Hanins (Albertus Ignatius d') 1, een gansch niet onverdienstelijk Vlaamsch dichter, bloeide omstreeks de helft der zeventiende eeuw, en slaagde niet ongelukkig in het erotische vak. Wij kennen van hem een zeer bevallig dichtwerkje getiteld: Het Bevel van Cupido, bestaende in dry deelen, Minnelietjens, Herdersgedichten en Kluchten , in 1654 gedrukt, waarin hij janus secundus heeft gecopiëerd. Wij hebben het boekje niet bij de hand, en geven daarom hier hetzelfde dat de Heer willems 2 daaruit heeft overgenomen, namelijk het volgende
Dit stukje is lief; doch als onze herinnering ons niet bedriegt, dan had de Heer willems nog wel eene betere keus kunnen doen uit dit bevallige boekje.