1732. Aan
de titels kan men den inhoud dezer rijmwerken ligt gissen.
Zyn Nimf spreekt hemeltaal,
zegt Pater tegen den laster,
Wij gelooven dat de ‘hemeltaal’ juist niet alleen voor
den laster, maar zelfs ook voor de beste, regtschapenste aardbewoners ‘te
hoog’ is, en dat la rues Nimf, volgens het zeggen van pater, die zou
gesproken hebben, komt ons voor, met verlof, eene erge leugen te zijn; wij
hebben een geheel ander begrip van de hemeltaal, dan dat men ons la rues rijmen
als specimina daarvan zou kunnen in de hand stoppen.