Zijn [voorgaande, Peeter Heyns] zoon, Heyns (Zacharias) 2, mede te Antwerpen geboren in of omstreeks 1570, overtrof hem ver in dichterlijke bekwaamheden en vernuft. Na den dood zijns vaders zette hij zich te Zwol neder als boekdrukker. Hij was een zeer geleerd man en geestig dichter. Het getuigenis van den Heer de vries 3, dat zijne verzen zinrijk, zuiver, ook nu en dan vloeijend en welluidend zijn, is ook het onze. Hij heeft, voor zoo ver ons bewust is, mogelijk meer,
uitgegeven: Den Nederlantschen Lustspieghel, Antw. 1599, Het Drachttooneel van de gansche Wereld, Antw. 1610. Eene vertaling der werken van den Franschen dichter dubartas, Zwol, 1616, herdrukt te Rotterdam, 1628, Emblemata of Sinnebeelden tot Christelijke bedenkinghen, Sinnespel van de dry Hoofdeuchden, Emblemata Moralia, Deuchdenschole ofte Spieghel der jonghe Dochteren, allen in 1625 te Rotterdam, Wegwyzer ter Salicheyt, Zwol 1629 en Voorbeeldzels der oude wyzen, te Amsterdam, 1634 gedrukt.
Heyns was zeer geestig in het uitvinden van zinnebeelden 1; wij willen er een paar ter proeve afschrijven.
Vondel, die zeer veel vriendschap voor heyns had, zag
dit is nu wel ons geval niet, die der zielen heil liever zonder bril zien; maar wij vinden heyns gelukkiger zinnebeeldendichter dan vondel, om wiens erbarmlijke Warande der Dieren wij - meesmuilen.