terug  begin  verderprepost

7 Sint-Amandsberg, 26 november 1904

Sint Amandsberg bij Gent, 26 Nov. 1904

Prins Albertstr. 52

 

Waarde Heer van Dishoeck!

Neem me niet kwalijk zoo'k u eenige dagen op antwoord liet wachten. Wijt het vooral niet aan onverschilligheid of wantrouwen: ik wist echter niet wát met dien bundel verzen aan te vangen. Hem mijn vriend terug-vragen was moeilijk; - en tóch volgde ik liever úw raad.1

Nu dat ik echter nóg geen stipte beslissing heb, denk ik er aan maar over alles heen te stappen, en wilde U vragen of U mijn boek ter uitgave wilt, en met welke voorwaarden.

Gij kent dien bundel reeds door mijne vroegere beschrijving:2 ± 225 bz. druks, en bevattende: 1o Het Vader-huis (waarvan ik copie-recht behield vermits ik met Veen geen contract heb; die eerste druk is overigens op een paar exemplaren na uitverkocht), 2o De Boom-gaard der Vogelen en der Vruchten (een nieuwen bundel) en 3o Vroegere Verzen.

Naar ik wel hoorde zou dit nogal lijvig boek voor mij een doorslaand succes kunnen zijn. Gij weet hoe men reeds over ‘Het Vader-huis’ schreef (Kloos,3 o.a., en van Nouhuys4, en Verwey,5 en de Meyere6). Van Langendonck schrijft er voor 't oogenblik ook een artikel over voor ‘Vlaanderen’, naar wie het lazen zeer lovend, schijnt het.7

[p. 17]

't Verschijnen van dat tweede boek, en de eventuëele bijval moeten mij een zweepslag zijn voor een drama waar ik wensch aan te beginnen. Ge weet dat zulken zweepslag soms zéer noodig is voor een dichter. Maar dan moet ik een goed uitgever gevonden hebben. Neem me niet kwalijk dat ik aan U denk daarvoor; ik ben overtuigd dat u een góed uitgever zijt. Zult u echter willen aannemen?8

Ik verduik U niet dat ik eenigs-zins haastig ben, deels - ik zei het reeds - voor mijn volgend werk, deels om andere, nog meer belangrijke redenen, die ik U liever mondeling meêdeel.9 Want ik reken ten stelligste op Uw vereerend bezoek, overtuigd dat samen-praten me veel duidelijk zal maken, en dat we zéker elkander in meening over vele zaken samen-treffen zullen.

Het zal me dus een groot genoegen zijn U over heel kort te mogen zien. Schrijf me, bid ik U, wannéer U overkomt, en of ik U ten mijnent zal ontvangen. Liefst ontmoette ik U, natuurlijk, alleen. Kunt U echter niet tot in Gent overkomen, ik vervoeg u dan wel in Brussel of in Antwerpen, naar uw verkiezen. Liefst echter, ik herhaal het, tot grootere vertrouwelijkheid in Gent, zoo 't u meêvalt.

En laat me intusschen, verzoek ik U, weten, of U er zin in hebt mijn bundel voor U te nemen.

Geloof me met achtende groeten

Uw Dw. dr.

Karel van de Woestijne

1Vgl. brief 4.
2Een vroegere brief waarin een dergelijke beschrijving van de bundel wordt gegeven, is niet bewaard.
3Willem Kloos, ‘Literaire kroniek; Het Vaderhuis door Karel van de Woestijne’, in De Nieuwe Gids 19 (1903-1904) 5 (januari 1904), p. 293-303.
4W.G. v[an] N[ouhuys], ‘Literatuur. Gedichten’, in Groot Nederland 2 (1904) 2 (februari), p. 226-251 (over Het vaderhuis m.n. p. 245-249).
5Albert Verwey, ‘Boekbeoordeelingen; Het Vader-huis door Karel van de Woestijne’, in De XXe Eeuw 10 (1904) 2 (februari), p. 258.
6Victor de Meyere, ‘Vlaamsche kroniek; Het Vader-huis. Gedichten van Karel van de Woestijne’, in Nieuwe Arbeid 2 (1904) 1 (januari), p. 42-48.
7Het artikel van Prosper van Langendonck over Het vader-huis verscheen de maand hierop in Vlaanderen. (Vgl. brief 9.)
8Vgl. voor het voorgenomen treurspel brief 11, noot 1.
9Wellicht om financiële redenen, maar zeker ook vanwege de aanstaande geboorte van zijn eerste kind. (Vgl. brief 12.)
prepostterug  begin  verder