Heel (Jakob Petrus van). Gedurende het achtste tiental jaren der vorige eeuw maakte deze mede eenig figuur onder de zoetvloeijende verzenmalers, waarvan het in dien tijd krielde. Zijne stukjes worden afzonderlijk of in dichtverzamelingen verspreid aangetroffen 1. Bij de Leydsche en Haagsche dichtgenootschappen behaalde hij gouden medailles, hetgeen toenmaals al heel wat te zeggen was. Wij hebben de moeite genomen van deze zoogenaamde ‘prijsverzen’ door te lezen, en moesten ons verwonderen, dat er zoo weinig moeite aan vast was, om met de verzenmakerij zoo veel eer en voordeel te verwerven; ieder handig verzenfabrikant immers zou in staat zijn om in een' achtermiddag eenige dozijnen versristen te leveren, in gehalte en waarde gelijk aan die, waarmede van heel zoo luisterrijk de overwinning op zijne mededinger behaalde. Wij zullen de eerste coupletten of versristen van zijne bekroonde Chefs d'oeuvre hier laten volgen, dan kunnen zij mogelijk nog tot modellen dienen, ingeval die oude gouden tijd eens mogt terug keeren.
In 1790 verscheen te Dordrecht nog eene verzameling van hem in het licht met oorspronglijke en vertaalde stukjes, in proza en op rijm, getiteld: Iets van j.p. van heel. Ach! had hij het publiek maar liever Niets gegeven!