Waarde heer van Dishoeck,
Is het te véel eischen, als ik U verzoeken zou, me, thans liever dan later, het honorarium voor de December-bijdrage op te sturen?1 Ik verduik U niet dat ze te stade komen zou!
Ik heb het Nr van ‘Vlaanderen’ van U ontvangen. Hartelijk dank. Van Langendonck's opstel heeft me geroerd en verheugd, te meer omdat ik zijne oprechtheid en zijn ernst ken.2
Met dank en oprechtste hartelijkheid
Uw dw. dr.
Karel van de Woestijne
Ik hoop dat bij U alles goed gaat.

