terug  begin  verderprepost

40 Sint-Martens-Latem, juli 1905

Waarde Heer!

Ja, ditmaal, en tot mijn groot spijt, lag alles aan mij. Maar hoe tegen mijn wil! Ik ben namelijk geruimen tijd ziek geweest aan de hooikoortsen, die me om Juni-Juli ieder jaar overvallen. En dan is men voor een heel tijdje belet te doen wat men zou willen, - waar men, overigens, volkomen willoos is. En dan moeten uwe naastbestaan-

[p. 45]

den het bekoopen, - en ook de bundel die verschijnen moet.

Nu, genezen, heb ik heden rechtstreeks naar Thieme de laatste proeven en al het noodige opgestuurd, en kunnen we verder. Over veertien dagen kunnen we dus geheel klaar zijn, als Thieme meê-wil. Het komt er overigens niet op aan, als we een beetje later verschijnen, niet waar?

Over de ‘Dubbelzinnige Verhalen’ schrijf ik U later. Mijn ziek-zijn heeft me gedwongen een heeleboel zaken aan kant te leggen, die ik nu in orde breng. Het zal wel mogelijk zijn, meen ik, er einde dit jaar, om Kerst-dag, meê te verschijnen.1

Ik blijf intusschen, met vriendelijkste groeten

Uw d.w. dr.

Karel van de Woestijne

1De hier opnieuw in het vooruitzicht gestelde bundel Dubbelzinnige verhalen, later getiteld Janus met het dubbele voor-hoofd, verscheen pas in 1908.
prepostterug  begin  verder