Hoogstraten (David van) 1, zoon van françois van hoogstraten, die volgt, werd geboren te Rotterdam, den 14 Maart 1658. Na zich in de Erasmiaansche school zijner geboortestad de kennis der Latijnsche taal eigen gemaakt te hebben, oefende hij zich aan de Leydsche hoogeschool in de geneeskunde, en zettede zich vervolgens neder te
Dordrecht. Doch weinig geneeskundige praktijk en meer neiging tot de dichtkunst, fraaije letteren en taalgeleerdheid hebbende, aanvaardde hij den post van onderwijzer der Latijnsche schole te Amsterdam, alwaar hij weldra tot Conrector werd bevorderd. In 1722 werd hij, wegens ligchaams ongesteldheden, eervol ontslagen, met behoud zijner jaarwedde van twaalfhonderd guldens. Niet lang had hij genot van deze rust; want den 13 November 1724 des avonds bij zware mist in het water gevallen zijnde, werd hij wel gered, doch overleed acht dagen daarna aan de gevolgen 1.
Hij was een geleerd en arbeidzaam man, die door verscheiden nuttige en goed beärbeide geschriften welverdienden roem verworven heeft 2. Zijn Latijnsch en Nederduitsch Woordenboek en Geslachtlijst der Zelfstandige Naamwoorden 3 zijn zeer aanbevelenswaardig. Het Groot Algemeen Historisch, Geographisch en Oordeelkundig Woordenboek, tien deelen in folio, werd door hem aangevangen, doch na zijn' dood door anderen voltooid. Ook bezorgde hij de uitgave der Mengelwerken van p.c. hooft, in 1704, en verscheiden
levensbeschrijvingen van voorname dichters. In 1697 gaf hij zijne Gedichten te Amsterdam in het licht. Zijne Latijnsche gedichten zijn in 1[7]28 door p. vlaming uitgegeven. Wijders leverde hij ook eene vertaling der levens van nepos en der fabelen van faernus en phaedrus, deze laatste in vloeijende vijfvoetige verzen.
Hoogstraten behoort zeker niet onder de dichters van den eersten rang, die zijne tijdgenooten waren; doch zijne geleerdheid, gezond oordeel en goede smaak vergoeden in zijne dichtstukken rijkelijk het gemis van vuur en geestverheffing, dat men in die van den onvergelijkelijken antonides en anderen zijner tijdgenooten aantreft; volkomen waar is het getuigenis van j. vollenhove, geplaatst voor 's mans Gedichten:
Harttreffend en krachtig is zijn gedicht op de Uitvaart van den Admiraal de ruiter; vooral deze regels:
Hoe natuurlijk, eenvoudig en toch dichterlijk! Fraai vinden wij ook het epigrammatisch stukje
Zijne lijkdichten op vondel 1, antonides 2 en oudaen 3, doen der nagedachtenis van deze zijne beroemde tijdgenooten eer aan.
Wij eindigen dit artikel met deze treffende coupletten uit het Jaergetyde der Verlossing van Leyden: