[Hamburg, uit de zestiende eeuw]Ook de heer Dr. Schleiden, Institutsvorsteher te Hamburg, verplichtte mij met eenige nadere inlichtingen aangaande den hamburger tongval, terwijl ik door de vriendelijke hulpvaardigheid van den heer Heylbut, student te Hamburg, in staat werd gesteld om de volgende vertalingen van de gelijkenis des verloornen zoons in den oud-hamburger tongval mede te deelen, zooals die in twee oude hamburger bijbels, uitgegeven in het hamburger nederduitsch van de zestiende en de zeventiende eeuw, voorkomen. Ter vergelijking met den hamburger tongval van den tegenwoordigen tijd en met andere nedersaksische tongvallen zijn deze oude hamburger bijbels van veel belang. De gelijkenis van den verlorenen zoon in den tongval van de stad Hamburg, uit de zestiende eeuw.Overgenomen uit: Dat nyge Testament tho du de. Tho Hamborgh int Jaer M.D.XXIII.11. Ein mynsche hadde twee sz 12. Un̄ de iungste manck en seede to dem vader:
gyff my, vader! dath deel der g 13. Un̄ nicht lange darna sammelde de iungeste
szöne alle tho samēde un̄ toch verne auer lant un̄ dar suluest (sulvest) brochte he syn gudt omme myt brassen. 14. Do he nu alle dat syne vorteret hadde, worth ein groth d 15. Un̄ he ghinck hen en v 16. Un̄ he begherde synen buck tho vullen myt seyge den de swyne vreeten un̄ nemant gaff en em. 17. Do qwam he tho sick suluen (sulven) un̄ seede: wo vele dachloner hett myn vader, de brodes genoch hebben un̄ ick vorderue (vorderve) in dem hunger. 18. Ick will my upmaken un̄ to mynem vader gaen unde to eme seggen: vader! ick hebbe gesundiget in dē hemmel un̄ vor dy. 19. Un̄ byn nu nicht meer wert dat ick dyn sz 20. Un̄ he makede sick up un̄
qwam to synen vader. Do he auer noch verne vā dar was, sach en syn vader,
un̄ beiammerde en, un̄ leep
un̄ vill eme umme synen hals un̄ k 21. De sz 22. Auer de vader sede to synen knechte: bringet dat beste kledt
her nn thet eme an, un geuet (gevet) eme ein vingerlin an syne handt
un̄ scho an syne v 23. Un̄ bringet ein gemestet kalff her un̄ slachtet dat; latet unsz ethē un̄ vrolick syn. 24. Wēte desse myn sz 25. Auer de eldeste sz 26. Un̄ rep to sick der 2 knechte ein, un̄ vragede wat dat were. 27. De auer seede eme: dyn broderis gekamen unde dyn vader heft ein gemestet kalff geslachtet, dat he en gesundt wedder heft. |
1 Eigenlijk staat hier wedd met een
dwarsstreepje boven de laatste d, dus wedder.
2 Er staat eigenlijk d met een
dwarsstreepje; dat wil zeggen der.
|
|
28. Do wört he tornich unde wolde nicht hen in gaen. Do ghinck syn vader hen uth unde bath en. 29. He antwerde auer un̄ sede to synem vader:
s 30. Nu auer kamen is desse dyn sz 31. He auer sede to eme: myn sz 32. Du scholdest auer vrolick un̄ gudes modes syn, wēte (wente) desse dyn broder was doth un̄ is wedder leuendich (levendich) geworden; he was vorlaren un̄ is wedder 1 geuunden (gevunden).
De y in bovenstaande vertaling, in de woorden myn, dyn, swyne, enz. moet niet als een hollandsche ij = ei, maar als een lange, zuivere i worden uitgesproken, miin, diin, swiine, enz. Dat de u en de v in oude drukken verwisselen en dat een dwars streepje boven de letters, vooral boven n en m, een verdubbeling van die letters te kennen geeft, mag als genoegzaam bekend te zijn, worden aangemerkt. Woorden die door deze oude schrijfwijze een bijzonder vreemd voorkomen vertoonden, heb ik, om de wille der duidelijkheid, tusschen twee haakjes daar naast geplaatst in nieuwere schrijfwijze. |
1 Eigenlijk staat hier wedd met een
dwarsstreepje boven de laatste d, dus wedder.
|