terug  begin  verderprepost

45 Sint-Martens-Latem, 28 oktober 1905

Waarde Heer,

Daareven heb ik de twee pakken ontvangen. Vandaag nog stuur ik alles op.1.

De ingebonden ex. zijn werkelijk heel mooi, heel voornaam: heelemaal zooals ik gedroomd had. Hartelijk dank.2

Iets anders. Ik moest in November-aflevering van ‘Vlaanderen’ een prozastuk hebben ‘de Zwijnen van Kirkè’, waar de proeven verbeterd van zijn en dat 14 bdz. beslaat. Ik rekende op het honorarium van dat stuk om een rekening te betalen die aanvang-November vervalt: een overschotje nog van de ziekte van mijn vrouw... Nu beslist Vermeylen dat het stuk eerst in December verschijnt, en... ik zit werkelijk verlegen.3 - Zou het al te vrijmoedig zijn, U te verzoeken mij tháns het bedrag van dat honorarium te betalen? Gij zoudt me een grooten dienst bewijzen, waar ik U heel dankbaar om zijn zou. - Ik schaam me werkelijk U nogmaals lastig te vallen. Geloof echter dat het voor mij al even lastig als voor U is...

Aanvaard, met mijn grooten dank bij voorbaat, de uitdrukking van mijne hartelijkste gevoelens.

Uw d.w. dr.

Karel van de Woestijne

 

28 Oct. 05.

[p. 52]


illustratie
Karel van de Woestijne, ca. 1908. (Foto Firmin van Hecke; collectie Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, Antwerpen.)

1Van de Woestijne ontving nu ook de gebonden exemplaren van Verzen. Hij zou zorg dragen voor de verzending van recensie-exemplaren aan de Vlaamse bladen en aan het ministerie. (Zie brief 43.)
2Wellicht bedankt Van de Woestijne niet alleen voor de handelsversie van de gebonden exemplaren van Verzen: ten minste twee exemplaren waren gedrukt op Hollands papier. (Zie brief 43, noot 2 en brief 44; zie ook cat. tent. Karel van de Woestijne 1878-1929, Brussel (Koninklijke Bibliotheek Albert I) 16 juli-22 augustus 1979, p. 64.)
3‘De zwijnen van Kirkè’, in Vlaanderen 3 (1905) 12 (december), p. 521-534. Het honorarium voor deze veertien bladzijden omvattende bijdrage bedroeg B.Frs. 73,50.
prepostterug  begin  verder