[Reinier Telle]
Telle (Reinier)
1, of regnerus vitellius, geboren
te Zierikzee in het begin der zeventiende eeuw. Na Duitschland,
Italië en Frankrijk doorreisd te hebben, werd hij in zijne
geboortestad aangesteld tot Rector der Latijnsche scholen, vervolgens vertrok
hij naar Amsterdam, alwaar hij in 1688 overleed, en met een' lauwerkrans
om het hoofd begraven is.
Hij was een geleerd man; behalve zijne vertaling van de Italiaansche
Beschrijving der Nederlanden, door l.
guicciardini in het Latijn, te Amsterdam in 1616 gedrukt, en een
uittreksel uit
g. cambdens Britannia, in 1617, leverde hij ook
in 1620 eene Nederduitsche vertaling van De Dolinghen in de
Drievuldigheyd, door m. servetus, welk werk zijn' auteur op den
brandstapel en zijn' vertaler in een' ketterschen reuk bragt. Dat telle een
voorstander was van godsdienstige en burgerlijke vrijheid, en gevoelens
koesterde, die in zijn' tijd volstrekt contrabande waren, blijkt reeds
genoegzaam uit de weinige gedichten, die nog van hem in de Apollo's
Harp en elders voorhanden zijn. Een enkel willen wij hier
aanvoeren:
Een oudt sonnet.
Ik haat in een Françoys zijn dertel-licht gelaat,
In een Italiaan zijn Machiavelse treken,
In eenen Spaanschen Don zijn groots en trotzig spreken,
En in een Portugees zijn Joodsche eigen-baat.