terug  begin  verderprepost

47 Sint-Martens-Latem, 7 november 1905

7 November 05.

 

Waarde Heer.

Dank voor het toegezegde geld.1 Het helpt me uit de verlegenheid. Geloof dat U me zeer aan U verplicht...

Ja, we pakken ‘Vlaanderen’ met nieuwen moed aan, en het zal aan míj niet liggen als het ditmaal niet meê moest willen. Gelijk wij het thans inrichten willen verwezenlijkt het een droom die ik sedert lang koester.2 Geen wonder dan dat ik als secre-

[p. 56]

taris de zaak ernstig opneem, en mijn best doe dat het goed ga. - Het Januari-nr zal wel het beste van ‘Vlaanderen’ zijn, sedert zijn ontstaan. Reeds heb ik enkele bijdragen in mijn bezit. Andere, belangrijke, zijn uitdrukkelijk toegezegd. U zult zien: het tijdschrift wordt een ‘levend’ ding.

Van Deyssel zal ook meêwerken, maar... er is een geldelijk bezwaar, dat U duidelijk wordt uit hierbij-gaande briefkaart van hem.3 't Ware jammer dat we in ons eerste nr iets van hem ontberen moesten. Wij laten dit echter aan U over... Mag ik ook hierover een woordje verwachten? De briefkaart van v. Deyssel is van 30 October reeds...

Met vriendelijkste groeten en herhaalden dank

Uw

Karel van de Woestijne4

1Van de Woestijne had voor zijn bijdrage in het decembernummer vooruitbetaling van het honorarium gevraagd. (Zie brief 45, noot 3.)
2Op 30 oktober 1905 schreef Van de Woestijne aan Lode Ontrop: ‘eerst zie ik een droom voor langen tijd verwezenlijkt: een tijdschrift dat het gansche Vlaamsche leven omvatten en uitbeelden zou, geredigeerd door bevoegde geesten [...]. Vlaanderen gaat dan eindelijk een tijdschrift hebben dat eene echte “revue”, een echt tijdsbeeld zal zijn’. (Karel van de Woestijne, Brieven aan Lode Ontrop (ed. Anne Marie Musschoot), Gent 1985, p. 164.)
3Van Deyssel vroeg waarschijnlijk ƒ25,- voor zijn bijdrage; zijn briefkaart hebben wij niet gevonden. (Zie brief 49.)
4In de marge van de brief staan enkele berekeningen van Van Dishoeck, vermoedelijk verband houdende met Vlaanderen.
prepostterug  begin  verder