[p. 34]
[p. 35]
Dag
De zon komt op achter de duinen
't is stil en het gras nog vochtig,
konijnen zitten op hun staart
en zijn de baas van eigen grond.
Het strand is breed, laag water,
zacht hoor je de zee en volop vogels.
Er is stilte om de caravans en tenten,
je ziet een dekzeil over fietsen
en daar een vergeten afwasteil.
's Middags maak je een schip in het zand,
vissers roeien naar het strand - een vlakke zee -
en in de verte gaan schepen langzaam langs.
Kouder. Windjack aan en lange broek.
Een hengelaar vangt niets,
een rubberboot ligt op het droge,
er lopen hier en daar wat mensen,
een jongen op een paard
dat wegdraaft naar de verte,
hoger zee en smaller strand.
Het fotoapparaat gereed, want
de zon gaat onder in de zee.