Kempen en beiden slechts een enkele landstreek
vormen, éen in aard van bodem, enz. zoo zijn toch de tongvallen die in
de antwerpsche Kempen gesproken worden, geheel ongelijk aan die van de
limburgsche Kempen. Uit dit verschil in tongval mag men met eenige
waarschijnlijkheid tot verschil in afkomst van de bevolking der beide deelen
van Kempenland besluiten; want, terwijl de tongvallen van de limburgsche Kempen
zuiver limburgsch zijn, behooren die van de antwerpsche Kempen tot de
brabantsche tongvallegroep en zijn zuiver brabantsch. Limburgsch Kempenland
behoort tot het zoogenoemde Michkwartier (zie bl. 235 II en bl. 249 II); in
antwerpsch Kempenland is geen enkele plaats waar men ich en mich
voor ik en mij zeit.
Alle tongvallen van de antwerpsche Kempen te zamen, vormen een
afzonderlijke ondergroep van het brabantsch; ze zijn allen goed nederlandsch en
met fransche basterdwoorden weinig besmet. Onderling leveren deze tongvallen
nog al eenig onderscheid op, van dorp tot dorp. Maar deze verschillen zijn
geheel onwezenlijk. Zoo wordt in het westelijk gedeelte van antwerpsch
Kempenland de h nooit uitgesproken, terwijl in het oostelijke gedeelte
die letter nu en dan aangeblazen, geaspireerd, vooral bij de
zelfstandige naamwoorden, wordt uitgesproken; hoe oostelijker in de Kempen, hoe
algemeener en hoe meer. Zoo klinkt de u in de woordjes nu, u en
uw te Tielen, Lichtaart,
Kasterlee, Geel en Vorst als
ê; te Meerhout voegt men er een v achter en spreekt van
nêv en êv voor nu en uw, terwijl men te
Turnhout en te Herenthals, waar men meer steedsch
spreekt, nauw en auw zeit. In het middelste deel der antwerpsche
Kempen, te Turnhout, Tielen en
Herenthals spreekt men de ij in vele woorden, vooral als de
klemtoon er op valt, als ai uit, maar in het zuidelijke gedeelte, zoo
als te Geel, Meerhout en Vorst klinkt ze
als ei. De ou klinkt te Tielen veelal als ei, b.v.
houden als heiwen;, te Vorst en te Meerhout echter slechts in
sommige woorden als ei, b.v. in scheipijp of liever
scheipeip, ook wel scheivpeip en zelfs scheifpeip,
schouwpijp (schouw = schoorsteen), en in andere als eu, b.v.
zeut en heut voor zout en hout. De ouklank
spreekt men te Turnhout, Geel en Herenthals, en over 't geheel in 't grootste
deel der Kempen, als au uit, maar in enkele dorpen, als te
Poederlee en te Lille behoudt hij den geijkten klank.
De ui wordt in de antwerpsche Kempen over 't geheel genomen zuiver
uitgesproken; slechts helt ze in vele plaatsen naar de oi over.
De Kempenaars, vooral ook de Turnhouters, spreken zeer gerekt
en slepende.