terug  begin  verderprepost
[p. 11]

1 Sint-Martens-Latem, 18 maart 1903

Sinte Martens Laethem, 18 Maart 1903.

 

Geachte Heer.

Ik stuur U hierbij den brief des heeren de Praetere terug: ook ik kan zoo'n schrijven moeilijk anders dan... vreemd noemen.1 Ik heb het drukken van mijn bundeltje zelf geleid, weet nagenoeg wat het gekost heeft, en kan alleen vaststellen dat de heer de Praetere het boekdrukken tot een zeer winstgevend stieltje wil maken...

Aan zulke prijzen is, ik begrijp het licht, de uitgave door U volkomen onmogelijk, hoe gaarne ik ze ook door U ondernomen zag. Misschien zou overigens, niettegenstaande de ‘onveranderlijkheid’ zijner prijzen, bij den heer de Praetere wel de helft af te dingen zijn!... Ik zeg, natuurlijk, ‘misschien’; maar weet tevens dat de heer de Praetere geen lust heeft die vellen druks op zijn nek te blijven dragen...

Voor wat het klein getal exemplaren betreft: ik mag U verzekeren dat zij geen hinder zouden zijn tot den verkoop.2 De tien exemplaren op Japansch papier zouden al dadelijk, en zonder tusschenkomst van den boekhandel, verkocht zijn. De 100 exemplaren op van Gelder, mits een goed prospectus, zouden ook wel aan den man te brengen zijn, ook buiten kommissie-zending, of deze tot op het uiterst-noodige gebracht. Ik zelf zou plaatsing weten voor een groot getal der ex. op Japansch papier. De ‘Nederl[andsche] Boekhandel’ zou zich zeker wel willen gelasten met de andere.3

Dit alles zeg ik U, natuurlijk, zonder formeele belofte; nochtans niet zonder werkelijke zekerheid.

Ik kan alleen, voor 't oogenblik, U in overweging geven, of U het geraadzaam vindt den heer de Praetere een aanbod te doen. Ik zou er aan hechten, omdat het uitblijven van mijn werkje me uiterst onaangenaam is.4

Met de meeste achting,

Uw dw.

Karel van de Woestijne.

[p. 12]


illustratie
Titelpagina van het door Jules de Preatere op de handpers gedrukte Eerste verzen zijnde: Het vader-huis, 1903.

1Julius de Praetere (1879-1947), typograaf, schilder, decorateur. Hij had Van de Woestijnen bundel Het vader-huis gedrukt en trachtte die bij een uitgever onder te brengen. Een brief waarin De Praetere de oplage aan Van Dishoeck ter uitgave aanbiedt, is niet teruggevonden. De Praetere onderhandelde ook met andere uitgevers. Hij bood de bundel op 16 maart 1903 aan voor een bedrag van B.Frs. 275 aan de Amsterdamse uitgever L.J. Veen. (Letterkundig Museum, Den Haag, archief-Veen.)
2Er werden van Het vader-huis volgens de colofon 120 exemplaren gedrukt: 20 exemplaren op ‘Japansch keizerlijk papier’ en 100 exemplaren op Hollands Van Gelder. De Praetere sprak in de in noot 1 genoemde brief aan Veen van ‘112-114 ex. van Gelder en 15 Japansche’; hij had volgens die brief al exemplaren verzonden aan Willem Kloos en Albert Verwey, van wie hij positieve reacties had ontvangen.
3De Nederlandsche Boekhandel, uitgeverij en boekhandel te Antwerpen, was voor Van Dishoeck een belangrijk afzetpunt in België.
4Het is ons niet bekend, of Van Dishoeck een bod op de bundel heeft gedaan. De Praetere kwam eind maart of begin april 1903 tot overeenstemming met L.J. Veen, bij wie Het vader-huis dat jaar verscheen. Het bedrag dat Veen uiteindelijk voor de bundel betaalde, is niet bekend. (Vgl. de brieven van De Praetere aan Veen van 17, 25 en 28 maart 1903: Letterkundig Museum, Den Haag, archief-Veen.)
prepostterug  begin  verder