terug  begin  verderprepost
[p. 15]

5 Sint-Amandsberg, 28 oktober 1904

Geachte Heer,

Vóor enkele dagen schreef ik U aangaande den heer A. Herckenrath in bewoordingen die voor dezen niet vleiend waren.1

Thans verneem ik dat hij, in de zaak die mij scheen toe te laten aldus over hem te oordeelen, slechts ridderlijk en in rechte gehandeld heeft.

Wees dus zoo goed, de woorden die voor hem beleedigend konden zijn in mijn brief als ongeschreven te beschouwen, en de uitdrukking van mijne ware achting te aanvaarden.

Uw d.w. dr.

Karel van de Woestijne

 

28-10-04.

1Adolf Herckenrath (1879-1958), schrijver, boekhandelaar-uitgever te Gent. Hij was bevriend met Van de Woestijne, die zijn Laethemsche brieven over de lente, verschenen in februari 1904, aan hem richtte.
De herroepen brief waar Van de Woestijne op doelt, is niet teruggevonden; het is ons niet bekend of ‘de zaak’ de verzenbundel betrof. (Vgl. brief 4.)
prepostterug  begin  verder