terug  begin  verderprepost
[p. 198]

[Johannes Hilarides]

Hilarides (Johannes), Conrector der Latijnsche schole en boekverkooper te Dokkum, gaf in 1694 te Franeker eene gerijmde vertaling in het licht der Fabelen van phaedrus, die hij in het volgende jaar zelf herdrukte, met bijvoeging van zeker gedicht, getiteld: Uithangbord van johannes hilarides, als burger en boekverkooper in de Hoochstraat te Dokkum. Dit uithangbord was aan de eene zijde beschilderd met een' bijbel met hoeken en sloten, en aan de andere met eene hand, houdende vijf speelkaarten, vertoonende het toen sterk in zwang zijnde spel,Lanterlu genaamd, en daar onder de woorden: ‘Een schoone.’ Dit uithangbord gaf groote ergernis, zoodat hij daarover in ongelegenheid kwam, en de regering er zich mede bemoeijen moest, waarom hij over de zijde waar het kaartspel stond eene gevlochten mat liet hangen. Dit belagchelijk geval gaf hem aanleiding tot het opstellen van het bovengemeld gedicht, met bijvoeging van eene koperen plaat, verbeeldende de beide zijden van het reeds beschreven uithangbord, de hand met kaarten bedekt door een opligtend plaatje, eene mat verbeeldende. In dit gedicht verdedigt hij het kaartspel, beklaagt zich over de genomen ergernis, en verklaart dat zijn oogmerk enkel was aan te duiden, dat hij zoo wel speelkaarten als bijbels verkocht, hetgeen alle boekwinkeliers doen, zoo dat hij geene reden zag

 
Om 't geen men vrij verkoopt niet vrij in 't bord te setten.
[p. 199]

Overigens heeft dit stukje weinig dichterlijke waarde, zoo min als zijne vertaling van Phaedrus.

prepostterug  begin  verder