terug  begin  verderprepost

[François Halewijn]

Halewijn (François) was lid van het Leydsche Dichtgenootschap: Kunst wordt door arbeid verkregen, in welks werken ook eenige stukjes van hem gevonden worden. Afzonderlijk bestaat er van hem, behalve eenige losse gelegenheidsstukjes, een bundeltje, getiteld: Poëtische Uitspanningen, te Leyden in 1771 gedrukt. Hoe poëtisch de stukjes zijn, daarin vervat, en hoe gepast derhalve het adjectief dezer Uitspanningen is, zullen wij den lezer zelven laten oordeelen uit een stukje, welks onderwerp althans eene poëtische behandeling vordert, namelijk:

De Dichtkunst.
 
Wie doet de zwervende gedachten
 
Voortvliegen naar 't onmeetbaar hoog,
 
Ja, streven, als op arendsschachten,
 
Den loggen stofbol uit het oog 2?
 
 
[p. 49]
 
Wie kan het wreed gemoed verzagten
 
Van hem, wien een leeuwinne zoog 1?
 
Wie was 't die 't hart, door eigen krachten,
 
Naar lust tot rouw of vreugd bewoog 2?
 
 
 
Wie hoedt der braave naam voor sterven,
 
En schenkt de faam gedurig stof 3!
 
Wie maalt der helden roem en lof
 
 
 
Met schoone en onuitwischbre verven,
 
En stelt de deugd 't behaaglijkst voor
 
Dan d'ed'le Dichtkunst 4?

Nu is het uit, niet waar? - ô Ja! maar het rijm moet ook zijn' eisch hebben, en dus volgt er heel sierlijk nog:

 
rijk van gloor 5.
[p. 50]

Halewijn doet wel dat hij ons waarschuwt dat deze Uitspanningen poëtisch zijn; het zou anders iemand niet zoo terstond in het oog vallen.

2Bijaldien iemand ons deze vragen voorhield, en wij le mot de l'énigmeniet hadden, zouden wij natuurlijk antwoorden: Een droom, in welken men zich verbeeldt te kunnen vliegen.
1Ongetwijfeld de geenen die met verscheurende dieren op de kermissen rondreizen; want men ziet dan hoe gemeenzaam deze lieden met de geenen omgaan, die leeuwinnen gezogen hebben.
2Naar lust tot rouw of vreugd wordt eigenlijk het hart nooit bewogen, maar onmiddellijk tot rouw of vreugd, en dit doen alle droefheid of blijdschap wekkende ontmoetingen des levens.
3Dignum laude virum Musa vetat mori: het is waar; doch halewijns Muse zou handen vol werks daarmede hebben. Het is overigens het nieuws van den dag, hetwelk der faam gedurig stof verschaft.
4Der helden roem en lof wordt het best door de zegenrijke gevolgen van hunne daden verkondigd; en of de deugd juist door ‘d'ed'le Dichtkunst’ het behaaglijkst voorgesteld wordt, gelooven wij zoo onbepaald niet als halewijn dit hier affirmativè vraagt, die waarlijk met zijne gedichten daarvan het voorbeeld niet geeft.
5Poëtische Uitspanningen, blz. 66.
prepostterug  begin  verder