Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV


auteur: P.G. Witsen Geysbeek


bron: P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV. C.L. Schleijer, Amsterdam 1822  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters.
Deel 4 JAC-NYV

P.G. Witsen Geysbeek

bron

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV. C.L. Schleijer, Amsterdam 1822

codering DBNL-TEI 1
dbnl-nr wits004biog04_01
logboek

- 2002-10-03 CB colofon toegevoegd

- 2006-10-18 CB conversie van het bestand naar teixlite

verantwoording

gebruikt exemplaar

Universiteitsbibliotheek Leiden, sign.: S. Ned. 25 3144

 

algemene opmerkingen

Dit bestand is, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van het Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters, vierde deel, van P.G. Witsen Geysbeek, uit 1823.

 

redactionele ingrepen

Daar waar een noottekst voor twee noten geldt, wordt de noottekst bij de tweede noot herhaald. Bijv. p. 450: ‘(1)(2) Vervolg der Poëzy van A. Moonen, bl. 197.’

In een enkel geval is de eerste noot van een pagina, om afbreking in een woord te voorkomen, op de vorige pagina terechtgekomen, dit gaat om de eerste noot van p. 139, p. 208 en p. 243

p. 84 : Tolluis → Tollius: ‘schreef de Raadsheer Tollius aan Kleyn’

p. 147: gedukt → gedrukt: ‘Kruystocht door Diederyck van Elsatien, Grave van Vlaenderen, enz. in 1741 gedrukt.’

p. 211, noot 1: de De → De: ‘Heeren De Koning, van der Willigen en Meijer’

p. 227: verkandelingen → verhandelingen ‘de laatste maal schonk hij mij zijne drie Zeventallen Verhandelingen’

p. 238: ge-gedrag → gedrag: ‘...hetgeen zijn lofredenaar wegens zijn gedrag als volksvertegenwoordiger...’

p. 354: aan-elegd → aangelegd: ‘de Kaapsche kolonie, die toch waarlijk niet op zijn territoir aangelegd was’

p. 415: De De → De: ‘De stijl is volstrekt prozaïsch’

p. 537-541: in de ‘Aanwijzing der Dichters en Dichteressen’ zijn de paginanummers aangevuld, waar streepjes staan in het origineel.

 

Bij de omzetting van het oorspronkelijke tekstverwerkingsbestand naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. II, IV, 542) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.

 

[pagina ongenummerd (p. I)]

BIOGRAPHISCH ANTHOLOGISCH EN CRITISCH WOORDENBOEK DER NEDERDUITSCHE DICHTERS.

 

[pagina ongenummerd (p. III)]

BIOGRAPHISCH ANTHOLOGISCH EN CRITISCH WOORDENBOEK DER NEDERDUITSCHE DICHTERS.

Bijeen verzameld en uitgegeven door P.G. WITSEN GEYSBEEK.

- Gens semper Batavûm, nec inhospita Musis.

Hug. Grotius.

VIERDE DEEL.

JAC-NYV.

Te AMSTERDAM bij C.L. SCHLEIJER. 1823.