Waarde Heer,
Zeer overspannen, ga ik voor enkelen tijd naar de zee uitrusten. Ik denk Maandag of Dinsdag te vertrekken.
Nu wilde ik U vragen of U mij vóor dien tijd het honorarium van mijne bijdrage in aanstaande September-aflevering van ‘Vlaanderen’, die negen bladzijden beslaat, zoudt willen afsturen.1 Voor U is dat een verschil van enkele dagen maar, en mij spaart het moeite.
Ik hoop dat ik op Uwe gewone dienstvaardigheid mag rekenen, dank U bij voorbaat van harte, en verblijf, met vriendelijke groete,
Uw dw. dr.
Karel van de Woestijne
Sinte Martens-Laethem aan de Leie, 24 Aug. 1905.