Waarde Heer.
Hierbij de tekst voor het kleine prospectus, te voegen bij het December- en Januarinummer van ‘Vlaanderen’, zooals we 't gisteren samen met de vrienden op de redactie-vergadering samenstelden.1 Het zal goed zijn, meen ik, er eenige exemplaren ter verspreiding aan de Vlaamsche boekhandelaars te sturen. Ook de redactie wil er wel eenige ontvangen, liefst onder band,2 voor 't verspreiden onder meêwerkers en bekenden. Dat brengt allicht eenige abonnés meê.
Ik ben werkelijk-blij teruggekeerd van de redactie-vergadering van gisteren: er is nieuw leven onder de leden, ik voel het, en ik ben overtuigd dat het ditmaal, systematisch ingericht, wel heel goed gaan zal. Het eerste nr hoop ik prachtig te maken als inhoud. Het zal misschien 56 bdz. moeten bevatten, maar dat half vel druks méer verliezen we dan wel in den loop van het jaar. Is het U goed?3
Ik sprak van den inhoud van nummer I: ik ontving reeds van Van Deyssel een opstel, zóo onverwacht-goed, vooral met het oog op de verspreiding van het tijdschrift, dat niemand het beter had kunnen doen. Het is tevens uitmuntend-literair. In éen woord: een echt openings-artikel, waar we allen zeer blijde meê zijn.4 - Dáarom meent de redactie, en geeft ze U in bedenking, of het niet goed ware aan de vraag van L. van Deyssel te voldoen, en hem dus een honorarium van fl. 2,50 per bdz. te betalen, met het minimum per bijdrage van 25 gulden. Daargelaten nog dat zijn stuk nu juist zoo buitengemeen-geschikt is als propaganda voor het tijdschrift en de Vlaamsche schrijvers, moesten we toch in bedenking nemen dat hij door ons uitgenoodigd is tot meêwerking, en dat hij daar heel bereidwillig heeft in toegestemd.5
Nog iets ánders wilde U 't meerendeel der redactie-leden voorstellen: namelijk, dat tot bij het januari-nummer hun het oude honorarium van 5,25 F zou worden betaald. Ik ben dus hier hun tolk bij U, dat ze de nieuwe honoreer-voorwaarden liefst met 1906 zagen aanvangen. Daar dit overeenkomt met het voorstel dat ge me zelf vóor eenige dagen deedt, vertrouw ik er in dat gij mijne mederedacteuren wel wilt voldoening geven.6
Ik ontving gisteren het nieuw pak boeken. Een deel ervan werd reeds naar de bevoegde redacteurs gestuurd. - Ik wilde U vragen mij, zoodra ontvangen, de aangevraagde recensie-ex. te willen laten geworden.
Intusschen blijf ik, met mijne hartelijkste groeten,
Uw
Karel van de Woestijne

