Heems (Abraham). In 1729 verscheen van dezen Haarlemmer wever te Amsterdam een werk in 4to in het licht, getiteld: Bybelpoëzy; gevoeglijker had hij hetzelve ‘Bijbelrijmen’ mogen noemen, want er is geen enkele regel poëzij te vinden in de langdradige, koude, ziellooze uitrekkingen op rijm van Bijbelplaatsen, geclassificeerd in Alleenspraken, Tafereelen, Uitbreidingen en Zedelessen. 's Mans dichttrant is volkomen die van zijn' tijdgenoot claas bruin. Zijne beide vroeger uitgegeven treurspelen, Absalon of de Gestrafte Heerschzucht, en Antipater, of de Dood van Alexander en Aristobulus verdienen naauwelijks de vermelding.