St Amandsberg bij Gent, 1 Dec. 1904.
Waarde heer van Dishoeck,
Ik heb Uw briefje van gisteren wel ontvangen. Het blijft dus afgesproken dat ik U, tot nader besluit der zaak, over kort verwacht. Ik hoop dat we dan gemakkelijk overeen komen.1
Ook wíj verwachten over heel kort - een paar weken nog slechts - een eerste kindje. Het is zelfs éene der redenen dat ik gaarne heel spoedig mijn boek verschijnen zie.2
Ik hoop dat intusschen bij U alles goed verga: ik begin die voorafgaande angsten te kennen.
Mijne vrouw wenscht Mevrouw van Dishoeck het beste toe: zij is, ge begrijpt het wel, in uw verwachting zeer begaan.
In afwachting dat ik U dus weder moge ontmoeten - want ik herinner mij het Gentsche letterkundig Congres nog zeer goed - bied ik U mijne hartelijkste groeten aan.3
Uw d.w. dr.
Karel van de Woestijne.
Verschooning voor dit papier: ik heb er geen ander voorhandig.4