terug  begin  verder
[p. 324]origineel

Vijfde bundel.

Constantinopolen krijgskundig beschouwd.(89)

Gelijk met de veroveringen van dezen zetel des Griekschen keizer-rijks, de Turken

[p. 325]origineel

't zelve den doodsteek gaven - want ik reeken nu voor niets de splinter, die 'er david commenus te Trebizonde van overbleef; behalve dat ook deeze binnen kort

[p. 326]origineel

't lot van constantinus palaeologus hadt - alzo zal wederom met 't verlies deezes zetels des Turkschen rijks dit laatste in duigen vallen.

't Is niet dat de Sultans zich niet bevinden in omstandigheeden geheel onderscheiden van die des Griekschen Keizers, wien voor de verovering van Constantinopolen buiten 't zelve reeds niets overbleef: - 't is om deeze reeden, dat alle de pacha's, beyglerbey's enz. of verre de meesten, zeker de vermogendste(90) altoos tot opstand genee-

[p. 327]origineel

gen, onderdaanen in schijn, zich onmiddelijk der heerschappije des Sultans zullen onttrekken, zodra 't verlies der hoofdstad hem dwingende elders heul en troost te zoeken, dit staatkundig uurwerk komt stil te staan.

Meenigmaal heb ik mij aldaar met luiden van kunde in aanzienelijke posten gesteld, over deeze gevaarlijke gesteldheid van zaaken onderhouden. Hun scheen ze min dringende, dan mij, die toen 't zee-weezen der Russen noch te Cherson noch te Sevastopol kende. Het streelt zeker mijne eigenliefde van achteren uit de papieren van luiden van diepe militaire kunde, die alles met eige oogen opzettelijk onderzocht hebben, te zien, dat dit onheil den Turken onmiddelijk voor de deur staat, en dat ik alzo den bal niet misgeslaagen heb. Maar zo mij dit streelt, doet 't mij leed, daar ik altoos gehoopt had, dat zij door zo meenige harde lessen wijzer geworden hun land-

[p. 328]origineel

en zeemacht eindelijk in dien staat zouden gebragt hebben, dat zij een veroverzieken nabuur met vertrouwen onder de oogen konden zien, 't doet mij leed, zeg ik, dat de abuizen bij hen zo diep zijn ingekankerd, dat een uitvoerlijk plan van hervorming eene wiskundige onmogelijkheid is, dat de beste poogingen niet meer dan een palliatif zijn voor ongeneeslijke kwaalen, die 't alleen voor een tijd kan verschuiven.

Even nu als een hooge boom niet omvalt zonder te beschaadigen, of te verpletteren die hem omringen, alzo is de nasleep des ingestorten Turkschen rijks onbereekenbaar. Wie zal 'er door vergruist worden? wie zal de afgescheide brokken van dit ontmeetbaar gebouw na zich neemen, om 'er 't zijne mede te vergrooten?

Wat hiervan zij, Constantinoplen uit dit gezichtpunt beschouwd, wordt oneindig belangrijk. Zo mijn lezer deel neemt in den

[p. 329]origineel

toestand der waereld, behoef ik hem om geene verschooning te vraagen voor de bijzonderheeden, in welke ik gaa treeden, omtrent de wijze waarop deeze stad aangevallen en principaal verdeedigd kan worden: opdat de genie 't gebrekkige van 't militaire vervulle.

Voor een dozijn jaaren mogt deeze memorie een hors-d'-oeuvre schijnen. Toen de Russen, in hun oorlogen met de Turken, den Dnieper, Bog, Dniester en Donau passeeren, hunne legers hondert mijlen moesten laaten marcheeren, zodat zij als afgemat waren, voordat zij op 't slag-veld kwamen, toen zij eene menigte vestingen te veroveren hadden, om zich eene vrije retraite te menageeren; allen operatiën, die veel tijd, manschappen en kosten vorderen, wilde zij eindelijk tot hun geliefd oogmerk, 't verdringen der Turken uit Europa en Constantinopelen komen, toen, zeg ik, mogt dit gevaar

[p. 330]origineel

zich in een ver verschiet vertoonen, en deeze memorie een overboodig werk schijnen: maar zedert zij te Cherson een admiraliteit, te Sevastople een vloot, en de vrije vaart op de Zwarte-Zee hebben, kan de Sultan 's avonds, in zijn Serrail te Constantinoplen gerust gaan slaapen, en 's morgens of der Russen krijgs-gevangene, of gedwongen zijn te vluchten, en hun zijn gansche rijk, als 't ware, ten prooi te laaten.(91)

[p. 331]origineel

Dit is letterlijk waar; en (een paerdje dat noch harder draaft) ik neem aan te bewijzen,(92) dat zo, in plaats van den Prins potemkin, onze Vice-Admiraal en Ridder van kinsbergen het opper-gebied over de Russische marine op de Zwarte-Zee gevoerd, zo de Keizerin zijnen ijver en arbeidzaamheid helpende, maar halven wind hadt willen zeilen, Constantinopolen voor haare zegepraalende wapenen reeds zoude hebben moeten bukken; en zo de grootte dier residentie 't moeijelijk zoude gemaakt hebben

[p. 332]origineel

haar te behouden, zij gewis dezelve zou hebben kunnen rantzoeneeren, en 'er een onnoemelijken schat uit trekken. Zo is 't dan wel niet te verwonderen, dat deeze Vorstin zich zo veele moeite gaf, om dien Heer in haaren dienst te lokken, hem Carte-Blanche aangeboden hebbende! - Ergdenkenden en wangunstigen zullen deezen uitstap van vleijerije verdenken. Dan ik betuige, zo zeer ik wensche bij alle, die mij kennen, de reputatie van een eerlijk mensch te behouden, dat het gezegde naar 't zuiver ingeeven van mijn geweeten, naar mijne beste overtuiging, en voorzeker buiten kennis van dien Heer, hier neêrgezet is.(93)

[p. 333]origineel

De slag, dien de Russen den Turken bereiden, zal hun uit de Zwarte-Zee, toegebragt worden. Schoon de vlooten der eersten in de Oost-Zee veel zwaarer zijn dan die op de Zwarte-Zee, zullen deezen 'er 't werktuig niet van zijn.

Voor eerst is de weg uit Cronstad naar de Dardanellen lang.

Ten tweede moeten zij Zweeden, Denemarken, Holland, Engeland, Vrankrijk, Spanje voorbij zeilen: 't geen niet toegaan kan, zonder eenige deezer mogendheeden ombrage te geeven.

Ten derde zijn de Zuide-Winden bij de Dardanellen, in 't fraaije faisoen zeldzaam, en de stroomen altoos contrarie.

Ten vierde is Sevastople een hoek van

[p. 334]origineel

de waereld, daar geene mogendheid hen bespiedt.

Ten vijfde zijn de Noorde-Winden op de Zwarte-Zee in den zomer als een passaat.

Ten zesde loopen de stroomen uit deeze vliegend den Bosphorus in, en 't Serrail voorbij: zodat zij 'er den ingang in den nanacht van aangedaan hebbende, (de Kust is hoog genoeg, om den ingang van 't Kanaal bij helder weêr, op 9 à 10 mijlen te kunnen peilen) niet 't krieken van den dag, eer de Sultan zich noch den slaap uit de oogen geveegt heeft, voor zijn Paleis kunnen leggen.

Daarom zullen wij vooreerst en vooral met de verdeediging van 't Kanaal van Constantinople van den kant der Zwarte-Zee ons ophouden.

De Bosphorus is aan deszelfs ingang dertien hondert roeden breed; maar deeze breedte neemt allengs af tot aan de punten,

[p. 335]origineel

uitsteekende in Europa en Asia, Cavacks genaamd. 't Vaarwater is doorgaans van eene ongelijke breedte, maar altoos veel min breed dan de Bosphorus zelve, van 9. 13. 15. 17. zeer zelden 42 vademen diep. Een grond van kiezelsteen (gravier). Van den ingang tot aan deeze punten is de stroom, gebooren uit den toevloed van water in de Zwarte-Zee, door zo veele rivieren, den Don of Tanais, den Dnieper of Boristhenes, den Bog of Hypanis, den Dniester of Danastris, den Donau of Isther aangebragt, wel vooraan sterk, maar minder als hij 't na beneden is. Deeze stroom is bovenal vliegende in de zes zomer-maanden, wanneer de N. Winden bestendig waaijen. Maar in herfst en winter waaijen 'er ook Z. Winden, welke dien stroom zeer stremmen, en zelfs dooden.

Deeze laatsten zoude men moeten nutten, om in 't Vaar-water, 't zij aan zijne engste,

[p. 336]origineel

't zij aan zijne ondiepste plaatze, verzenkingen te maaken. Oude schepen, met steenen, zand, enz. gevuld, alles specie, die men aan den oever in overvloed vindt, en die men ter verbreeding van 't Kanaal (op dat 't geen men van de ruimte afneemt in de diepte - men aan 't water wedergeeve in de breedte) zoude moeten wegruimen, in menigte bij, naast en op elkander gezonken, zouden misschien 't vaarwater zo ondiep kunnen maaken, dat 't voor Oorlog-schepen niet meer vaarbaar was. Dit zou, zal men zeggen, geen klusje, maar een zwaare karre wei zijn. Wat zwaarigheid! zo 'er maar een kijk van goed succes op was. Wie zal na der Franschen Hercules-arbeid te Cherburg zeggen, dat iets van die natuur onmogelijk is?

En alsdan mogten de Russen hun gansche Esquader van de Zwarte-Zee, toch enkel ingericht om den arme Turken katte-kwaad

[p. 337]origineel

te doen, inzouten, of 'er brandhout van hakken, waaraan zij toch in de Krim zo groot gebrek hebben.

't Zij nu dat dit ontwerp onuitvoerlijk is, 't zij 'er de Turken niet om gedagt hebben, 't zij ze de vrije vaart voor hunne eige Oorlogschepen niet hebben willen verliezen, zij hebben getracht zich te dekken tegen een aanval, op de volgende manier.

Twee oude kasteelen moeten een vijandelijke vloot afweeren. Maar zij leggen op een te grooten afstand, om hun vuur te kunnen kruitzen; en zij zijn te zwak om 't vijandelijk vuur te kunnen weêrstaan; om nu niet te spreeken, dat zij door een klein getal troepen, die men in de nabuurige bogten aan wal kan zetten, den Turken zelfs voor den neus zouden kunnen weggenomen worden.

De twee nieuwe kasteelen, in 't jaar 1773 gebouwd, hebben dezelve gebreken: uitge-

[p. 338]origineel

nomen dat zij nader aan elkan der leggen Met recht werpt men den Heer Baron de tott voor, - dat hij voor dezelve eene slechte plaats heeft uitgekozen - dat hij de hoogtens van waar de vijand ze met zijn geschut zou kunnen bestrijken, niet geslecht heeft - dat hij 'er 't vuur zodaanig van heeft verdeeld, dat 't grootste gedeelte 'er van niet kan werken, voordat de vijand of met zijne schepen op de zijde 'er van legt, of 't reeds gepasseerd is: daar met 't grootste vuur N.O. en N.W. aan te leggen, men de schepen van vooren tot achteren hadt kunnen beschieten.

De nieuwe batterijen der beide Kavacks, van steen opgemetzeld, zo als die der voorgemelde kasteelen, zijn des te slechter, naarmaate derzelver schietgaten niet meer dan vier à vijf voeten boven water zijn. Binnen kort zou de overmacht van 't vijandelijk geschut dit vuur doen zwijgen.

[p. 339]origineel

De Turksche artilleristen zijn ook zo slecht, dat men in 't geheel geen staat mag maaken, noch op de juistheid van 't schot, noch op de gezwindheid van 't vuur, zo noodzaakelijk in dergelijke geleegenheeden.

Hieruit is 't op te maaken, dat een vijand van eene grooter magt in scheepen, dus meester van de Zwarte-Zee, welke in de tegenwoordige gesteldheid van zaaken deeze passage zou zoeken te forceeren, 'er zeer waarschijnelijk in slaagen zou: daar de aangehaalde gebreken der kasteelen en batterijen hem niet zouden behoeven tegen te houden. Wat meer is, al hadden ze ook deeze gebreken niet, zouden ze 't evenwel niet kunnen doen. Als een vloot een passage wil forceeren, zo die alleen op eene plaatze weêrstand vindt, laat ze ook noch zo sterk zijn, zal 't hem altoos gelukken. De vaart van de schepen, stroom en wind meê hebbende, zal ze in een snip voorbij die

[p. 340]origineel

gevreesde plaatze voeren, waarvan ze ook noch 't vuur door 't hunne zullen doen verflaauwen. Maar wanneer deeze passage, door een ketting van verdeediging, meer dan één weêrstand biedt, zo zullen de schepen, altoos meer of min aan romp en tuigagie beschadigd door 't eerste vuur, vertraagd in hun vaart, noch meer aan een tweede blootgesteld zijn; 't geen zij niet zullen durven waagen.

Maar gesteld, dat, in weêrwil van al den kijk op een goeden uitkomst, de vijand deeze onderneeming niet durfde waagen, zou 't hem in dat geval gemaklijk zijn kleine corpsen troupen aan de nabuurige kusten van Europa en Asia aan land te zetten, en deeze kasteelen te doen aangrijpen van achteren, alwaar zij niet geflankeerd, waar zij gevolglijk ligt te beklimmen en stormenderhand weg te neemen zouden zijn. Deeze operatie vordert enkel eene eenvou-

[p. 341]origineel

dige kennisse van 't locaale, die de Russen ligt krijgen kunnen.

Digt bij de oude kasteelen in Europa en Asia, zijn verscheiden plaatzen zeer geschikt tot 't aan land zetten van troepen, die in éénen nacht ze zouden kunnen forceeren: ondertusschen dat 't geschut der schepen eene nuttige diversie na den zee kant maakte. Deeze ontscheepingsplaatzen zijn, aan den kant van Europa, van Fanaraky af tot Eski-Fanary, dat is op eene uitgestrektheid van 4,000 roeden. Verscheide inhammen en bogten, die de Turksche Caïquen doorgaans tot eene werkplaatze dienen, en waarin de oorlogssloepen en barken de manschap aan land kunnen zetten, zouden die landinge zeer bevorderlijk zijn.

Aan de zijde van Asia vindt men, op een afstand van 200 roeden van 't kasteel, een ruimen inham, geformeerd door een valei, open voor den mond van een beek. In weêrwil van de nabijheid des kasteels,

[p. 342]origineel

kan geen één zijner stukken deezen inham beschieten. Deeze plaats zou de ontscheeping zeer begunstigen. Riva 800 roeden verder, zounoch voordeeliger zijn, daar men overal zeer gemaklijk voet aan wal kan zetten. Op 400 roeden afstand van land kunnen de schepen op 19 vademen ankeren. De anker-grond is 'er zo goed, dat de schepen geen gevaar loopen van verdrijven, in weêrwil der heftigheid van de stroomen en de N. winden.

't Armzaalig kasteel van Riva zou niet kunnen hinderen, dat men zo veel volks aan land zette, als men nodig heeft, om 't te neemen, zo als ook 't Fanaraky van Asia. De ligtheid der communicatiën, de hoogtens, die elkander achtervolgens en de nieuwe kasteelen bestrijken, laaten vermoeden, dat de eerste attaque gelukt zijnde, alles wat 'er beneden is, 't een na 't ander, zou weggenomen worden in éénen nacht.

[p. 343]origineel

Dit geklaart zijnde, zou 'er geen hinderpaal meer tegen den doortocht der Schepen zijn; geholpen door den stroom en de N. winden, kunnen zij in drie uuren tijds voor de punt van 't Serrail zijn, zich 't een achter 't ander vertuijen, of voortweeankers vast leggen en de hoofdstad des Turkschen rijks tot de overgaaf dwingen.

Is Constantinopolen zo ligt te overrompeen, 't is 't niet min het te verdeedigen. De natuur zelve heeft deeze verdeediging zo te land als te water aangeweezen.

't Kanaal van Constantinopolen heeft op zijn naauwst niet meer dan 700 roeden breedte.'t Is omringd van hoogtens van 30 tot 150 voeten, waarmede men voordeel zou kunnen doen, om 'er geschut op te planten.

[zie illustratie]

Beide de oevers hebben zeer goede ankerplaatzen, zeer geschikt om 'er vlottende batterijen in te leggen, die den doortocht noch veel enger zouden maaken, en al hun vuur met veel voordeel tegen de schepen,

[p. 344]origineel

niet in 't zelve geval zich bevindende, zouden kunnen ontwikkelen.

In de kasteelen of op de batterijen vindt men thans geene mortieren. 't Is echter derzelver vuur 't welk de schepen 't meeste vreezen, wijl 't hen aan een zichtbaar gevaar blootstelt. Eén éénige bombe is volstaande om een schip in de lucht te doen springen, en een geheel esquader in desorder te brengen, 't zij door 't springen, 't zij door 't in den brand steeken van de naaste schepen. Men kan niet te veel mortieren plaatzen bovenal op de uithoeken, van waar men het schot na boven en beneeden de batterijen kan wenden.

Men kan 'er vlottende batterijen bijvoegen, uit welke men de schepen, 't zij met gloeijende, 't zij met brandkogels zou kunnen beschieten.

De canoneer-sloepen behoorden van een zwaar charter te zijn, zullen zij 't kanaal

[p. 345]origineel

met eenigen nadruk beschermen. Zij behoorden te zijn van 12 stukken 24 ponders. Men heeft opgemerkt, dat de twee hooge uithoeken, die 400 roeden beneeden de nieuwe kasteelen zijn, het kanaal zeer eng maaken. Derzelver schuinsche richting zou de directie van 't vuur begunstigen, en maaken dat men de vijandelijke schepen voorin zou kunnen schieten. Men zoude bij de Cavacks de vlottende batterijen ten anker kunnen leggen, op vier ankers, gekat in een haane-poot, en met ijzere kettingen vast gehouden. De eerste deezer vlottende batterijen moest 20 roeden van de kust, de tweede 30 roeden 'er van geänkerd leggen op 15 tot 18 vademen kiezel-steen in Europa, en 20 tot 30 vademen schelpen in Asia. Men moest ze in een diagonaal met den ingang van 't kanaal op een spring leggen. Deeze batterijen zouden eene des te geduchter ketting formeeren, naarmaate

[p. 346]origineel

om ze te forceeren, men 'er op zou moeten vallen, en zich met hen vermengen. Hen te enteren, zou gevaarlijk zijn. Deeze legging is des te gelukkiger, daar hier op 100 roeden afstands van land een klip legt, welke de passage enger maakt.

Keurt men deeze vlottende batterijen af, zo gebruike men een getal van 20 canonneer-sloepen, ieder een stuk van 24 illustratie op de bak, op een sleê, voerende. Men moest ze met den voorsteeven na 't N. ankeren, en ze zo aan elkander vastmaaken, dat noch wind noch stroom ze uit hun directie kon brengen.

't Gezegde omtrent de weêrloozen staat der kasteelen van de land-zijde in Europa en Asia, doet den militairen leezer reeds van zelfs begrijpen, hoe zeer 't nodig is, achter beide dezelve eene plaatze voor 2000 man te ruimen, en 'er de nodige magazijnen voor mond- en krijgsbehoeftens

[p. 347]origineel

bij aanteleggen, waardoor men deeze kasteelen tegen eene overrompeling kan dekken. Zonder te spreeken, dat een dergelijk geretrancheert campement het landen in de buurt der kasteelen of onmogelijk of bezwaarlijk maaken zou: zonder te spreeken dat een vijand elders geland, een zo gewichtigen post niet achter zich zou durven laaten, maar dien eerst zou moeten wegneemen, 't geen hem waarschijnlijk verzwakken, zeer zeker hem vertraagen zou.

Eene andere wijze waarop Rusland de Turksche hoofdstad zou kunnen wegnemen, is door een corps d' armee ergens op de kusten van de Zwarte-Zee aan wal te zetten, op den kortsten afstand van Constantinopolen. Bij geluk voor de Turken heeft de natuur dezelve (de kusten) doorgaans zeer steil gemaakt, bezet met hooge klippen. De kleine inhammen tusschen de kasteelen van Europa en Esky-Fanary zijn

[p. 348]origineel

niet groot genoeg voor de landinge van duizend manschappen.

Maar tusschen Esky-Fanary en Karabournou is eene generaale landing gemaklijk. Om deeze moeijelijk te maaken, behoorde men:

I. Op de aangelegenste hoeken batterijen aan te leggen.

II. Andere wandelende batterijen van veld stukken te hebben, die men in een rep verbrengen kan, daar de sloepen wilden landen.

III. Twee corps Infanterij en Ruiterij, groot naar evenredigheid der vijandelijke macht, 't een te zetten op de hoogtens van Domusdere, 't andere bij Enicui, en dit camp met eenige ligte retranchementen te versterken.

IV. Eenige mortieren te plaatzen op de voornaamste hoogtens, om de vloot, die de ontscheeping dekt, te beschieten.

[p. 349]origineel

V. Twee torentjes voor 't maaken van seinen te bouwen, 't eene aan den hoek van Esky-Fanary, 't andere aan Kara-bournou; om van de eerste verschijning eener vijandelijke macht kondschap te kunnen geeven.

Deeze zijn de voornaamste middelen, welke de Porte heeft, om een inval in haar land, en een aanval op haar hoofdstad afte weeren. 't Ontbreekt haar aan kalk noch steen, hout noch ijzer, noch handen, om ze te bewerkstelligen. Maar 't draalen is gevaarlijk. De noodwendigheid om de Turksche troupen alleen defensief te doen ageeren is een kind in de konst van oorlog bekend, laaten die troupen ook noch zo talrijk zijn. 't Is alleen door de keuze van de beste positiën, in overvloed op hunnen bodem te vinden, door 't met oordeel plaatzen van sterke retranchementen, dat een

[p. 350]origineel

ongedisciplineerd en aan 't vuur ongewoon heir met eenig voordeel strijden kan tegen, en wel eens overwinnen kan een ander aan order en manoeuvres gewoon.

't Kanaal van Constantinopolen, Bosphorus Thracicus, dat zich door de Propontis en Hellespontus, in de Egeische Zee of Archipel ontlast, maakt de Turksche hoofdstad ook van die zijde voor den vijand toeganglijk. Om deeze deur toe te grendelen, schoon, om reeden voorgemeld, hunne natuurlijke vijand dien niet zal inbreeken, dienen de vermaarde kasteelen, bekend onder den naam van Dardanellen, juist bij den Hellespontus en de muuren van Troja geleegen.

Op twee plaatzen is de doorgang versterkt. De eerste is voor aan den ingang tusschen twee kaapen, de tweede is vier mijlen hooger, daar de passage 't engst is. De twee kasteelen, die deezen laatsten door-

[p. 351]origineel

gang versterken, heetten eigenlijk de Dardanellen, naar de oude stad Dardana.

In den voorigen oorlog met de Russen heeft men noch een nieuw kasteel, onder opzicht van den Heer Baron de tott gebouwd.

't Nieuwe kasteel van Europa of Romeliën Inghi-Issan, is gebouwd aan den oever van de zee, en beslaat een heuvel, door een kleine valei afgescheiden van die, welke deeze plaatzen bestrijken.

Zonder ons in te laaten in een breedvoerig detail der vestingbouwkundige bijzonderheeden, tot deeze kasteelen betreklijk, bijzonderheeden, die den Ingenieur, uit welke klasse 'er misschien niet één onder mijne lezers gevonden wordt, alleen smaaken kan en zeker smaaken zou - in 't detail der ammunitie deezer kasteelen, 't geen wij beiden naar de nieuwste, naauwkeurigste en nimmer voor 't licht gekomen opgaave voor

[p. 352]origineel

ons hebben leggen, en waardoor wij deezen bundel met ettelijke vellen zouden kunnen doen zwellen, willen wij kristelijker met onzen lezer, en eerlijker met zijn beurs omgaan, hem dit verdriet en deeze waarschijnelijk voor hem zeer nodelooze uitgaave bespaaren, en dit alleen uit mijn wijdloopig handschrift resumeeren, dat alle deeze kasteelen, in hunnen tegenwoordigen staat voor een vijandelijke vloot een niets beduidende hinderpaal zijn. 't Is eene uitgemaakte zaak, dat de Graaf alexeiorlow, nadat de Turken bij Tchesmé geslaagen waren, indien hij, zijn voordeel weetende te doen met de Z. winden, die ettelijke dagen na dien slag woeijen (iets zeer zeldzaams in den zomer) hadt willen gaapen voor de pap, die het krijgsfortuin hem boodt, hij de passage der Dardanellen zou hebben kunnen forceeren. 't Onbeschoft(93) geschut dier

[p. 353]origineel

kasteelen is zo kwalijk geplaatst, dat men 'er zich niet van zou kunnen bedienen, onder 't vuur der vijandelijke schepen, die op zijn best maar ééne laag van de Turken te vreezen zouden hebben.

Wilden zij zich door des kundigen laaten bestieren, zo behoorden zij deeze kasteelen te repareeren, borstweeringen van aarde op te richten, dit geschut op de behoorlijke affuiten te leggen, affuiten, geëvenredigd aan de stukken en bekwaam om derzelver schok uit te staan.

Behalven dit zou men de hinderpaalen noch kunnen vermeenigvuldigen, en noch

[p. 354]origineel

andere batterijen aanleggen. Die, welke men aan 't barbiers-punt heeft begonnen, en op de hoogtens aan de overzijde, zijn zeer wel geplaatst; men behoorde 'er stukken op te leggen en ze wel te onderhouden.

De hoogte van Maita in Europa, vlak over den laagen uithoek Nahara, verdiende niet te worden verwaarloosd. De schepen, moetende 't digt onder de kust van Europa houden, veranderen van koers onder deeze hoogte, en zouden lang bloot leggen voor 't vuur der batterijen, die men 'er konde opwerpen.

Ten besluite, met hoe veel zorge men ook alle de voordeeligste uithoeken met zwaare batterijen versterke, dit alles zal weinig baaten, ten zij men ook de nabuurige kusten versterke en bezette; om voor te komen, dat de vijand een landing doende, alle deeze forten en batterijen niet in den rug valle, en 'er zich van vermeestere. -

[p. 355]origineel

'Er legt mij noch iets op 't hart, maar ik durf 'er niet meê uitkomen; schoon ik anders noch al iets durv'. Maar 'er zijn dingen, die tegen de aangenomene denkwijze zo ijsselijk aanloopen, die men als zo verderflijk zal aanmerken, zo gevaarlijk om ze aan den neus van 't publiek te hangen, dat ik haast niet weet of ik ...... 'k zal er eens een advocaat en een dominé over spreeken.

Men ondermijnt een stuk gronds, en laat een duizend menschen of vier in de lucht springen.

Men masqueert een batterij met schroot gelaaden, en veegt ettelijke duizend menschen uit de waereld, als of ze geen geld van bakeren gekost hadden.

Men schiet met brandstoffen een vloot in den brand, en geeft den h. laurentius eenige duizenden confraters.

Dit alles is geoorloofd, eerlijk, braaf, GLORIEUS!

[p. 356]origineel

Zo is 't dan gepermitteerd in den oorlog zijn vijand allen mogelijken kwaad te doen, zonder eenige de allergeringste égards te hebben voor de menschheid? Is 't? Bedenk u wel.... Ja. Nu dan zo heb ik noch een pijl op mijn koker, waarmede de Turken de vliegen beter van zich zouden kunnen afhouden, als met al hun gewapende manschap: een pijl, tegen welke hunne vijanden geen schild hebben.

Waar zal dat op uitkomen!.. parturiunt montes denkt wel iemand. Vriend! 't zal op geen muisje zijn; daar verbeur ik mijn rechter knevel onder.

Hoor maar wel toe; en zo ik te met wat duister was, spreek 'er eens met uw Dr. over.

De pijl, die ik beoog, is de pest(94). Dee-

[p. 357]origineel

ze ziekte heeft een zaadstoffe; men kan ze voortplanten als knollen en aardappelen. Breng deeze zaadstoffe onder de aanraa-

[p. 358]origineel

king van een gezond mensch, en binnen kort zal hij van de pest worden aangegree-

[p. 359]origineel

pen. enz. enz. enz. De etter der pestbuilen is de rijkste aan deeze zaad-stoffe. Al-

[p. 360]origineel

les wat door eenen aan de pest zieken of gestorven aangeraakt, doordrongen is van

[p. 361]origineel

zijn zweet en andere uitwerpzelen, kan ook deeze ziekte voortplanten. Wol enz. hier

[p. 362]origineel

in geweekt, kan dit heillooze smet lang behouden(95) en zeker des te langer, naar-

[p. 363]origineel

maate men 'er zorgvuldiger de lucht afhoudt.

[p. 364]origineel

Zodra nu Rusland, Oostenrijk, of wie 't

[p. 365]origineel

ook zijn mag, mienen maakte den Sultan

[p. 366]origineel

vijandelijk aan te grijpen, kon hij de volgende taal voeren:

[p. 367]origineel

Alles, wat leeft en gevoelt, gaf de natuur

[p. 368]origineel

middelen ter zelfbehoud.(96) Gij hebt de

[p. 369]origineel

krijgstucht, wij de perzoneele bravoure. Maar deeze is onbestand tegens uwe krijgskunde, die ons nationaal karakter, of de aart van onze regeeringsform van ons afwijst, die uwe veroverzieke woelachtigheid ook nimmer onder ons zult laaten wortelen. Zo moeten wij of ons gedweelijk onderwerpen aan onze vernieling, of listig nieuwe wapens tegens u uitvinden. Deeze zijn de pest.

Zijt gewaarschuuwd! te vergeefsch zult gij uwe staaten omringen met cordons. Hoe weinig zullen zij u baaten! daar haare verwoesting u van tien onverwachte zijden zal worden aangebragt.

[p. 370]origineel

Te vergeefsch zult gij haaren voortgang door lazareths zoeken te stoppen. Voordat uwe artzen half zullen hebben uitgemaakt, of deeze vernieling 't uitwerkzel of der pest of eener kwaadaartige rotkoorts is(97), zal zij aan hondert onderscheide oorden tevens uitbarstende, uwe kloekheid verschalkende, niet dan uit ge-

[p. 371]origineel

brek aan slachtoffers onder u ophouden te woeden.

Kiest dus, of eenen nabuur, die u niet deert, en die zeker u niet zoekt te ontrusten, te laaten 't genot des vreedes, of zo gij dien stoort, maakt staat uwe wooningen in installen, uwe landen verwandelt te zien in kerkhoven; en gedenkt, dat de tallelooze duizenden van lijken(98) die ze

[p. 372]origineel

zullen bezaaijen, door uwen vijandelijken aanval, ter uwer verantwoording zullen leggen(99).

Zoudt gij ook denken, lezer, dat eene vijandelijkheid in zin hebbende mogendheid zich noch eens achter de ooren zou krabben, eer ze 't zwaard uit de scheê trok!

(89)Niemand heeft, mijns weetens, den cierlijken schrijver der Historie van de Bezittingen der Europeaanen, in de beide Indiën, het tot een misdaad aangereekend, of 't als eene onvolkomenheid in zijn voortreflijk werk aangezien, dat hij zelden van eene eenigzints aanzienelijke plaatze afstapt, zonder zich in te laaten in de wijzen, waarop dezelve aangevallen en verdeedigd zou kunnen worden: ofschoon ook 't verlies of behoud dier plaatze den Staat, aan wien zij behoort, niet gevoelig aandeedt. Misschien zal dit stuk, voor zo verre 't militair is, niet even gunstig worden opgenomen bij 't publiek, 't geen mij, schoon noch niet stokoud, reeds bekend is voor een weinig grilziek, en zich zelven niet altoos gelijk in zijne oordeelvellingen. Mij dagt echter dat de militaire staat van Constantinopolen, met wiens verlies 't Turksche rijk verlooren gaat, eene wat meer omslagtige beschrijvinge verdiende. Den onkrijgskundigen leezer zal zij weinig behaagen; ook verzoek ik hem, bij al wat heilig is, ze maar over te slaan; den anderen zal ze, ik ben 'er gerust op, zeer belangrijk zijn. - Heeft men ooit met recht een maaltijd bedilt, om dat 'er één schotel op tafel stondt, waarvan men niet proefde?
(90)De Pacha van Bagdad is reeds jaaren lang een onderdaan des Sultans bijna enkel in naam. Deeze weet dit zeer wel en behandelt hem altoos met veel menagement. Ik heb zelve noch een brief van den Groot-Vizir voor hem, waarin hij hem broedert. En eilieve zeg mij eens, hoe men een gouverneur, die meer dan 300 mijlen (en welke mijlen, en in welk land!) van C. woont, en die 100,000 man onder de wapenen kan stellen, bedwingen kan!
(91)En Janvier 1786, une fregatte Russe entra pendant la nuit dans le Bosphore, sans que les gardes des Châteaux d'Europe & d'Asie, absentes ou endormies, s'en fussent apperçues, et vint mouiller dans le Port de Constantinople. La Porte fit ses plaintes à l'Envoyé de Russie, sur la témérité du commandant, qui donna pour excuse de sa hardiesse, plutôt que de son ignorance, qu'un brouillard épais lui ayant dérobé la vue de terre, il avoit été entrainé, malgré lui, par les courans, auxquels il n' avoit pûrésister; quoiqu'il lui eût été ordonné de remettre sur le-champ à la voile, cela ne prouva pas moins qu'une escadre pourroit entrer de même à l'improviste, et bombarder cette capitale’. Le comte ferrieres de sauveboeuf, ibid. tom I. p. 65.
(92)Dit zal ik hiernamaals, evenwel in deeze waereld, in 't vervolg van dit werk doen, bij welzijn, wanneer ik mijn lezer in de Krim te Sevastople zal gevoerd hebben.
(93)Ook is Sultan selim, in de tegenwoordige gesteldheid van zaaken, 't behoud zijner residentie den Koning van Zweeden verschuldigd. Zonder zijne vermogende diversie zou de groote Russische Vloot de Turksche zeker geslaagen en zich met haare zegepraalende magt voor 't Serrail gelegt, of zouden de Constantinoplers zich aan een bezoek van die van Sevastople bloot gesteld hebben.
(93)Is deeze uitdrukking ook onbeschoft? Beschaafde lezer oordeel. Men telt op de batterijen van de kasteelen der Dardanellen, om van veele andere zwaare kanonnen te zwijgen, de navolgende:
33 Stukken van 22 duim middellijns 10 voeten lang.
36 - - - - - - - - 13 - - - - - - - - 17 - - - - - - - -
20 - - - - - - - -60 illustratie - - - - - - - - 20 - - - - - - - -
Alles metaal geschut.
(94)Dit woord alleen zal veele mijner lezers een afgrijzen aanjaagen. Ik prijs nog meer, dan ik mij verwonder over, hunne menschlievendheid. Men houde 't mij echter ten beste, zo ik mij veroorloof dit onderwerp wat fijner uittepluizen, d.i. te onderzoeken, of 't een Staat geöorloofd is zich te bedienen van de pest als een wapen ter defensie. Hier dunkt mij zie ik zommige, geleerd hoe weinig de Mogendheden buiten, voor en in den oorlog, zich onder elkanderen bekommeren over recht en edelmoedigheid, lagchen over mijne eenvoudigheid; en 'er scheelt niet veel aan, of ik houde 'er hen zelve gezelschap in. 't Zou mij evenwel spijten, mij zo lang met dit onderwerp 't hoofd te hebben gebroken, zonder mijne diepe kennisse! te mogen laaten luchten.
Is 't een Staat geoorloofd zich te bedienen van de pest als een wapen ter defensie? 't Is niet betreklijk tot de aanvallende Mogendheid, dat 't moeijelijk valt dit te onderzoeken en de geöorloofdheid te bewijzen; want pleegt men raad met alle de argelistigheden der kunst van den oorlog, voorwaar men zal moeten belijden, dat 't menschelijk vernuft nergens meer op uit is, principaal onder de beschaafde natiën, zo als zij zich noemen, dan om elkander 't meest mogelijk met de minste moeite en gevaar den hals te breeken.
De eenigste reden, waarom men deeze manier van defensie als ongeöorloofd misschien zou mogen houden, is wijl dezelve maar van eenen kant gebruikt kunnende worden, men met ongelijke wapenen strijdt: 't geen niet edelmoedig is. Maar ook van deeze laatste manier van elkander te beöorlogen, zijn voorbeelden voor handen, van niemand gelaakt; waartoe behooren de inundatiën, een wapen, zeker maar van eene zijde bruikbaar.
De vraag is dus eigenlijk, mag een Staat zich bedienen van de pest, als een middel van defensie, voor zo verre door dat middel andere volkeren, die met denzelven in geen staat van vijandelijkheid zijn, gevaar loopen aangestooken, en 'er de slachtöffers van te worden?
Wat leidraad gebruikt, om 't best te geraaken uit 't doolhof der tegenswoordige questie? Moet men de zelve oplossen naar de letter van geschreeven traktaaten en conventiën tusschen de Mogendheeden? Is 't. beter 't recht der natuur en volkeren in te roepen? of blijft 'er iets anders over, dan zich te staaven op de kragt van voorbeelden en usantiën?
Voor eerst zijn de Turken, zo veel mij bekend is, noch nimmer gekomen op de gedagten, om zich te bedienen van de pest als een wapen ter defensie; alzo kunnen traktaaten tusschen hen, de Oostenrijkers en Russen daar niet van reppen.
Ten tweeden en ingeval traktaaten den Turken 't gebruik van dit huismiddeltje ontzeiden, wat zou dit baaten? daar deeze zelve traktaaten, bij 't opkomen van ieder oorlog, als verbroken zouden kunnen worden aangemerkt.
Zo 'er iets grondigs, iets beslissends over kan gezegd worden, 't is in 't recht der natuur en der volkeren alleen dat dit gezogt moet worden.
Om dit onderwerp meest mogelijk eenvoudig te maaken, zal ik de Mogendheden onder elkanderen beschouwen als partikulieren; want ook voorwaar in den staat der natuur staan de staatendommen tot elkander, als de partikulieren onderling in ieder staatendom: d.i. even zo als, in dien staat, de partikulieren onder een aan geene andere wetten dan die der natuur gehouden zijn, even ook zo zijn 't de staatendommen.
Een voorbeeld van partikulieren: een sterke, vierkante knevel valt een zwak jongeling aan, wiens leeven verlooren is, ten zij hij dien knevel door list of behendigheid 't vengster weet uittewerken; mag die jongeling dat doen, wanneer hij weet, dat de val van dat brok twee onschuldige wichtjes, die onder 't vengster leggen speelen, gaat vergruizen? grotius schijnt te zeggen jaa. ‘IV. 1. An et innocentes, qui interpositi defensionen aut fugam, sine qua mors evadi non potest, impediunt, transfodi aut obteri possunt, disputatur. Sunt qui licere id putant, etiam Theologi. Et certe naturam solam si respicimus, multo minor apud eam est societatis respectus, quam propriae salutis cura. At lex dilectionis praesertim Euangelica, quae alterum nobis aequat, plane id non permittit. De jure Belli &c. Lib. II. Cap. I. Dan de wetten van 't Euangelie klemmen de Turken niet.
Een ander voorbeeld ook van partikulieren. Ik heb een Vriend gehad. Hij is niet meer! Let op zijn geval. Na zes weeken omdwaalens door den Oceaan, in een mast- en reddeloos schip, met 350 koppen bemand, bekomen zij, noch vijftig mijlen van land, een zwaar lek. Dit brengt veertien voeten waters in 't schip. Dertig van de bedaardsten, de rapsten, de moedigsten bergen zich in de boot. Een man meer daar in opgenomen, stelt bij een holle zee en stormachtig weêr, alle die dertig in 't dreigendst gevaar van zinken. De rest van de equipage wil ook zijn leeven redden. Men springt in zee en zwemt tropswijze na die reeds vol geladen boot. Dan hier keert men hen overal met riemen, haaken, messen af, stoot hen onder, in één woord vermoordt hen. Strijdt dit tegen de wetten der natuur?
Hoor nu puffendorf hier over: ‘Ici se présente un autre cas, que je me propose à examnier. Supposons, que dans un Naufrage, plusieurs personnes se sont jettées dans une petite Chaloupe, qui n'appartienne pas plus (3) aux uns qu'aux autres, et que la Chaloupe ne soit pas assez forte pour les porter tous à la fois. Faut-il tirer au sort qui seront ceux qu'on chassera? &c. Le droit de la nature. Lib. II. Ch. VI. Zeker zou 't billijkste weezen te looten; maar eerlijke puffendorf! hoe weinig hebt gij een denkbeeld van deeze schrikkelijke situatie, van 't misbaar, van de confusie, de zinneloosheid, die haar vergezellen, kunnen vormen, om dit middel in 't allergeringste voor praktikabel te houden! barbeyrac, die op No. 3. hier een noot bijvoegt, zegt dat de boot 't eigendom is van den schipper, die meester is, liefdaadig die geene 'er in te laaten die hij wil, en ze 'er wederom uit te jaagen, naar goeddunken. Maar met permissie van zijn Hooggeleerden houde ik dit voor een flater. Bij dergelijke omstandigheden is de boot eerst het eigendom der gansche equipage, misschien daarna van die geene, welke de sterkste en kloekste zijnde, 'er zich van meester gemaakt hebben. De looting nu in dergelijke verwarring onbruikbaar zijnde, zo blijft de vraag: mogen die dertig, die in de boot zitten, hun leeven redden ten koste van dat van drie honderd, die zij afkeeren? In 't boek de Officio Hominis & Civis Lib. I. Cap. V. 8. beantwoordt puffendorf die vraag met een mij dunkt.(*) 't Instinct van eigenbehoud(*) is een tijran, die alle andere wetten overheert, eene drift, die alle redeneeringen opslorpt. Te vergeefsch zal een rechtsgeleerde betoogen de onrechtvaardigheid der ontweldiginge van een stuk hout, 't geen een ander, ook in 't water gevallen, 't eerst gegreepen heeft ter reddinge van zijn leeven; die zelve rechtsgeleerde zou, in weêrwil van zijn betoog en eige overtuiging, in dezelve omstandigheeden 't zelve doen, zo hij knap genoeg was.
De huiverigheid in 't doen van uitspraak, waarreneemen bij twee zulke te recht beroemde schrijvers als grotius en puffendorf moet iedereen op de hoede doen zijn. Ik vermeet mij niet te willen beslissen, maar ik verzoek om verschooning, zo ik 't waage deezen grondregel neêr te stellen, een grondregel, (die 'er mogelijk geen is, dien ik niemand opdring, en waarop ik weet, dat de meeste keurmeesters hun stempel niet zullen zetten) namelijk dat 't geöorloofd is een ander te schaaden en te vernielen, zo meenigmaal 't instinct van eigen behoud 'er ons toe dwingt, d.i. zo meenigmaal wij, zonder die schade of vernieling, zelve verlooren zouden gaan.
Zijn nu de staatendommen, door geene traktaaten aan elkander gebonden, in 't zelve geval, als de partikulieren onderling in den staat der natuur - houdt mijn aanstonds neêrgezette grondregel steek - is de Staat van Turkijen in 't geval van een partikulier, die zich niet kan redden zonder een onnozelen aan zijn eigen-behoud op te offeren, zo is de vraag beantwoord, of die Staat gebruik mag maaken van de pest als een middel van defensie.
Tot hiertoe heb ik de geöorloofdheid deezer nieuwe manier van oorlogen onderzogt, voor zo verre de nabuurige Mogendheeden 'er mede een slacht-offer van zouden kunnen worden. Ik bekenne, dat 'er weinig kans is een groot rijk te empesteeren, zonder dat de nabuuren 'er een schampschoot van krijgen. Dan hieromtrent verzoeke ik mijne lezers drie zaaken op te merken.
I. Dat hoe groot dit gevaar ook in zich zelven zijn mag, de Turken 't in de hand hebben, 't zelve zeer te verminderen, bijaldien zij die landen, grenzende aan 't rijk, waarop zij 't gemunt hebben, van hun voorneemen waarschuuwen, die 't alsdan vrij staat om hunne staaten een kordon te trekken.
II. Dat ik enkel en alleen dit aanraade als een defensief wapen: iets, dat hemelsbreed aflegt van offensief. Inderdaad zeer veele zaaken staan in 't eerste geval vrij, die in 't laatste verboden worden: een onderscheid, dat misschien niet altoos genoeg in 't oog gehouden wordt.
III. Dat ik dit huismiddeltje vooreerst aanraade als een bullebak, wiens dreigend aanzien zeer waarschijnelijk de vermetelheid zelve in de schulp zal doen kruipen; principaal dier geenen, welke de pijnelijkheid zijner neepen gesmaakt hebben.
(*)Niets is ligter dan een meesterachtigen toon aan te neemen, en deeze vraagen ad libitum te beantwoorden. Maar een bedaard onderzoeker laat zich daar niet meê paaijen. Ik voor mij bekenne mijne onbevoegdheid tot uitspraak; en, na deeze bekentenisse, zo men mij vroeg, wie die bevoegheid toekomt, zou ik mij verleegen vinden, 'er op te antwoorden. De Hooggeleerde Heeren zijn zo ellendig doorbakken van hunnen collegiaalen slenter, zoo gekeetend aan aangenomen denkwijzen, zo belemmerd door menagementen voor hun stand, dat deeze hunne uitwijzingen misschien door geen vrij onderzoek zullen voorafgegaan zijn, zonder 't welk zij echter bij een ieder, ongewoon jurare in verba magistri, niet meer dan rook en wind zijn.-
(*)'t Is van dit instinct, en niet van de wetten der natuur in 't algemeen, dat cicero in de bekende plaatze(†) zegt: ‘Est haec non scripta, sed nata lex, quam non didicimus, accepimus, legimus, verum ex natura ipsa arripuimus, haasimus, expressimus, ad quam non docti, sed facti, non instituti sed imbuti sumus: ut si vita nostra in aliquas insidias, si in vim, in tela aut latronum aut inimicorum incidisset, omnis honesta ratio esset expediendae salutis’.
(†)In Oratione pro Milone.
(†)
(95)Zie hier 'er noch een versch voorbeeld van, 't geen de Heer michel de doctor van de quarantaine te Marseille, de best geregelde van geheel Europa, mij heeft medegedeeld.
Omstreeks van 't jaar 1784 komt een Raguzeeër uit een haven van de Levant te Marseille, eene meenigte Turken aan boord hebbende. Zij waren ruim een maand op zee, en reeds drie weeken in de quarantaine geweest, altoos gezond. 't Geval wil dat een der Turken ziek wordt. Nu vordert de ordonnantie van 't huis, dat zodra iemand ziek wordt, hij zich geheel naakt ontkleedt, om te ontdekken of hij ook eenig teeken van pest op 't lijf heeft. Dit gedoogde de Turksche eerbaarheid niet. Zij verkoozen liever, schoon alle gezond zijnde en hun quarantaine in een week stondt te eindigen, wederom intepakken, en een andere haven te zoeken. Een der Turken geeft een oppasser van 't huis een lederen beurs, dien hij bij 't verpakken ergens in een hoek van een koffer vondt. Deeze was besmet, stak hem aan, rukte hem weg, zonder dat zijn dood, door de goede voorzorge, verder gevolgen hadt. De Turken zelve bekwamen ook deeze ziekte op eene deerlijke wijze aan boord, twee derden van 't volk stierf 'er aan. Men nam ze eindelijk wederom te Marseille in quarantaine. Een bewijs, dat deeze zaadstoffe zich ten minste zes weeken conserveert.
(96)‘Hoc & ratio doctis, & necessitas barbaris, & mos gentibus, & feris natura ipsa praescripsit, ut omnem semper vim, quacunque ope possent, a corpore, a capite, a vita sua propulsarent. Cicero, pro Milone.’
Non alia longè ratione atque ipsa videtur,
Protrahere ad gestum pueros infantia linguae,
Cum facit ut digito, quae sint praesentia monstrent.
Sentit enim vim quisque suam, quam possit abuti.
Cornua nata prius vitulo quam frontibus extent,
Illis iratus petit atque infensus inurget.
At catuli pantherarum, scymnique leonum
Unguibus ac pedibus jam tum, morsuque repugnant,
Vixdum ipsis sunt dentes unguesque creati.
Alituum porro genus alis omne videmus
Fidere & a pennis tremulum petere auxiliatum.
lucretius Lib. V. vers. 1029.
(97)Dit ziet hierop: bijna nimmer ontstaat deeze ziekte in Europa, dat dezelve niet een aantal doodgravers aan de kost geholpen heeft, voor dat de faculteit, die doorgaans een schrik heeft 't vonnis der pest over een Staat uit te spreeken, opgehouden heeft te twisten over den aart der epidemie. Die laastelijk Rusland, en bovenal Moscou, zo deerlijk teisterde, was wel een pest in pessima forma, en toch wilde men te St. Petersburg en buiten Rusland ze voor eenen boosaartigen Roodenloop doen doorgaan. En dit is bijna altoos 't geval. Zodat 't zaadstof deezer ziekte aan hondert plaatzen kan vatten, voordat de waakzaamste policij 'er zich tegen behoede.
(98)Wijle de heer professor schreiber, een leerling van onzen boerhaave, die de Ukrainsche pest van 't jaar 1738 en 39 hadt bijgewoont, zegt 'er van: ‘Adeoque non est improbabile, Pestilentiam ope unguentorum per integras civitates et regna seri posse; si venenum pestilens in eis incarcerari et in vigore conservari potest; quod credibile faciemus in sequentibus. Calluit eiusmodi artem, sed prudenter celavit antonius portus de Peste. Lib. I. Cap. XXVII.’ Zeker zijn 'er beter middelen dan zalven, om 't miasma van de pest te incarcerceeren, die ik, in weêrwil van mijn geheel betoog, toch oirbaarst vind' voor mij zelven te houden.
Dat de pest zich laat verbruggen door eene plaatze, zonder ze aan te steeken, heeft de Hoogl. de haen ook geweeten: ‘Et vicina regna ab hac labe (pestifera) immunia esse possunt, et nihilominus res pestiferae nobis inde afferri'. Rat. Med. Vol. IV. p. 263.
(99)Die geene geleegenheid gehad heeft 't aandoenelijk schilderij der verwoestingen deezer ziekte op 't raadhuis van Marseille (waarop die der pest dier koopstad zo treffend afgebeeld staan) te gaan bekijken, die leeze bij lucretius. Lib. VI. eene beschrijvinge haarer armzaaligheid, eene beschrijvinge, die ik grooten lust had hier in te lassen; ware 't niet dat zij 150 regels lang was.
terug  begin  verder