Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV


auteur: P.G. Witsen Geysbeek


bron: P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 4 JAC-NYV. C.L. Schleijer, Amsterdam 1822  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Pieter Christiaansz. Ketel]

Ketel (Pieter Christiaansz.). Uit verscheiden lofdichten, geplaatst voor c. van manders Schilderboek, kan men den dichttrant van dezen rederijker leeren kennen, loopende, of liever waggelende, op de volgende wijze:

 
Apelles wijt vermaert, een Prins verclaert, der Schilderconst,
 
En Zeuxis in hun leven, hoog verheven,
 
Hier hebben schatvergaert, duysenden waert, oock een gonst,
 
In 't gheen van hen bedreven, is beschreven:
 
 
[p. 77]
 
Dit maeckt ons lust, den arbeydt licht
 
De nacht-waeck als rust, door hoop aen const verplicht,
 
Tot dat Pictura schoone, ons werde in persoone
 
Eens te loone.