terug  begin  verderprepost

[Jakob Petrus van Heel]

Heel (Jakob Petrus van). Gedurende het achtste tiental jaren der vorige eeuw maakte deze mede eenig figuur onder de zoetvloeijende verzenmalers, waarvan het in dien tijd krielde. Zijne stukjes worden afzonderlijk of in dichtverzamelingen verspreid aangetroffen 1. Bij de Leydsche en Haagsche dichtgenootschappen behaalde hij gouden medailles, hetgeen toenmaals al heel wat te zeggen was. Wij hebben de moeite genomen van deze zoogenaamde ‘prijsverzen’ door te lezen, en moesten ons verwonderen, dat er zoo weinig moeite aan vast was, om met de verzenmakerij zoo veel eer en voordeel te verwerven; ieder handig verzenfabrikant immers zou in staat zijn om in een' achtermiddag eenige dozijnen versristen te leveren, in gehalte en waarde gelijk aan die, waarmede van heel zoo luisterrijk de overwinning op zijne mededinger behaalde. Wij zullen de eerste coupletten of versristen van zijne bekroonde Chefs d'oeuvre hier laten volgen, dan kunnen zij mogelijk nog tot modellen dienen, ingeval die oude gouden tijd eens mogt terug keeren.

[p. 105]
De regtschapen burgervader 1.
 
Verheven - schoone beste stof;
 
Voor Belgen, Vrijheidkeurelingen 2 -
 
Des besten Burgervaders lof,
 
Voor 't oor der Belgen, op te zingen 3!
 
De koorstem 4 eischt dien grootschen toon -
 
Den hoogsten 5 wacht de zegekroon!
 
De dichtkunst zelf noopt ons haar kampplaats in te rukken.
 
Speel, zangster; daar het goud reeds in uwe oogen blinkt!
 
Ja, klinkt, mijn sitersnaren, klinkt!
 
Doet me in der dichtren perk een' frisschen lauwer plukken!
De beste burger 6.
 
Versterk - gelei - vervlug 7 mijn schreden,
 
Geheiligd vuur, waerdoor ik blaak!
[p. 106]
 
Op dat ik 't oord der zaligheden -
 
De school der Burgerdeugd - genaek'...
 
In 't eind betreedt mijn voet de streeken,
 
Waerin ik, 't stadsgewoel ontweken,
 
Vaek voedzel 1 voor mijn leerzucht vond. -
 
Mogt ooit mijn ziel de kunst ontdekken
 
Om 't vaderland tot nut te strekken,
 
't was hier - op deez' gewijden grond. -

In 1790 verscheen te Dordrecht nog eene verzameling van hem in het licht met oorspronglijke en vertaalde stukjes, in proza en op rijm, getiteld: Iets van j.p. van heel. Ach! had hij het publiek maar liever Niets gegeven!

1Bij voorbeeld in deLauwerbladen voor de Zonen der Vrijheid, de Gemengde Dichtproeven, Maandwerken, Almanakken, enz.
1Tael- en Dichtk. Oefen. van het Gen. Kunst wordt door arbeid verkregen, V Deel, blz. 85.
2Dit woord alleen, dat wij, in onze onnozelheid, onder de sesquipedalia verba rangschikken, zal den beöordeelaren welligt de gouden medaille waardig geschenen hebben.
3En dat wel in 1784, toen Braband nog geheel en al onder de heerschappij van het huis van Oostenrijk stond; ook was zeker de bedoeling der prijsuitschrijveren, in dien tijd, den regtschapen Bataafschen, en niet Belgischen, burgervader te bezingen: dus was van heels opzingen ‘voor 't oor der Belgen’ toen eene vox clamans in deferto.
4In de muzijk kennen wij slechts vier stemmen; deze ‘koorstem’ is dan de vijfde.
5En dat was, eheu! die van jakob petrus van heel!
6Proeven van Poët. Mengelst. door het Gen. Kunstliefde spaart geen Vlijt, XI Deel, blz. 3.
7Met dit werkwoord ‘vervluggen’ hebben wij ons exemplaar van weilands woordenboek geaugmenteerd, dat het niet heeft.
1Vaek voedsel, ja, is er genoeg in deze beide prijsverzen van jakob petrus van heel, die ongetwijfeld in fokkes jaar 3000 cum notis zullen uitgegeven worden, nog volumineuser dan de onzen op de beide eerste coupletten.
prepostterug  begin  verder