[Hamburg, uit de zeventiende eeuw]De gelijkenis van den verlorenen zoon in den tongval van de stad Hamburg uit de zeventiende eeuw.Overgenomen uit: Dat nye Testament Jesu Christi D. Mart. Luth. Hamborch 1619.11. Ein minsch hadde twe s 12. Unde de iüngeste van en sprack tho dem vader: gyff my,
vader! dat deel der g 13. Unde nicht lange darna sammelde de iüngeste s thosamende unde toech ferne auer veldt unde dars luest
(s lvest) brachte he syn gudt umme mit
brassende.
14. Do he nu alle dat syne vortheret hadde, wardt eine grote d 15. Unde ginck hen unde heldt sick to einem b 16. Unde he begerde synen bueck tho v 17 Do quam he tho sick s 18. Ick will my upmaken unde tho mynem vader gahn unde tho em seggen: vader! ick hebbe gesündiget in dem hemmel unde vor dy. 19. Unde bin nu nicht mehr werth, dat ick dyn s 20. Unde he makede sick up unde quam tho synem vader. Do he
21. De s 22. 23. Unde bringet ein gemestet kalff her unde schlachtet ydt;
lathet uns ethen unde fr 24. Wente disse myn s 25. Averst de 26. Unde reep der knechte ein tho sick unde fragede wat dat were. 27. De seede em dyn vader hefft ein gemestet kalff geslachtet dat he en gesundt wedder hefft. 28. 1 Do ginck syn vader henuth unde bath en. 29. He antwerde 30. Nu öuerst (överst) disse dyn s 31. He 32. Du scholdest
Ook in deze vertaling moet de y vooral niet als een hollandsche ij = ei worden uitgesproken, maar, volgens haar oorspronkelijken klank als ii, als een zuivere, lange i. Even als in de eerste vertaling heb ik de indeeling in verzen gevolgd, zoo als dat tegenwoordig in de hoog- en nederduitsche bijbels gebruikelijk is, en ook de interpunctie veranderd, om der duidelijkheid wille. In deze vertaling heb ik ook de hoofdletters, waarmede alle zelfstandige naamwoorden beginnen, in gewone letters veranderd. |
1 Zonderling genoeg, ontbreekt in deze
vertaling de eerste volzin van vers 28.
|