terug  begin  verderprepost

9 Sint-Amandsberg, december 1904

Waarde heer van Dishoeck,

Is het te véel eischen, als ik U verzoeken zou, me, thans liever dan later, het honorarium voor de December-bijdrage op te sturen?1 Ik verduik U niet dat ze te stade komen zou!

Ik heb het Nr van ‘Vlaanderen’ van U ontvangen. Hartelijk dank. Van Langendonck's opstel heeft me geroerd en verheugd, te meer omdat ik zijne oprechtheid en zijn ernst ken.2

Met dank en oprechtste hartelijkheid

Uw dw. dr.

Karel van de Woestijne

 

Ik hoop dat bij U alles goed gaat.

[p. 19]


illustratie
Brief van Van de Woestijne aan Van Dishoeck, 18 maart 1903 (brief 1). (Collectie Letterkundig Museum, Den Haag.)

[p. 20]


illustratie

1‘Gedichten uit Den boomgaard der vogelen en der vruchten’, in Vlaanderen 2 (1904) 12 (december), p. 557-567.
2Prosper van Langendonck, ‘Het vaderhuis’, in Vlaanderen 2 (1904) 12 (december), p. 568-575.
prepostterug  begin  verder