Hendrix (Joannes Baptista), schoolmeester te Zell, bij Dendermonde, gaf in 1722 te Gend een treurspel in het licht, getiteld: De verdruckte Godvrugtigheit afgebeeld in het Houwelijck Lyden en Doodt van de H. Maget en Martelaeresse Godelieve. Dit stuk is in zeven bedrijven, in spijt van pels, die volstrekt niet hebben wil dat een treurspel meer dan vijf bedrijven heeft. De inhoud is duidelijk op den titel uitgedrukt en regt curieus en stichtelijk om te lezen; er komt zelfs een mirakel in voor, hetwelk adele, de dienstmaagd van godelieve,
aan haren man en leonore, zijne moeder, op de volgende wijze verhaalt:
Leonore, hoewel goed Katholijk, trekt dit kraaijenmirakel ronduit in twijfel, met te zeggen:
Maar deze houdt vol, en zegt tot bevestiging:
Deze leonore, eene Vlaamsche Gravin, had haren zoon, een oogenblik te voren, dus beleefd toegesproken:
Wij moeten somwijlen wel eens bij sommigen
dezer Vlaamsche wanschepsels vertoeven: zij leveren geene onbelangrijke bijdragen tot de geschiedenis van den toestand der letteren in Zuid-Nederland in vroeger dagen.