Waarde Heer!
Neem me niet kwalijk dat ik U enkele dagen op antwoord heb laten wachten. Reden daarvan is, dat ik iederen morgen hier uit Laethem, om 6 uur, door duisternis en mist naar Gent moet, voor de zaak (einde van 't jaar!), en slechts 's avonds om zeven uur weêr thuis ben. Dan heb ik het nog heel druk met ‘Vlaanderen’: de meêwerkers belóven, men wacht tot op 't laatste oogenblik, en dan komen ze af... met leêge handen. Slotsom: ik mag het zelf doen!...1 Maar ik mag niet klagen, waar het de goede zaak geldt. - Intusschen is nr I geheel klaar. Maar wilt U niet eens op de teenen trappen van Thieme? De drukproeven komen me heel traag toe.
Nu antwoord ik U ook methodisch op Uwe twee brieven:
Op deze van 15den dezer:
I Ik heb aan een heele boel menschen - ook aan de redacteuren, - geschreven voor de opgave van 'tgeen ze hopen te plaatsen in ‘Vlaanderen’, dit jaar.
Ik heb vooralsnog slechts antwoord van:
Karel van de Woestijne: Don Juan sentimenteel. De eeuwige Samen-spraak. - Verzen - Het proza van Guido Gezelle. - De vraag der inspiratie. Het Vers. - Literaire Kronieken.2
L. Ontrop. Het muziek-drama en Glück. Muziekale Kronieken.3
Fr. Verschoren. Droeve dagen. Op den Velodrôme.4
Fritz Sano. Wetenschappelijke opstellen en Kronieken.5
C. Eeckels: gedichten.6

en... 't is al. Zoodra ik meer weet, laat ik het u kennen. Misschien ware goed, in den loop van Januari, na 't eerste nr, zoo'n lijstje te verspreiden.7
II Ik vind dat geel papier wel goed voor 't omslag. Donker-blauw of donker-groen (liefst blauw) zal er mooi op staan.8
III Laat liefst maar de ‘XXe Eeuw’ voortaan aan mij geworden. Ik stuur het dan wel aan de vrienden door. Ik heb het immers noodig voor de rubriek ‘Tijdschriften’ die 'k op mij heb. Krijgen we ‘groot-Nederland’ niet? En de Vlaamsche tijdschriften? - Hierbij gaat, dies-aangaande, een brief van het ‘Hooger Onderwijs voor 't Volk’.9 'k Geloof dat het goed ware, daar op in te gaan: die groepeering is heel interessant, en maakt veel propaganda.
Uw brief nu van gisteren.
I Vandaag of morgen ontvangt u alles wat van de ‘Dubbelzinnige verhalen’ klaar is. Dit is: Romeo of de Minnaar der Liefde, De vrouw van Kandaules, De zwijnen van Kirkè, drie gevoelerige parabels. Een ander stuk, ‘Blauwbaard of het Zuivere Inzicht’, verschijnt in Februari in ‘Groot-Nederland’. Komen over een maand of twee klaar: ‘Christophorus’, ‘Don Juan Sentimenteel’ en ‘de Eeuwige Samenspraak’.10 Einde Maart hebt ge alles in handen.
Titel (veranderd, met uw goedvinden) en inhoud zijn als volgt:
Janus met het dubbele Voor-hoofd.
Voorwoord (een paar bladzijden)
| 1. | Romeo of de Minnaar der Liefde. | |
| 2. | De Vrouw van Kandaules. | |
| 3. | De Zwijnen van Kirkè. | |
| 4. | Blauw-baard of het zuivere Inzicht. | |
| 5. | Don Juan Sentimenteel. | |
| {Binnen-huis | ||
| 6. | Drie gevoelerige parabels. | {Verwachting |
| {Zondag-namiddag. | ||
| 7. | Christophorus. | |
| 8. | De eeuwige Samen-spraak. |
Ik geloof wel dat ik liefst nog had: formaat en letter van ‘Geertje’, maar langs onder
meer wit: de tekst op de bladzij wat vierkanter dus.11 Dit is nog te bespreken, later, en dat krijgen we dan wel klaar met den drukker.
Wilt U niet eens een proef laten zetten? Dan zouden we ook kunnen uitrekenen hoe dik het boek wordt. Een mooi formaat is ook dat der ‘Moderne Sprookjes’ van O. Wilde (Baarn-Hollandia).12 Ik zorg zelf voor een omslag-teekening.13
Intusschen dank ik U, dat U met het boek een aanvang maken wilt, en ook aangaande de meêdeeling over de ‘Zwijnen’. De Bom zei me ook al dat het een succes was.14 ‘De Vrouw van Kandaules’ werd ook vroeger heel goed bevonden. Laat ons hopen dat we daar een goed boek aan hebben.
II Ik ben heel blij dat de advertenties al iets hebben opgeleverd.15 Voor 'tgeen de Vlaamsche bladen aangaan: ik maak Uwe vraag aan Vermeylen over, die daar goed op de hoogte van is.16
III Gaarne belast ik mij met het zenden van 1e nummers aan Vlaamsche tijdschriften en couranten; wil er me dan de noodige van sturen.
IV Míj kan het niks schelen, of mijn naam, ja of niet, op dien titel staat: 't voornaamste is toch, dat ik heb meêgewerkt. Ik persoonlijk vind het dus niet noodig er nieuwe te laten drukken, tenzij de Meyere er absoluut aan hechtte!17
V Tot slot: een goed nieuwtje. Mijn vriend, Prof. Scharpé, heeft mijn boek van het ministerie ter beoordeeling ontvangen. Hij is me komen bezoeken, en heeft me zijn advies erover getoond. Het kan niet gunstiger.18 Zoodat we ons weldra aan eene goede bestelling mogen verwachten.
Intusschen, met vriendelijkste groeten, Uw
dw. dr.
Karel van de Woestijne
20 Dec. 1905