 340, VII 101, 186, 350
Haltern (Halteren): IV 155
Ham, Den: V 193
Hamburg: V 100, 113, VII 158
Hanau; ten oosten van Frankfurt aan de Main: IV 229
Hannover: VII 22
Hannuit (Hanuy, Hanuyt): III 80, V 187
Hans-Vriesschans (Hans de Fries); schans bij Sluis: I 80
Hanuy(t), zie Hannuit
Harlingen (Arlingen, Harlinghen): I 97, II 107, III 57, IV 37, 50, 51, 60, 67, 237, 264, V 26, 33, 51, 53, 57, 79, 93, 99, 130, 263, 274, 275, 280, 283, 296, 310, VI 9, 13, 14, 26, 38, 74, 111, 121, 333, VII 14, 17, 42, 44, 47, 58, 76, 97, 108, 124, 125, 324, 337, 339, 344, 358, IX 13, 32, 33; zie ook Admiraliteit te Harlingen
Harz (Harswald): VI 301
Haskerland; grietenij: IV 14, 15, 17, 33, VI 80
Hattum: V 151, VI 329
Heerenberg, 's-: VII 251
Heerenveen (Heerenfehn, het Veen): I 56, V 238, VII 104, 159, IX 19
Heeswijk (Heeswijck): I 77, 78
Heildegum, zie Hillegom
Heilige Berg (Heiligen Berch); bij Leusden: V 150
Helder, Den: IX 33
Hellegum, zie Hillegom
Hellevoetsluis (Hellevloetsluys, Hellevoetsluys, Helvoetsluys); Zuid-Holland: VI 175, VI 200, 215, 237
Helsingør (Elseneur): IV 217
Helvoetsluys, zie Hellevoetsluis
Hemelumer Oldeferd; grietenij: V 34, 278, VI 69, 93, VII 344
Hennaarderadeel (Hennaderadel); grietenij: IV 61, 65, V 47, 299, VI 17, 25, 82, VII 21, 43
Henri-Chapelle (Henrychappel); ten noorden van Verviers: V 189
Herborn; ten zuiden van Dillenburg: III 61, VII 99, 105, 128
Herentals (Herentaels, Herenthaels, Herenttaels): I 67, III 136, IV 191, VII 226
Hertogenbosch, 's- (Den Bosch): I 76, 91, 96, II 71, III 73, 75, 85, IV 106, 173, 252, V 74, 130, 168, 185, 186, 230, 256, VI 217, 246, VII 70, 258, 314, 356
Hessen: I 76, 83, II 96, III 70, 77, 185, IV 92, 143, 216, V 217, 235, 275, VI 148, 244
Heusden: I 77
Heyfort; bij Zelzate: II 52, 76
Hildesheim; bisdom: V 192, 195
Hildesheim; stad: V 146, 192, 195
Hillegom (Heildegum, Hellegum, Hillegem): VI 328, VII 193
[p. 833]
Hindeloopen (Hinlopen): III 29, V 30, 53, VI 38, VII 45, 47, 196, 324
Hintham (Hintum); bij Rosmalen: IV 173
Hoboken: III 152
Hönnepel (Hunpel); bij Kalkar: VI 174
Holland (Hollan, Hollandt, Hollant): passim
Holland, steden van: III 72, 80, IV 68, 72, 81, 93, 113, 193, 204, V 84, 85, 98, 99, 121, 127, 148, 153, 161, 163, 166, VI 16, 25, 141, 142, 144, 145, 175, 191, 228, 235, 260, 273, 276, 289, VII 83, 236, 256, 258, 301, 306, 313, 315
Holstein; hertogdom: II 25
Holzappel; graafschap, ten westen van Limburg a/d Lahn: VI 246
Hondt, zie Westerschelde
Hongarije (Ungeren): VI 193
Honselersdijk (Honselerdijck): I 87, 88, II 89, 106, III 69, 81, IV 69, 71, 83, 87-89, 92, 148, 202, 216, V 140, 164, 181, 310, VI 128, 133, 150, 256, 282
Hoochstraeten, zie Hoogstraten
Hoochwou(de), zie Hoogwoud
Hoogsoerense Bos (Hooghesuirsche Bosch): VI 284
Hoogstraten (Hoochstraeten): VII 211, 227, 228
Hoogwoud (Hoochwou, Hoochwoude): I 43, V 130
Hoorn; [Noord-Holland]: I 51, V 123, 148, 276, 277, VI 16, 43, 121
Huizum (Husum); Leeuwarderadeel: IV 62
Hulst: I 62, 68, 79, II 101, III 70, 87, 96, 100, 136, 145, 146, 149, 155-157, 160, 162-165, 178, 180, 205, IV 92, 111, 120, 126, 130, 140, 141, 143-145, 149, 151, 155, 157, V 130, VI 148, VII 356
Hulsterambacht: VII 228
Hunpel, zie Hönnepel
Husum, zie Huizum
Idaarderadeel; grietenij: IV 59, 65
Iendien, zie Oost-Indië
Ieper (Iperen): III 123, VII 108
Ierland: II 52, V 214, VII 128, 202
IJlst (Yels, Yls): III 32, 45, 47-49, 55, 56, 59, 61, 64, IV 24, V 51, 53-57, 64, 70, 74, 76, 99, 105, 282, VI 39, 40, VII 17, 41, 196
IJsendijck, zie IJzendijke
IJssel: III 188, VI 329
IJsselstein (IJselsten, Iselstein): II 25, V 150, 185, VI 272, VII 240
IJzendijke (IJsendijck, Isendijck): I 79, III 112, 114, 115, V 126
Indië (Indien): V 93
Indien, zie 1) Amerika, Spaans; 2) Brazilië
Ingelmunster: III 142
Iperen, zie Ieper
Isabella (Isabelle); fort bij Sluis: I 79, IX 15
Iselstein, zie IJsselstein
Isendijck, zie IJzendijke
Italië (Italien): II 26, III 99, IV 203, V 70, 80, 84, 91, 142, 169, 180, 214, 281, 309, VII 226
Itaparica (Taperica); eiland, Brazilië: V 277
Jaetz (Jachs); kasteel bij Maastricht: I 78, 79
Jauwer, De, zie Joure
Jelsum (Jelsen); Leeuwarderadeel: IV 253, VI 338, VII 150, 158, 162, 173
Jemgum (Jemmingen); Oost-Friesland: VI 112
Jonkvrouwengat (Jufferengat); water, Staats- Vlaanderen: III 112
Jorck, zie York
Jorwerd (Jorwert); Baarderadeel: V 282
Joure (De Jauwer); Haskerland: VI 329
Jufferengat, zie Jonkvrouwengat
Jutland (Jutlandt): II 25
Kaiserswerth (Keiserweert); bij Düsseldorf: I 78
Kaldenkirchen (Kakerck): IV 187
Kallo (Callo, Calloo); plaats, fort: III 98, 114, 162, IV 139, V 232, VI 328
Kamerijk (Camerijck): VII 160, 173, 240
Kampen (Campen): I 56, III 192, V 238, VI 249, 286, 327
Kanaal Oostende-Brugge-Gent (Canael): III 99, 109, 110, IV 127
Kassel (Cassel); [Duitsland]: IV 145, VI 338
Keiserhoeck; redoute bij Moerbeke: III 177
Keiserhoff, zie Wenen
Keisersfort: III 107
Keisershoff, zie Wenen
Keiserweert, zie Kaiserswerth
Kent (Kendt): I 79
Kerpen (Cerpen); ten westen van Koblenz: II 90
Keten (Geete); water: II 30
Keulen (Ceulen, Chur-Ceulen, Collen); keurvorstendom: V 192, 193, 195, VI 136, 159
Keulen; stad: V 192, VII 378, IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Keutherdt, zie Kuitaard
Kieldrecht (Kijldrecht): III 140, 149
Kill, zie Dortse Kil
Kleef (Cleef, Cleeve, Kleeff); hertogdom: I 91, III 186, IV 198, 201, V 152, 194, 210, 231, 236, VI 136, 146, 151, 160, 169, 184, VII 237, 378, IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Kleef; stad: IV 105, 225, V 98, 170, 179, 215, 229, 231-234, 238, VI 94, 134, 139, 143, 144, 146, 149, 150, 157-159, 162-168, 170, 172, 176, 179, 183-188, 190, 194, 369, VII 28, 100, 226, 251, 252, 260, 348
Klein-Eeckelo, zie Eeklo, Klein-
Klein-Selsaten, zie Zelzate, Klein-
[p. 834]
Kleine Scheld, zie Schelde
Knotsenburg (Knodsemburch); schans bij Nijmegen: VI 152
Kolding (Coldingher bruck); Denemarken: II 25
Kollum (Collum); Kollumerland: V 295, VII 106, 107
Kollumerland (Collemerlandt, Collmerlant, Collum, Collumerlandt); grietenij: IV 16, 26, V 57, 78, 239, 253, 296, VI 72, 80, VII 47
Koningsbergen (Coninckxberch, Conincksberg, Koningsberch): III 34, VI 162, 236
Kontich (Contwyck): I 79
Kopenhagen (Coppenhagen): IV 214, 248
Koppenbrück (Copenbruck, Copenbrug, Coppenbrucke); ten noorden van Rathenau: V 98, 108, VII 26, 28, IX 15
Kornjum, zie Cornjum
Kortrijk (Cortrick, Cortrijck): III 140, IV 111, 112, 114, 115, 128, VI 230
Koudewater (Couwaeter); klooster bij 's-Hertogenbosch: IV 173
Koudum (Coudum); Hemelumer Oldeferd: VII 191, 343, 352
Krabbeschans (Crabbeschans); schans bij Sluis: I 80
Kranenburg (Craenebruch): VI 183
Kreven; bij Meurs: V 217
Kroatië (Crabaten): III 94, 107, 156, 161
Krombeke (Crombeeck): III 166
Kruisschans (Kruischans, Kruysschans); fort bij Antwerpen: IV 144, VII 356
Kudtherdt, zie Kuitaard
Kuik, Land van: V 75
Kuitaart (Keutherdt, Kudtherdt); Staats-Vlaanderen: I 62, 63
Kuynder, De: II 29
Kwapaardsgat (Quaetpeerdegat); sluis bij Hulst: I 63
Kyl, zie Dortse Kil
Lamotte, zie Motte-aux-Bois
Langerbrugge (Langebrug, Langerbrug); bij Gent: III 101, 123, IV 133, 134
Lapscheure (Lapschuir); ten zuiden van Sluis: II 42
Lay, zie Leie
Leerort (Den Oordt, Lieroordt); Oost-Friesland: VII 82, 258
Leeuwarden (Leewarden, Lewarden, Liewarden): passim
Leeuwarderadeel (Lewerderadeel, Lewerderadell, Liewerderadeel); grietenij: V 33, 61, 108, 124, 312, VII 99
Leiden (Leyden): III 76, IV 69, 113, V 84, 150, VI 135, 270, 271, 288, 289, 303, 312, 315, 321, 322, 328, VII 110, 251, 257, 258, 287, 306
Leiderdorp (Leyerdorp): V 156, VI 270, VII 252
Leie (Lay, Ley, Leye, Lys, Suyt Leie); rivier: I 76, II 42, 49, 50, 62, 68, III 95, 110, 142-144, IV 111
Lek; heerlijkheid: VI 223
Lenske: V 216
Leppedijk (Leppedijck); Friesland: I 11, III 53
Lerida: V 180
Leuven (Leeuwen, Leewen): V 28, 163
Lewarden, zie Leeuwarden
Lewerderadeel, Lewerderadell, zie Leeuwarderadeel
Lexmond (Lexmund): VII 209
Ley, zie Leie
Leyden, zie Leiden
Leye, zie Leie
Leyerdorp, zie Leiderdorp
Liefkenshoek (Lijfkeshoeck); bij Antwerpen: IV 144
Liek (Lincke); fort bij Broekburg: III 110, 111
Liemers (Limers, Lymers); landstreek: I 8, 76, 91, V 82, 152-154, 160, 161, VI 163, 302, VII 69, 241
Lier: I 67, III 136, IV 191
Lieroordt, zie Leerort
Liesveld (Liesfelt, Lijsfeldt, Lijsfelt, Lijsvelt); baronie: I 42, 43, II 94, III 67-69, 237, VI 139, 141, 193, 208-210, 249, VII 51, 148, 202, 203, 206, 207, 213, 254
Liewarden, zie Leeuwarden
Liewerderadeel, zie Leeuwarderadeel
Lijfkeshoeck, zie Liefkenshoek
Lijsfel(d)t, Lijsvelt, zie Liesveld
Lillo: I 69, IV 144
Limburg (Limborch, Limburch); hertogdom: I 1, IV 219, V 189, 208, 216, VI 158
Limburg; stad: I 12, 75, IV 150, V 215
Limers, zie Liemers
Lincke, zie Liek
Linge (Linghe): II 28
Lingen; graafschap: V 281, VI 276, VII 211, 238, 288
Linghe, zie Linge
Lisse (Lis, Liss): IV 236, VII 193, IX 33
Lith (Lit): I 77, II 28
Lithoijen (Litoyen): I 77
Loemel, zie Lommel
Lokeren (Loockeren): III 145, 156, IV 131, 132, 253
Lommel (Loemel): I 76
Londen: III 101, V 165, 177, VII 295
Loockeren, zie Lokeren
Loon op Zand (Loon, Loon op Sant): IV 106, 173
Loraine, zie Lotharingen
Loreto (Lorette): V 33
Lotharingen (Loraine, Lorraine); hertogdom: II 52-54, III 94, 99, 121, 140, IV 186, V 90, 169, VII
[p. 835]
347, 350, 359
Lovendegem (Lovendegum, Lovendigum); bij Gent: I 80, III 142, IV 126
Lübeck: VII 378, IX 235, X 239, XI 131, XII 17
Lüneburg (Lunenburch): V 196, VI 49, 54, 60
Luik (Luyckse); bisdom: I 76, V 187, 208, 210, 211, VI 147, 159, 300
Luik (Luyck); stad: V 190, 192, 207, 211-213, VII 208, 226, 229
Luxemburg (Lutzemburch, Lutzenburch, Luxemburch); hertogdom: I 1, VI 266, VII 314
Luxemburg; stad: I 79
Luyck(se), zie Luik
Lymers, zie Liemers
Lys, zie Leie
Maagdenburg (Magdeburch): II 97, III 42
Maas (Maes, Mase): I 67, 73, 75-78, 83, II 31, 47, III 27, 73, 85, 100, 109, 110, 116, IV 123, 145, 174, 176, 183, 194-196, V 124, VI 247, VII 209
Maaskant (Maeskandt): IV 116, 117, 145, 169, VI 158
Maassluis (Mazelandtsluys): VI 215
Maastricht (Maestrich, Maestricht): I 78, 87, II 55, 71, III 15, 70, 75, 80, 111, 178, 179, 205, IV 65, 107, 108, 112, 116, 120, 123, 163, 166, 167, 169, 170, 240, V 130, 168, 181, 187, 188, 239, 298, VI 243, 252, VII 229, 356
Mackum, zie Makkum
Mad, zie Amsterdam
Madrid: VII 257
Maes, zie Maas
Maeskandt, zie Maaskant
Maestrich(t), zie Maastricht
Magdeburch, zie Maagdenburg
Mainz (Mentz): II 73
Makkum (Mackum); Wonseradeel: VI 77, 78, VII 352
Maldegem (Maldegum): II 31, 41, 43, 44, 48, 49, III 97, 112, 114, 116, IV 121, VI 129
Male; bij Brugge: III 113
Malfuse: V 191
Marck, zie Brandenburg, Mark
Mardijk (Mardijck); Vlaanderen: II 38, 39, III 96-101, 107, 110, 139, 186, IV 135, 144, 145, 150
Mariakerke (Mariekerck); bij Gent: III 141
Mariaschans; bij Kallo: III 114, 162, IV 117, 139
Mariekerck, zie Mariakerke
Mark ('t landt van der Marck); hertogdom: VI 169
Marssum (Marsum); Menaldumadeel: V 111, VI 83, VII 23, 188
Mase, zie Maas
Mauritsfort (Mauritzfort); Staats-Vlaanderen: I 79, II 30, 55
Mazelandtsluys, zie Maassluis
Mechelen: IV 140, 164
Mecklenburg (Meeckelemburch); hertogdom: VI 169
Medemblik (Medenblyck): V 123, 130, VI 16
Medië: V 349
Meeckelemburch, zie Mecklenburg
Meenen, zie Menen
Meerenburg; huis bij Lisse: I 96
Megen: VI 221
Meierij van den Bosch (Meyerey, Meyeri, Meyerij van den Bosch): I 76, IV 252, V 73-75, VI 234, 245, 258, 300, 302, VII 20, 150, 317
Mel, zie Melle
Melckgat; bij Kallo: III 111
Melle (Mel, Mell); bij Gent: III 144, IV 136
Melsen; ten zuiden van Gent: IV 136
Meltzi (Meltsy, Meltzy); abdij: V 213-215, VI 157, 165, 194
Menaldum (Menaem); Menaldumadeel: I 13, IV 14, V 125
Menaldumadeel; grietenij: VII 78, 154, 339
Mendonk (Mennedonck); ten zuiden van Zelzate: III 96, 99
Menen (Meenen): III 140, 144, IV 111, 141, 142, 155
Mennedonck, zie Mendonk
Mentz, zie Mainz
Meppen: III 94
Merksem (Merxem): I 84
Meurs; Duitsland: IV 140, V 217, 218, VII 211
Middelaar (Midlaer): IV 199
Middelburg (Middelburch): I 51, 77, 80, 91, II 40, 62, 64, 68, 71, 74, 77, 78, 87, 89, III 163, V 75, 131, 143, 147, VI 111, 132, 187, 229, 303, VII 234, 300
Middellandse Zee (Middelantsche Ze): VI 148
Midlaer, zie Middelaar
Milaan (Milaenen, Mylaen): V 70, 117
Miseria (Miseri); fort bij Moerbeke: III 86, 88, 93, 94, 96, 100, 109, 110, 153
Misthoef: I 85
Moerbeke (Moerbeeck); bij Lokeren: II 77, III 95, 159, 164, 165, 177
Moerkerke (Moerkerck); ten noordoosten van Brugge: III 109
Moerschans; Staats-Vlaanderen: III 163
Moerspui (Moerspeu, Moerspeuy, Moerspeuye); fort in Staats-Vlaanderen: II 77, III 159, 160, 163-165, 176-179, 182, VI 300, 328, VII 204, 356
Moervaart; fort: III 145, IV 144
Moervaart (Moervaer, Moervaert); kanaal: I 62, 63, 67, 68, II 54, 55, 67, 68, III 86, 93, 100, 158, VI 328
Mol: VI 187
Molkwerum (Molckwerum); Hemelumer Olde-
[p. 836]
ferd: VII 193
Monfoort, zie Montfort
Monnickendam: VI 238
Monster (Munster): II 89
Montfort (Monfoort, Montfoort); [Limburg]: V 286, VI 148, VII 211
Montmédy: V 210
Mook (Moock): IV 199
Moscovië (Moscovien): IV 218, V 179, VI 160
Motte-aux-Bois, La (Lamotte); ten westen van Armentières: III 101
Muiden (Muyen); baljuwschap: V 162, 172, 173, VII 103
Mullem; Vlaanderen: II 84
Munster: I 42-44, 51, 64, 66, 80, 88, 90-94, 97, 99, II 28, 47, 98, 99, 101, III 18, 27, 63, 110, 121, 125, 137, 185, 190, IV 40, 42, 43, 50, 71, 82, 93, 94, 133, 212, 219, 239, 240, 244, 252, 253, 265, V 27, 29, 31, 32, 59, 69, 73, 74, 76, 78, 79, 94, 105, 110, 111, 121, 124, 143, 146, 153, 171, 176, 181, 217, 218, 234, 259, 262, 277, 308, 316, 317, VI 16, 17, 59, 75, 82, 95, 134, 236, 246, 248, 256, 315, VII 149, 209; zie ook Monster
Muyen, zie Muiden
Mylaen, zie Milaan
Naarden (Naerden): III 188, IV 111, VI 328
Namen (Namur): I 64, II 74
Namen; klooster, Staats-Vlaanderen: IV 141
Namen (Amen, Naemen, Namen); polder, Staats-Vlaanderen: I 59, 75, III 77, 153, 155, 161, 178, IV 141
Napels (Naples, Napless, Napolis): V 61, 117, 120, 181, 276, 309, VI 97, VII 292
Nassau (dijck van); bij Hulst: III 145
Nassau; fort bij Hulst: I 61-63, 67, III 100, IV 143
Nassau; graafschap: II 93, VII 52
Navarra (Navarre, Nevarra): II 33, 34, 37
Nederland: passim
Nederlanden, Zuidelijke: V 86, 128, 169
Neet, zie Nete
Nergena, huis; bij Goch: I 75, 82
Nete (Neet); rivier: IV 163, 164
Neuburch, zie Palts-Neuburg
Neuss (Nuys): V 217
Nevarra, zie Navarra
Niekercke, zie Nijkerk
Nieubuersche landen, zie Palts-Neuburg
Nieukerck, zie Nijkerk
Nieuwerleet (Nievelet); Vlaanderen: II 34
Nieuwpoort (Nieupoort); Vlaanderen: V 193, 208
Nievelet, zie Nieuwerleet
Nijkerk (Niekercke, Nieukerck): V 150, 151
Nijmegen (Nimegen, Nimeghen, Nimmegen, Nimmeghen): I 77, 91, 96, II 31, III 53, 54, IV 50, 175, 197, 199, 201, V 155, 160, 234, VI 142, 152, 157, 164, 166, 167, 180, 183, 186, 284, VII 22, 102, 126
Noorderkwartier (Noorderquartir): VII 310
Noordgeest (Noorgeest); ten noorden van Bergen op Zoom: II 84
Noorwegen (Norweghen): IV 67, VI 142
Normandië: II 33
Norweghen, zie Noorwegen
Nuys, zie Neuss
Nyburch, zie Palts-Neuburg
Oldambt (Oldampt, Oldampten, Oldtampt): V 295, VI 116, 137
Oldenburg: VII 287
Oldtampt, zie Oldambt
Ommelanden (landen, landt, Omlanden): I 1, 89, III 62, V 31, 48, 103, 139, 178, VI 84, 137, 226, 266, VII 193, 338, IX 87, 233, X 236, XI 129, XII 13
Ooltgensplaat (de Plaet): I 59
Oord, Den, zie Leerort
Oost-Friesland (Oostfrieslandt, Oostvrieslandt): III 51, 52, 54, 70, 77, 82, 186, IV 92, 93, 108, 236, V 252, 297
Oost-Indië (Oost-Iendien): I 93, IV 66, V 36, VI 160, VII 177, 237
Oostburg (Ausburch): I 79
Oostdongeradeel (Oostdungeradeel); grietenij: V 61, 75, VII 67
Oosteeklo (Oosteickele, Oosteickle, Oosteikele, Oosteikelo, Oosteikle, Oosteyckelo): II 41, 49, 78, III 111, 112, 122, 124
Oosteensche dijck, zie Oostendse dijk
Oosteick(e)le, Oosteik(e)le, Oosteikelo, zie Oosteeklo
Oostende (Oostenden): I 67, 89, II 32, 39, IV 134, 155, 162, V 140
Oostendse dijk (Oosteensche dijck): III 98
Oostenrijk (Oostenrijck): I 96
Oostergo (Oostego, Oostrego, Ostrego): I 53, 54, 97, II 13, 87, 110, III 10, 32, 35, 36, 40, 41, 53, 55, 56, 61, 137, 182, 188, 189, 193-196, IV 8-12, 14, 26, 28, 30, 31, 33, 35, 40, 42, 50, 52-54, 56, 57, 239, 241, 242, 244-246, 251, V 29, 33, 53, 61, 69, 75, 77, 78, 119, 121, 231, 239, 251, 253-255, 257, 258, 261, 262, 265, 296, VI 12, 19, 43, 45, 47, 48, 53, 60-64, 71, 72, 75, 79-81, 330, 332, 333, 335, 340, 343, 344, 364, VII 42, 44, 50, 51, 55-61, 63, 67, 69, 73, 76, 154, 177, 178, 338, 340, 341, 346, 353, 354, IX 82
Oosterhout (Oosterholt); Noord-Brabant: I 44
Oosteyckelo, zie Oosteeklo
Oostrego, zie Oostergo
Ooststellingwerf; grietenij: IV 238, 239, 243, 245,
[p. 837]
246, 250, 251, V 30, 34, 38, 47, 52, 55
Oostvrieslandt, zie Oost-Friesland
Ooverijs(s)el, Ooverissel, zie Overijssel
Ooverpaltz, zie Overpalts
Ooverquartier, Ooverquartir(en), zie Overkwartier
Ooverslach, zie Overslag
Opsterland; grietenij: VII 86, 150, 346
Orangienpolder, zie Oranjepolder
Orange (Orangie, Orangien): III 188, VII 202, 211, 258, 314, 321
Oranje-Nassau (Oragnien-Nassau); fort in Staats-Vlaanderen: I 79
Oranjepolder (Orangienpolder, Orangnienpolder); bij Naaldwijk: II 89, III 81
Orbetello: V 181
Orsoy; bij Duisburg: I 78, 92, VII 356
Osnabrück (Osenbruck): V 68
Oss (Os): I 76, 77, II 26
Ostrego, zie Oostergo
Oudenbosch: II 85
Oudeschouw (aen het Schau); buurtschap bij Akkrum: V 238
Oudkerk (Auckerck); Tietjerksteradeel: V 49, VII 337, IX 21
Overijssel (Ooverijsel, Ooverijssel, Ooverissel, Overissel): I 91, III 71, IV 204, V 138, 143, 144, 152, 168, 174, 278, VI 75, 76, 86, 145, 233, 286, 311, VII 98, 359, IX 35
Overkwartier van Gelderland (Ooverquartier van Gelderlandt, Ooverquartir, Ooverquartiren): I 1, IV 219, V 70, 73, 74, 82, 88, 89, 123, 126-129, 139, 153, 154, 157, 161, 164, 165, VI 247, 258
Overpalts (Ooverpaltz): VI 163
Overslag (Ooverslach); Staats-Vlaanderen: III 166, 167
Palts (Churpaltz, Paltz): VII 200
Palts-Neuburg (Nieubuersche landen, Nieuburch, Nyburch): III 186, IV 224, VI 46, 159, 160
Pamel (Pamall): I 12
Parijs (Paris): II 34, III 137, 187, V 171, 317, VI 137, 221, VII 22, 79, 318
Pas, het; bij Sluis: I 79, III 114
Peerle; schans bij Kallo, Vlaanderen: III 114, 162, IV 117, 139
Perzië: V 349
Petten (Putten): IX 33
Philippine (Filippine, Philippen, Philipine, Philippine, Phillipine, Phillippine): I 68, 69, 71, 77, 83, 84, II 30, 32, 39, 53, 55, 63, 66, 80, III 88, 116, 122, 123, 152, IV 124, VII 356
Philippsbourg (Phlipsburch); ten noordwesten van Straatsburg: II 73
Phillip(p)ine, zie Philippine
Picardië (Picardien): II 32, 33, 37, 38, III 95
Piëmonte (Piedmont, Piemond): II 33, 37
Pignarol, zie Pinerolo
Pillau, zie Baltijsk
Pinerolo (Pignarol): V 169
Piombino: V 69, 142, 181
Plaet, de, zie Ooltgensplaat
Podegra(ff), Podegraven, zie Bodegraven
Polanen (Polaenen); Utrecht: VI 223
Polen (Pohlen, Poolen): I 3, 5, II 43, III 75, 187, 188, IV 85, 215, VI 136, 171, 236, 288, VII 259
Pommeren (Pomeren): IV 90, 212, 224, V 236
Poolen, zie Polen
Poppel (Popel): VII 210
Portegael, zie Portugal
Porto Longone (Portolongone): V 69, 142, 181
Portugal (Portegael, Portugael): I 77-79, 95, II 63, III 71, 72, 181, 185, 187, IV 84, 166, 200, 213, 222, V 122, 139, 141, 142, 253, 254, 309, VI 229, VII 209, 237, 299
Postel; abdij: VI 323
Praag (Praeghe, Praech, Prage): V 209, VI 179, 192
Princenhage ('t Haechjen); bij Breda: IV 118
Prinsenbeek (Beeck): III 94
Pruisen (Pruissen, Pruysen): IV 215, V 145, 148, 196, 235, 236, VI 136, 162-164, 169, 184, 236, 301, 324, VII 204
Purmerend (Purmerent): I 44
Putten, zie Petten
Quaetpeerdegat, zie Kwapaardsgat
Rammekens; fort op Walcheren: II 30, III 81, 82, 139
Rapenburg (Rapenburch); fort in Staats-Vlaanderen: II 63
Rauwerderhem; grietenij: VII 97
Ravestein: III 53, 54, IV 174
Ravestein, Land van: VII 347
Ravensberg (Ravensperch); ten zuidwesten van Rostock: VI 169
Reek (Reekse meulen); ten westen van Grave: IV 173, 174
Reenen, zie Rhenen
Rees; ten oosten van Kleef: II 96, VI 174, VII 203
Regensburg (Regenspurch): III 43
Rehnen, zie Rhenen
Reyderlandt, zie Rheiderland
Reintz(e)mergeest, zie Rinsumageest
Renen, zie Rhenen
Renkum (Renckum, Rinckum): IV 69, VI 264, 274, 284
Reurmond, Reurmund, zie Roermond
Rheiderland (Reyderlandt): V 275
Rhein, zie Rijn
Rheinberg (Rhienberck, Rijnberch, Rijnberck): I
[p. 838]
83, III 59, 124, 205, V 160, 218, VI 258, 261, VII 229, 260, 356
Rhenen (Reenen, Rehnen, Renen): II 88, IV 69, VII 208, 259
Rhien, zie Rijn
Rhienberck, zie Rheinberg
Rhijn, zie Rijn
Rieme (Riemen, Rimen, Rymen); fort en plaats ten zuidwesten van Zelzate: I 69, 70, 75, 77, 80, 83, II 49, 52, 78, III 98
Rijn (Rhein, Rhien, Rhijn): I 75, 76, 78, 83, II 26, 31, III 73, 83, 116, 123, VI 152, 244, 263, VII 98, 188, 203, 355, 357
Rijnberch, Rijnberck, zie Rheinberg
Rijswijk (Rijswijck); Zuid-Holland: I 88, II 88, 95, III 77, 82, IV 89, 90, VI 229, VII 234
Rimen, zie Rieme
Rinckum, zie Renkum
Rinsumageest (Reintzemergeest, Reintzmergeest, Rintsemergeest, Rintzemergeest); Dantumadeel: III 193, IV 8, 31, 32, 35, 56, V 38, 47, 49, 264, 283, VII 148
Rintzemersiel, zie Ritsumazijl
Ripelmonde, zie Rupelmonde
Risban; fort bij Calais: II 34
Ritsumazijl (Rintzemersiel); Menaldumadeel: V 305
Rochester: I 79
Rocroi (Recroy): III 97
Rode Beek (Roode Beeck): IV 174
Rodehuys(en), Rodenhuys, zie Roodenhuizen
Roermond (Reurmond, Reurmund): I 67, II 47, III 110, IV 186, 188, 191, V 160
Rome (Romen): II 26, III 72, VI 138, VII 236
Roode Beeck, zie Rode Beek
Roode Fort; bij Duinkerken: IV 167
Roodenhuizen (Rodehuys, Rodehuysen, Rodenhuys, Roodehuys, Roodhuys); fort ten noordoosten van Gent: II 52, 54, 68, 77, III 99
Roosendaal (Rosendael): II 84, IV 107, 160
Rosendael, zie 1) Roosendaal; 2) Rozendaal
Rotterdam: I 87, 95, 96, II 85, III 69, 76, 180, IV 199, V 63, 84, 92, 153, 163, 165, 172, 173, 276, 277, 296, VI 199, 201, 292, VII 51, 215, 253, 257, 258, 306, 309, IX 10, 35
Rouen (Rouaen): VII 22
Roussillon (Roussilon): V 169
Rozendaal (Rosendael); bij Velp: V 154
Ruelle (Ruel); bij Angoulême: II 34
Rupelmonde (Ripelmonde, Rupelmond, Rupelmunde): I 79, III 87, 153, 162, IV 109, 136, 139
Rymen, zie Rieme
S, zie ook Z
Saaftingergat (Safftigergat, Safftingergat, Saftigergat, Saftingergat): III 114, 115, 139
Sainct-Omer, zie Sint-Omaars
Sainct-Philippe, zie Grand-Fort-Philippe
Saint-Folquin (Sainct-Forquyn); bij Grevelingen: II 37
Saint-George; bij Bourbourg: II 37
Saint-Malo: V 307
Saint-Omer, zie Sint-Omaars
Saint-Pierre (Sainct-Pierre); fort bij Sas van Gent: II 75, 79
Saint-Venant; ten noordwesten van Béthune: III 125
Saksen (Saxen): V 196
Sandtberch, zie Spitsenberg
Santen, zie Xanten
Sāo Francisco, Rio (Rio Francisco); rivier: II 83
Sāo Tomé (Sint-Tomae): VII 294
Sas van Gent (Sas, Zas van Gendt, Gent): I 69, 70, 76, 77, 79, 80, 83, 89, II 49, 51, 55, 61-63, 65-68, 70-80, III 87, 93, 95, 107, 125, 139, 142, 145, 154, 175, 205, IV 145, V 146, 149, 230, VI 314, VII 356
Savoye (Savoyen): V 84
Saxen, zie Saksen
Schau, aan het, zie Oudeschouw
Schelde (Schel, Scheld, Schell, Schellde, Grooste, Groote, Kleine, Twede Schelde): I 89, III 82, 87, 114, 143-145, 152, 153, IV 126, 136, 151, VI 175
Schenkenschans (Schenckeschans); schans aan de Rijn bij de Nederlands-Duitse grens: II 27, V 157, 230, 234, VI 167, VII 208
Scheurtje; zeestroom bij Duinkerken: III 186
Scheveningen (Scheveling, Schevelingen): IV 71, 81, 215, V 160, 168
Schoonhoven (Schoonhooven): III 76
Schoterland; grietenij: V 109-112, 119, 124, 127, 137, 154, 168, 178, 231, 238, 239, 251, 252, 254, 256-258, 261, 263, 264, 273, 280, 282, 284, 285, 287, 298-302, 305-308, 313, VI 13, 19, 34, 37, 38, 41, 62, 64
Schotland: I 4, 62, 68, 69, 83, II 28, 44, 50, III 100, 111, 112, 114, 116, 122, IV 89, 105, 115, 117, 130, 139, 143, 162, 198, V 70, 108, VI 140, 143, 146, 237, 255, VII 70, 87, 98, 122, 192, 202, 209, 236, 258, 291, 310, 341, 342, 344
Schwartzenberg: V 100
Sedan: IV 130
Segre (Segro): III 101
Sexbierum. (Sexbirum, Sixbirum); Barradeel: V 67, 281, VI 11, VII 106, 123, IX 15, 33
Sicilië (Sicilien): V 309
Sierck (Surch): I 83
Sint-Andries (Sint-Andre): III 176
Sint-Anna (schans Sint-Anna); fort in het Hulsterambacht: I 50, 58, 59, III 145, 153, 179, 205,
[p. 839]
IV 143, 144, 148, 149, 156, 157
Sint-Anna (Termuiden): I 61, 71, III 178
Sint-Annaland (Sint-Annalandt): II 83
Sint-Antoni, zie Sint-Antoon
Sint-Antonisheide (Sint-Antonissheyde): V 217
Sint-Antoon (Sint-Antoni); fort bij Sas van Gent: I 76, II 62, 65, 71, 75, 78
Sint-Donaas (Sint Donas); fort bij Sluis: I 79
Sint-Eloy; fort bij Sas van Gent: II 68, 71, 79
Sint-Gillis-Waas (Sint-Jelis, Jylis, Jyliss): III 154, 155, 159, IV 139, 143, 163, 165
Sint Jansteen (Sint-Jans, Sint-Jansleer): III 143, 145
Sint-Jilis, zie Sint-Gillis-Waas
Sint-Job (Sint-Jop); fort bij Sluis: I 79
Sint-Joris; ten zuidoosten van Brugge: IV 127
Sint-Jylis, Jyliss, zie Sint-Gillis-Waas
Sint Maartensdijk (Sint-Martensdijck): I 84
Sint-Marc (Sint-Marck, Marco); fort bij Zuiddorpe: II 76, III 94
Sint-Martensdijck, zie Sint Maartensdijk
Sint-Niklaas (Sint-Nicolaes): IV 157
Sint-Omaars (Sainct, Saint-Omer): II 78, V 165
Sint-Philippe (Sint-Phlippe); bij Doel: III 111, 114
Sint-Steven (Sint-Stephen, Sint-Stevenschans); fort bij Sas van Gent: II 50, 51
Sint-Winoksbergen (Sint-Winoxberch, Wynoxbergen): IV 133-135, 167
Sixbirum, zie Sexbierum
Sloe (Sloech, Sloep): II 30, 83
Sloten (Slooten, Soloten); Friesland: IV 58, 65, 247, V 277, VII 350, 352
Sluis (Sluys); Staats-Vlaanderen: I 67, 72, 79, II 39, 42, 44, 71, III 112-114, 116, 124, 125, IV 108, 115, V 141, 146, VI 252, 262, 264, VII 258
Smallingerland; grietenij: III 53, 62, VI 97
Sneek (Sneeck): IV 13, 247, 248, 250, V 28, 29, 58, 277, 282, 306, 313, VI 16, 87, 100, 137, 337, VII 196, 350, IX 27
Soens: VI 130
Soloten, zie Sloten
Sont (Sondt): II 25, III 72, 80, 81, VI 228, VII 354
Spa (Spae): III 109, V 160, 161, 165, 170, 181, 189-194, 208-212, 275, 322, VI 147, 274, 330, VII 205
Spanje (Spaenjen, Spagnien, Spangjen, Spanjen, Spannien): I 64, 79, 84-86, 89, 91, 92, 95, 96, II 32, 33, 40, 41, 52, 65, 66, 108, III 63, 72, 94, 96, 97, 101, 109, 123, 136, 137, 143, 145, 186, IV 54, 58, 107, 111, 115, 118, 128, 133, 140, 141, 144, 150, 152, 155, 156, 162, 166, 191, 192, 196, 209, 213, 222, 228, 243, V 31, 69, 70, 73, 74, 81-83, 85-89, 94, 99, 112, 113, 115-117, 120, 121, 123, 128, 130, 140-145, 147, 153, 159, 161, 164, 167-173, 176, 177, 181, 190-192, 195, 214, 235, 253, 259, 260, 263, 296, 297, 309, 316, VI 0, 16, 59, 60, 65, 74, 76, 77, 82, 120, 129, 131, 132, 134, 135, 141, 143, 144, 147, 148, 158, 188, 197, 221, 231, 237, 238, 247, 252, 253, 292, 295, 301, 322, 324, 326, VII 17, 25, 83, 98, 129, 131, 151, 190, 193, 194, 209-211, 226, 229, 230, 232, 235-237, 241, 253, 254, 257-259, 261, 288, 289, 291, 292, 296, 304, 308, 309, 311, 313, 314, 321, 322, 337, 341, 348, 353, 356
Spiegelberg (Spiegelberch); ten noordoosten van Stuttgart: III 25, V 196, VII 26
Spijk (Spijck); Zuid-Holland: VI 194, 202
Spinola; fort bij Clinge: III 146, 149
Spitsenberg (Sandtberck); fort in Staats-Vlaanderen: I 62
Springelberg (Springelberch); bij Kleef: VII 260
Sprundel (Spruntelen): III 179, IV 124, 170
Stad en Lande (Groeningerlandt, Stadt en Lande, Stadt en Landen, Stadtlanden): I 89, 91, 92, III 71, 73, 186, V 31, 86, 94, 143, 174, 187, 278, 302, VI 76, 80, 86, 145, 220, 226, 233, 262, 305, 338, 342, VII 26, 27, 73, 84, 161, 256, 338, IX 24, 88, 233, 234, X 34
Stade (Staden): III 42
Stadt en Lande(n), Stadtlanden, zie Stad en Lande
Stavoren (Staeveren, Staveren): II 108-111, III 9, 13, 22, 29, 31, 52, 59, IV 12, 247, 250, 252, V 30, VI 83, 91, VII 41, 160, 181, 193, 324, 343, 344, 351, 352
Steecke(n), Steeken, zie Stekene
Steenbergen: I 86, 87, II 85, III 205
Steens, zie Stiens
Steenwijk (Steenwijck): III 188, V 238, VI 329
Stehns, zie Stiens
Steinfurt (Steinfort); ten oosten van Enschede: VI 138
Stekene (Steecke, Steecken, Steeken, Steken): III 144, 145, 161, 164, IV 130
Sterreschans; schans bij Sluis: I 79
Stevensweert: III 85, IV 191, VI 148
Stiens (Steens, Stehns); Leeuwarderadeel: I 117, V 273
Stockholm: IV 111
Straelen; ten noordoosten van Venlo: IV 186, 191
Strang, de; bij Duinkerken: IV 167
Strooibrug (Stroebrug); bij Maldegem: II 41
Sulestein, zie Zuilestein
Surch, zie Sierck
Suydtdorp, zie Zuiddorpe
Suylestein, zie Zuilestein
Suythoorn, zie Zuidhorn
Suytley, zie Leie
Swaelue, zie Zwaluwe
Swichum; Leeuwarderadeel: VII 41, 162
Swyn, zie Zwin
[p. 840]
Tábor: III 51, V 230
Taperica, zie Itaparica
Tarragona: V 164
Teemsch, Teemsche, zie Temse
Teilingen (Teillingen, Teylingen); kasteel bij Sassenheim: I 95, V 156, VI 270, 290
Temse (Teemsch, Teemsche); plaats, kasteel: IV 136, 139
Teonville, Teoville, zie Thionville
Terborg (Burch, Terburch, Terburcht): I 87, III 95, 187, V 231, 232
Terburch, zie 1) Burcht; 2) Terborg
Terdonk (Terdonck); ten zuiden van Zelzate: II 76, 78
Teresa; schans bij Sluis: I 79
Tergau, zie Gouda
Tergoes, Tergous, zie Goes
Terheiden; bij Monster: II 89
Terneuzen (Terneusen): I 79, II 30
Terschuur (de Groote Schuir, Terschuir); bij Barneveld: III 67, 188
Terto(o)len, zie Tholen
Terveer, zie Veere
Tessel, zie Texel
Teteringen (Teteren): IV 173
Texel (Tessel): IV 238, V 181, VI 42, VII 258, 322, IX 33
Teylingen, zie Teilingen
Thionville (Teonville, Teoville, Theonville, Theoville): I 56, 64, 69-71, 78-80
Tholen (Tertolen, Tertoolen): I 77, II 89, V 143
Tiel (Tijl): I 77, IV 199, V 156
Tiel (Tijl); heideveld bij Turnhout: VII 226
Tienen: IV 71, 208
Tietjerksteradeel; grietenij: IV 16, VII 152, 340
Tijl, zie Tiel
Tilburg (Tilborch, Tilburch): III 84, 85, 179, VI 258, VII 210
Tjum, zie Tzum
Tjummarum, zie Tzummarum
Toernholdt, Tourhout, Tournhaudt, Tournhau(l)t, Tournholt, Tournhout, zie Turnhout
Trier: I 83
Turkije (Turckien): V 283, 297, VI 160
Turnhout (Toernholdt, Tourhout, Tournhaudt, Tournhault, Tournhaut, Tournholt, Tournhout); plaats, heerlijkheid: IV 109, 140, V 286, VI 165, 223, 257, 315, 325, VII 210, 225-228, 240, 258, 287
Twede Schelde, zie Schelde
Twente: I 78
Tzum (Tjum); Franekeradeel: VII 28
Tzummarum (Tjummarum); Barradeel: VII 185
Uitert, Uitrecht, zie Utrecht
Ungeren, zie Hongarije
Utingeradeel; grietenij: IV 15, 33
Utrecht (Uitert, Uitrecht, Utrech, Uytert, Uytrecht); gewest: 191, 94, II 25, 102, III 71, 205, IV 69, 171, 204, V 143, 168, 174, 176, 278, 279, VI 145, 233, 290, 296, 297, VII 202, 235
Utrecht; stad: I 15, 56, III 67, 188, IV 61, 65, 69, 210, V 154-156, 181, 237, 238, VI 132, 152, 272-274, 284, 285, 306, VII 130, 160, 177, 242, 251, 252, 253, 259, 287, IX 10
Vaert, de, zie Vreeswijk
Veen, het, zie Heerenveen
Veere (Terveer, Veer): I 77, II 30, 89, V 143, VI 304, VII 19
Veer, zie Veere
Velau, zie Veluwe
Velden: IV 174, 175, 190
Velou(e), Velouwe, zie Veluwe
Velp: VII 287
Veluwe (Velau, Velou, Veloue, Velouwe): III 73, V 120, 150, 155, 157
Vendelo, Vendeloo, zie Venlo
Venetië (Venetien): I 87, 92, IV 156, 163, V 117, 261, VI 138, 284, 288, 323, VII 305
Venlo (Vendelo, Vendeloo, Venlo, Venloo): I 67, 76-78, II 47, III 110, IV 175, 176, 183-191, 193, 195-197, V 88, 160
Verbroeck, Verbrouck, zie Verrebroek
Verrebroek (Verbroeck, Verbrouck); plaats en fort ten westen van Antwerpen: III 115, 139, 162, IV 117, 139
Verviers (Vervijns): V 210
Veurne (Veuren): IV 150, VI 179
Vianen (Viaenen); Zuid-Holland: I 86, 87, II 25, 27, 56, III 68, 187, IV 94, 229, V 179, 217, 218, 229, 237-239, 253, VI 188, 189, 193, 203, 236, VII 199, 202, 203, 207, 209, 258
Vianen; ten zuidoosten van Zierikzee: II 30
Vijfdelen Zeedijken (Vijfdeeldijck); waterschap, Friesland: IV 44, VII 121
Vilvoorde (Vilvoorden): IV 131
Visé (Vyse): V 159
Visvliet: VII 127
Vlaanderen (Flandre, Vlaenderen): I 73, 75, 76, 78, II 31, 43, 74, 101, III 18, 27, 71, 72, 84, 98, 110, 114, 116, 123, 126, 162, IV 113, 121, 123, 152, 165, V 74, 121, 143, 146, 163, 190, VI 159, 182, 365
Vlie, het (Vliet): IV 238, VI 42
Vlissingen: I 77, 80, II 32, 39, 78, 89, III 205, V 143, VI 268, VII 203
Vlucht; rivier, Vlaanderen: II 35
Voorburg (Voorburch): III 81, V 163, 164, VI 243
Voorn (Vooren); schans, Betuwe: I 56, 73, II 27-29
[p. 841]
Voorn (Vooren); waard, Betuwe: I 77, IV 175
Vranckri(j)ck, Vrankri(j)ck, zie Frankrijk
Vreeswijk (de Vaert): I 86, III 67
Vrije van Sluis (Vrie van Vlaenderen): III 71
Vyse, zie Visé
Waal (Wael): IV 136
Waalwijk (Waelwijck): IV 107, 121, VII 210
Waas, Land van (Landt van Waes, Was); Oost-Vlaanderen: III 159, IV 145, VI 264
Waasmunster (Waesmunster); ten oosten van Lokeren: IV 136
Wachtebeke (Wabbeck, Wabbeeck, Wabbeecke, Wabbeke, Wolbeeck); bij Zelzate: II 67, III 100, 107-111, 136, 153
Waddenzee (Watten): III 54
Wael, zie Waal
Waelwijck, zie Waalwijk
Waes, zie Waas
Walcheren: II 39
Wallonië: 170, II 29, 65, 85, 86, 88, 105, 107, III 75, 83, IV 93, 132, V 214, VII 254
Wankum (Wanckum); ten oosten van Venlo: IV 198
Wanssum (Wansum): IV 174
Was, zie Waas
Wassenaar; heerlijkheid: V 170
Waten (Watene, Watten); Vlaanderen: III 54, 95
Watervliet: III 124
Watten, zie 1) Waddenzee; 2) Waten
Wau(de), zie Wouw
Wenen (Keiserhoff, Keisershoff): VI 180, VII 194
Wesel, zie Wezel
West-Iendien, zie 1) Brazilië; 2) West-Indië
West-Indië (Indien, West-Yndien): III 21, IV 57, V 231, 239, 251, 253, 254, 260, 261, 273, 277, 279, 280, VII 341
West-Indie(n), West-Yndien, zie 1) Brazilië; 2) West-Indië
Westdongeradeel (Westdungeradeel); grietenij: VII 67
Westergo (Westrego): I 52, 54, II 87, 108, 112, III 10, 18, 30, 32, 33, 35, 40, 55, 56, 61, 136, 137, 182, 188, 189, 193-196, IV 8-14, 24-26, 28, 30-35, 37-42, 51-57, 59, 239, 241, 242, 244-246, 251, V 29, 30, 36, 58, 61, 63, 78, 119, 124, 254, 256, 262, 274, 279, 297, 301, 303, VI 12, 17, 18, 20, 21, 32, 34, 35, 43-45, 51, 55, 60, 62, 64, 65, 69, 71, 76, 79-81, 109, 119, 198, 330-332, 335, 340, 342-344, 364, VII 40, 42, 44, 48, 52, 53, 55-61, 67, 69, 74, 177, 178, 337, 338, 340, 349, 353-355, IX 28, 82
Westerschelde (Hondt): II 30
Weste(r)swaech, zie Beetsterzwaag
Westrego, zie Westergo
Weststellingwerf; grietenij: I 96
Wetteren (Wettere): IV 131
Wezel (Wesel): II 85, III 205, V 64, 218, VII 259, 260, 287, 288, 291, 298, 305, 356
Wicht, zie Wight
Wiens, zie Wijns
Wieuwerd (Wier); Baarderadeel: I 45
Wight (Wicht): VII 80
Wijk; bij Maastricht: VII 229
Wijk aan Zee (Wijck): VI 121, IX 33
Wijns (Wiens); Tietjerksteradeel: V 252
Willemstad (Willemstadt, Wilmstadt): I 59, 86, II 71, 83, VII 258
Winkel (Winckel); ten zuiden van Zelzate: II 67
Winoxberch, zie Sint-Winoksbergen
Wirdum (Wurdum); Leeuwarderadeel: I 117, V 74, VI 20, VII 105, 123, 161, 188
Wolbeeck, zie Wachtebeke
Wolden, zie Zevenwouden
Wolfenbüttel: V 192
Wolvega; Weststellingwerf: III 188, V 238, VI 329
Wommels; Hennaarderadeel: V 111, VII 324, 337
Wondelgem (Wongelgom); bij Gent: I 76
Wonseradeel (Wonseraedeel); grietenij: IV 27, 240, 251, V 34, 56, 66, 70, 78, 93, 94, 96, 98, 103, 104, 106-108, 119, 285, 286, VI 17, 18, 25, 28, 41, 103, 330, 336, VII 44, 47, 77, 161, 342, 343, 352
Worckum, zie 1) Workum; 2) Woudrichem
Workum (Worckum): I 43, 45, III 16, 18, IV 13, 44, V 33-37, 110, 261, VI 51, 52, 64, 91, 330, VII 75, 158, 173, 193, 324
Workumer Nieuwland (Worckommer Nieulandt, Worckummer landt, Worckummernieuwlandt): V 319, VI 56, 69, 91, 118
Workumerdijk (Workummerdijck); zeedijk bij Workum: VI 47, 92, 93
Woudrichem (Worckum): II 29, III 75, VII 209, 210
Wouw (Wau, Waude, Wou, Woude): I 59, 83, 84, II 42, 83, 84, III 86, 179, IV 124, 125, 166, VI 187
Wurdum, zie Wirdum
Wymbritseradeel (Wynbritseradeel); grietenij: II 96, IV 24, 65, 239, 246, 251, V 32, 36, 47, 54, 56, VII 45, 52, 74
Xanten (Santen): V 218, 229
Y(e)ls, zie IJlst
York (Jorck): I 91
Zaffelare (Saffelaer, Saffelar, Saffelen); ten zuidoosten van Zelzate: III 93, 94, 100
Zaltbommel (Bommel): I 77, II 90, V 185
Zeeland (Seelandt, Zeelandt, Zeelant, Zelandt, Zelant, Zellandt): I 16, 44, 51-53, 56, 68, 77, 80,
[p. 842]
83, 87, 89, 91, II 30, 40, 68, 71, 78, 87, 90, 102, III 69, 71, IV 136, 204, 209-211, V 52, 75, 77, 84, 86, 92, 131, 143, 145, 146, 150, 165, 168, 171, 174, 176, 276-279, VI 131-134, 140, 145, 216, 229, 233, 251, 262, 265, 268, 290, 296, 297, 304, 306, 311, VII 210-212, 225, 227, 234, 255, 256, 299, 300, 310, 315, IX 22, XI 9, XII 8
Zeele, zie Zele
Zelan(d)t, zie Zeeland
Zele (Zeele): III 158
Zell, zie Celle
Zellandt, zie Zeeland
Zelzate (Selsaeten, Selsaten): 172, II 50, 51, 75, 76, III 88, 93, 110, IV 124, 125, 128
Zelzate, Klein (Klein-Selsaten): II 51, IV 129
Zevenbergen (Seuvenbergen, Sevenbergen): IV 140, 181, V 286, VI 223, 257, 315, 324, 326, 327, VII 80, 132, 200, 211, 230, 258
Zevenwouden (Sevenwolde, Sevenwolden, Wolden): I 54, 55, 96, 97, II 88, 112, III 10, 35, 40, 41, 45, 55, 56, 136, 137, 182, 189, 193-195, IV 8, 10-15, 17, 23, 24, 27, 32, 33, 37, 38, 41, 51-53, 56, 61, 241-245, 247, 251, 253, V 29, 34, 36, 37, 47, 51, 57, 59-61, 65, 77, 106, 110, 111, 119, 124, 174, 231, 251, 254, 257, 263, 278, 279, 287, 288, 308, VI 18, 19, 52, 55, 60, 62, 64, 71, 73, 74, 78, 79, 81, 329, 335, 340, 343, 364, VII 42, 44, 54-57, 60, 61, 69, 72, 86, 97, 109, 157, 236, 341, 353
Zevergem (Severgem); bij Gent: III 143
Zierikzee (Zirckze, Zirckzee): I 59, 77, II 89
Zijpe (Siep): I 59, II 30
Zirckze, Zirckzee, zie Zierikzee
Zuiddorpe (Suydtdorp): III 166
Zuidhorn (Suythoorn): IX 85
Zuilestein (Sulestein, Suylestein, Zulestein); Utrecht: II 25, IV 69, V 154
Zundert (Sundert): VII 228
Zutphen (Sutphen); graafschap: I 78, VI 288
Zutphen; stad: V 152, 154
Zwaluwe (Swaelue): III 83, 180, IV 120
Zwammerdam (Swammerdam): IV 69
Zwarte Water (Swarte Waeter): V 238
Zwartsluis (Swartesluys): III 67, VI 329, 346
Zweden (arnicus Swaecus, Sweden): II 25, 29, 31, 88, 98, 101, 102, 107, III 10, 23, 25, 28, 30, 34-36, 42, 63, 72, 79, 137, 187, IV 68, 89, 111, 112, 143, 166, 184, 195, 216, 223, V 68, 87, 90, 117, 121-123, 159, 169, 230, VI 48, 136, 138, 143, 163, 187, 197, 208, 219, 228, 236, 237, 239, 244, 247, 248, 300, 324, VII 83, 254, 258, 308
Zwijndrecht (Swijndrecht); bij Antwerpen: IV 109, 145, 149, 152
Zwin (Swyn): I 89
Zwitserland: II 33, 37, 87, IV 128, V 116, 117, VII 126
Zwolle (Swol): III 67, 188, V 151, 152, VI 329