Waarde Heer.
Ik schrijf aan Veen het volgende:
‘G.H. Ik wil dan gaarne 10 expl. op Hollandsch en 3 expl. op Japansch papier van “Het Vader-Huis” tegen 50 frank ontvangen, mits het afgesproken blijft dat U de overige exemplaren privé voor U houdt, en ze dus geheel uit den handel blijven. Gij zult

Karel van de Woestijne met zijn verloofde Mariette van Hende, 1903-1904. (Collectie Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, Antwerpen.)
dus zoo vriendelijk zijn ze niet meer aan te kondigen als tot uw fonds behoorend.
Met de hoop dat dit ook met Uwe bedoeling strookt en dat U me dit wel bevestigen wilt, heb ik de eer te zijn, met hoogachting,
Uw dw. dr.’1
Ziezoo. Ik hoop wel dat Veen daarin toe zal stemmen. Zijn antwoord deel ik U bij ontvangst onmiddelijk meê.
De proefpagina vind ik heel gelukkig. Ik geloof wel dat we aldus tot een nobel geheel komen. Zéker kan dat ‘ren’ van ‘geboren’ in de margina inschieten,2 en laat zich het vers ‘Mijn hart!...’ aan wit wel wat inkrimpen, zoodat het op éene lijn komt.3 Bij het drukken van ‘Het Vader-huis’ bij de Praetere, hebben we voor gelijke typographische bezwaren gestaan, die we dan ook - al zijn de letterzetters op dat stuk niet altijd mak - op de zelfde wijze hebben opgelost. Bij het proeflezen bezorg ik dat dan wel.
Het portret laten we dan maar weg: ik ben er heelemaal niet op gesteld het in den bundel opgenomen te zien. Wil dus zoo vriendelijk zijn het me terug te sturen.4
We kunnen dus met het drukken beginnen, niet waar? Op het eerste vel, eerste proeve, schikken we dan definitief het geheele uitzicht van het boek.
In afwachting dus, en met vriendelijkste groeten
Uw d.w. dr.
Karel van de Woestijne