terug  begin  verderprepost

17 Sint-Amandsberg, op of kort na 14 februari 1905

Waarde Heer,

Daareven ontvang ik hierbijgaande kaart van Veen.1 Wil ze a.u.b. voor mij bewaren. Acht U het nog noodig dat ik die exempl. inkoop? Liefst deed ik het natuurlijk niet! Hecht U er echter aan dat ze van den Hollandschen boekenmarkt verdwijnen, ik vind hier in België misschien wel een boekhandelaar die ze voor rekening neemt. Ik laat de zaak, overigens, aan Uw believen over.

Ik hoop dat ik U binnen de twee dagen de omslag-teekening kan laten geworden. Dan kunnen we spoedig vooruit. Ik werk aan de twee gedichten die achteraan nog ontbreken.2 - Heeft U reeds gedacht aan 't vóorwoord-van Langendonck? - Wil U ook herinneren, bij 't laten-ontwerpen van den linnen proefband, dat we gesproken [hebben] van dik bord-papier, dun uitloopend, voor het plat.

Aanvaard, bid ik U, mijne hartelijkste groeten

Uw dw. dr.

Karel van de Woestijne

1Op 13 februari 1905 schreef Veen aan Van de Woestijne: ‘Waarde Heer! Ik wil u de 18 ex in linnen Band voor 3 Frs en de 5 op jap papier voor 10 Frs per stuk afstaan. Natuurlijk heb ik geen bezwaar tegen den herdruk vooral waar mijn voorraad zoo klein is.’ (Letterkundig Museum, Den Haag.)
2Het is niet duidelijk welke gedichten Van de Woestijne nog onder handen had; de gedichten in de laatste afdelingen van de De boom-gaard der vogelen en der vruchten (‘Vier idyllische gedichten’, ‘Twee epigrammatische gedichten’, en de ‘Vroegere gedichten’ bestaande uit drie gedichten met als reekstitel ‘Zang om de lente’ en het epische fragment ‘Kronos’) waren alle al eerder gepubliceerd.
prepostterug  begin  verder