[115. Haarlem, ‘modern Hollandschen tongval’]Omdat zeker de helft der Haarlemmers tegenwoordig geen echt haarlemsch meer spreekt, maar het zoogenoemde moderne hollandsch daar nog meer dan in andere hollandsche steden de dagelijksche spreektaal der meeste menschen uit de meer beschaafde en gegoede standen uitmaakt, zoo wil ik hier een proeve van dat moderne hollandsch geven, van de taal namelijk die overal in Nederland meer en meer in gebruik komt, en die overal de oorspronkelijke tongvallen verdringt. Zie bl. 4 II. Dit taaltje gelieft men (natuurlijk bijna uitsluitend in Holland) wel ‘de beschaafde uitspraak van het nederlandsch’ te noemen. Natuurlijker wijze gaat het platte, ouderwetsche haarlemsch zeer geleidelijk in het moderne hollandsch over, en hangt het platste haarlemsch door een keten van tusschen- en overgangsvormen samen met het moderne hollandsch. Ik moet hier nog opmerken dat in de volgende vertaling, even als in die van de andere hollandsche steden, de letter g niet door ch is afgebeeld, ofschoon deze letter toch algemeen door de Hollanders als ch wordt uitgesproken. Het schijnt voor de Hollanders, en vooral voor het jongere geslacht in de hollandsche steden onmogelijk te zijn om de letter g zuiver uit te spreken, zoo als b.v. de Friezen doen. Ook geven vele Haarlemmers, ook al leggen zij er zich zoo veel mogelijk op toe om modern hollandsch en niet haarlemsch te spreken, aan de l en de n den eigenaardigen, op bl. 78 II beschrevenen haarlemschen klank. 115 De gelijkenis van den verlorenen zoon in den modern hollandschen tongval, zooals die onder anderen te Haarlem wordt gesproken.Opgesteld met hulp van den heer Dr. H. Weyenbergh Jr. te Haarlem. Augustus 1870. (In nederlandsche spelling.)11. Iemand had twee zoons. 12. De jongste zei tege z'n vader: vader! geef u me m'n deel van uw goed, dat mij toekomt; en toe verdeelde de vader z'n goed. 13. En niet veel dage later, toe de jongste zoon alles bij mekaar gezameld had, is i weg gereisd na 'n ver land en heeft daar z'n goed door gebracht, in overdaad levende. 14. En toen i alles verteerd had, kwam 'r 'n groote hongersnood in dat land en hij begon gebrek te lije. 15. Hij ging heen en vervoegde zich bij een van de burgers van dat land en die stuurde 'm na z'n land om de varkes te weie. 16. Hij had graag z'n buik wille vulle met 't voer dat de varkes ate; maar niemand gaf 'r 'm van. 17. Toe kwam i tot inkeer en i zei: hoeveel booie van me vader hebbe overvloed van brood en ik verga van honger. 18. Ik zal opstaan en na m'n vader gaan en 'k zal tegen 'm zegge: vader! ik heb gezondigd tege den hemel en tegen u. 19. Ik ben niet meer waard uw zoon te heete; maar maak u mij maar as een van uw booie. 20. En toe stond i op en ging na z'n vader; en toen i nog ver weg was zag z'n vader 'm al en die wier erg met 'm bewoge; hij liep na 'm toe, viel 'm om z'n hals en kuste 'em. 21. En de zoon zei tegen 'm: vader! ik heb gezondigd tege de hemel en tegen u, en ik ben niet meer waard om uw zoon te heete. 22. Maar de vader zei tege z'n booie: breng 's gou 't beste pak
kleere hier, en doe 'm dat an, en doe 'n ring an z'n hand en schoene an z'n voete. 23. En breng 't gemeste kalf en slacht 't; latè we ete en vroolik weze. 24. Want m'n zoon was dood en i is weer levend geworde; hij was verlore en i is weer gevonde. En toe begonne ze vroolik te weze. 25. De ouste zoon was op 't veld en toen i dicht bij huis kwam, hoorde hij 't gezang en 't gedans. 26. En i riep een van z'n vaders knechs en vroeg 'm wat er in huis toch wel te doen was. 27. En die knecht zei toe: uw broer is weer 't huis gekome, en uw vader heeft 't gemeste kalf late slachte omdat i gezond weer terug gekomen is. 28. Maar hij wier boos en wou niet binne gaan; daarom ging de vader na buite en verzocht 't 'm vriendelik. 29. Maar hij zei tege z'n vader: ik dien u al zooveel jare en voor mij hebt u nog nooit 'n bokki late slachte om 's met me vrinde feest te kenne viere. 30. Maar nou deze zoon van u terug gekomen is, die uw goed in 'n slecht leve d'r door heeft gebracht, nou heeft u voor hem 't gemeste kalf late slachte. 31. Toe zei de vader tegen 'm: m'n jongen! je bent immers altijd bij me en al 't mijne is 't joue. 32. Jij behoorde dus ook wel degelik vroolik en blij te weze, want je broer was dood en i is weer levend geworde; hij was verlore en i is gevonde. Aanteekeningen.12. Zei, zeide; zee is even veel in gebruik. Geef u, geef gij. Het dwaze gebruik om u in plaats
van het persoonlijke voornaamwoord van den tweeden persoon te gebruiken,
behoort in Holland, en sedert eenige jaren ook in de andere nederlandsche
gewesten tot den goeden smaak. Toch is het zoo ploerterig mogelijk. Dit
u is ontstaan uit het nog ellendigere uee, ué, dat thans
gelukkig tot het verledene behoort, ofschoon sommige oude lieden in de hollandsche steden (hofjes-juffrouwen, bakers, enz.) 't nog gebruiken als ze hun meerderen aanspreken. Dit uee is een verkorting van uw edele, een vorm die, met zoo menig anderen ledigen en dwazen vorm, in de vorige eeuw, en niet onder 't tegenwoordige geslacht te huis behoort. Sommige menschen brengen dit ongelukkige u zelfs in de schrijftaal over; het gebruik van het redelijke gij neemt in de schrijftaal echter steeds meer en meer toe. Maar in de spreektaal van de beschaafde lieden in Holland, in het moderne hollandsch, blijft het ongelukkige u nog steeds in gebruik. Zie bl. 467 I. 17. Booie, boden, dienstboden. In dit en in soortgelijke woorden spreken alle Hollanders, ook zij die het keurigste op hun taal zijn, een i in plaats van de d uit; zoo zeggen ze rooie voor roode, baaie voor baden, laaie voor laden, raaie voor raden, Leie voor Leiden, Muie voor Muiden, beduie voor beduiden, enz. 27. Heeft; in dezen zin zeggen veel Hollanders het; anderen (vooral te Rotterdam en omstreken) heit; weer anderen heef of ook heb. 29 en 30. Hebt u en heeft u, voor: hebt gij, wordt beide gezeid; het eene is zoo slecht als 't andere. 31, 32. Je, jij en jou. In de zeer gemeenzame spreektaal, b.v. van ouders tot hun kinderen, van broeders en zusters of vrienden onderling, of van meerderen tot hun minderen, is ook nog in het moderne hollandsch deze oorspronkelijke vorm in gebruik. |