1Veen had op 8 maart aan Van de Woestijne geschreven enkele exemplaren van
Het vader-huis te willen houden voor privé-gebruik (vgl. brief 20, noot 1). Op 14 maart schreef hij hem echter: ‘Het spijt mij dat ik aan uw verzoek niet tan voldoen want zoolang ik nog ex heb komen ze in mijn catalogus voor. Wenscht gij ze dus daaruit te hebben dan moet gij ze allen koopen en de prijs is heusch niet hoog want die paar ex gaan wel weg op den gewonen weg. Ik hoor dus of u ze wilt hebben of niet.’ (Letterkundig Museum, Den Haag.)