terug  begin  verderprepost

50 Sint-Martens-Latem, 20 december 1905

Waarde Heer!

Neem me niet kwalijk dat ik U enkele dagen op antwoord heb laten wachten. Reden daarvan is, dat ik iederen morgen hier uit Laethem, om 6 uur, door duisternis en mist naar Gent moet, voor de zaak (einde van 't jaar!), en slechts 's avonds om zeven uur weêr thuis ben. Dan heb ik het nog heel druk met ‘Vlaanderen’: de meêwerkers belóven, men wacht tot op 't laatste oogenblik, en dan komen ze af... met leêge handen. Slotsom: ik mag het zelf doen!...1 Maar ik mag niet klagen, waar het de goede zaak geldt. - Intusschen is nr I geheel klaar. Maar wilt U niet eens op de teenen trappen van Thieme? De drukproeven komen me heel traag toe.

Nu antwoord ik U ook methodisch op Uwe twee brieven:

Op deze van 15den dezer:

I Ik heb aan een heele boel menschen - ook aan de redacteuren, - geschreven voor de opgave van 'tgeen ze hopen te plaatsen in ‘Vlaanderen’, dit jaar.

Ik heb vooralsnog slechts antwoord van:

Karel van de Woestijne: Don Juan sentimenteel. De eeuwige Samen-spraak. - Verzen - Het proza van Guido Gezelle. - De vraag der inspiratie. Het Vers. - Literaire Kronieken.2

L. Ontrop. Het muziek-drama en Glück. Muziekale Kronieken.3

Fr. Verschoren. Droeve dagen. Op den Velodrôme.4

Fritz Sano. Wetenschappelijke opstellen en Kronieken.5

C. Eeckels: gedichten.6

[p. 60]


illustratie
Verzen. Het vader-huis; De boom-gaard der vogelen en der vruchten; Vroegere gedichten, 1905

[p. 61]

en... 't is al. Zoodra ik meer weet, laat ik het u kennen. Misschien ware goed, in den loop van Januari, na 't eerste nr, zoo'n lijstje te verspreiden.7

II Ik vind dat geel papier wel goed voor 't omslag. Donker-blauw of donker-groen (liefst blauw) zal er mooi op staan.8

III Laat liefst maar de ‘XXe Eeuw’ voortaan aan mij geworden. Ik stuur het dan wel aan de vrienden door. Ik heb het immers noodig voor de rubriek ‘Tijdschriften’ die 'k op mij heb. Krijgen we ‘groot-Nederland’ niet? En de Vlaamsche tijdschriften? - Hierbij gaat, dies-aangaande, een brief van het ‘Hooger Onderwijs voor 't Volk’.9 'k Geloof dat het goed ware, daar op in te gaan: die groepeering is heel interessant, en maakt veel propaganda.

Uw brief nu van gisteren.

I Vandaag of morgen ontvangt u alles wat van de ‘Dubbelzinnige verhalen’ klaar is. Dit is: Romeo of de Minnaar der Liefde, De vrouw van Kandaules, De zwijnen van Kirkè, drie gevoelerige parabels. Een ander stuk, ‘Blauwbaard of het Zuivere Inzicht’, verschijnt in Februari in ‘Groot-Nederland’. Komen over een maand of twee klaar: ‘Christophorus’, ‘Don Juan Sentimenteel’ en ‘de Eeuwige Samenspraak’.10 Einde Maart hebt ge alles in handen.

Titel (veranderd, met uw goedvinden) en inhoud zijn als volgt:

 

Janus met het dubbele Voor-hoofd.

 

Voorwoord (een paar bladzijden)

1. Romeo of de Minnaar der Liefde.  
2. De Vrouw van Kandaules.  
3. De Zwijnen van Kirkè.  
4. Blauw-baard of het zuivere Inzicht.  
5. Don Juan Sentimenteel.  
    {Binnen-huis
6. Drie gevoelerige parabels. {Verwachting
    {Zondag-namiddag.
7. Christophorus.  
8. De eeuwige Samen-spraak.  

Ik geloof wel dat ik liefst nog had: formaat en letter van ‘Geertje’, maar langs onder

[p. 62]

meer wit: de tekst op de bladzij wat vierkanter dus.11 Dit is nog te bespreken, later, en dat krijgen we dan wel klaar met den drukker.

Wilt U niet eens een proef laten zetten? Dan zouden we ook kunnen uitrekenen hoe dik het boek wordt. Een mooi formaat is ook dat der ‘Moderne Sprookjes’ van O. Wilde (Baarn-Hollandia).12 Ik zorg zelf voor een omslag-teekening.13

Intusschen dank ik U, dat U met het boek een aanvang maken wilt, en ook aangaande de meêdeeling over de ‘Zwijnen’. De Bom zei me ook al dat het een succes was.14 ‘De Vrouw van Kandaules’ werd ook vroeger heel goed bevonden. Laat ons hopen dat we daar een goed boek aan hebben.

II Ik ben heel blij dat de advertenties al iets hebben opgeleverd.15 Voor 'tgeen de Vlaamsche bladen aangaan: ik maak Uwe vraag aan Vermeylen over, die daar goed op de hoogte van is.16

III Gaarne belast ik mij met het zenden van 1e nummers aan Vlaamsche tijdschriften en couranten; wil er me dan de noodige van sturen.

IV Míj kan het niks schelen, of mijn naam, ja of niet, op dien titel staat: 't voornaamste is toch, dat ik heb meêgewerkt. Ik persoonlijk vind het dus niet noodig er nieuwe te laten drukken, tenzij de Meyere er absoluut aan hechtte!17

V Tot slot: een goed nieuwtje. Mijn vriend, Prof. Scharpé, heeft mijn boek van het ministerie ter beoordeeling ontvangen. Hij is me komen bezoeken, en heeft me zijn advies erover getoond. Het kan niet gunstiger.18 Zoodat we ons weldra aan eene goede bestelling mogen verwachten.

Intusschen, met vriendelijkste groeten, Uw

dw. dr.

Karel van de Woestijne

 

20 Dec. 1905

1In het januarinummer van 1906 stonden drie bijdragen van Van de Woestijne: ‘Kleine ode aan Constant Eeckels’ (p. 22-23), ‘De gedichten’ (besprekingsartikel, p. 46-48), ‘Tooneel’ (besprekingsartikel, p, 49-51); het anoniem verschenen overzicht ‘De december-tijdschriften’ (p. 58-60) was vermoedelijk ook van zijn hand.
2Gedichten van Van de Woestijne verschenen in Vlaanderen in januari, mei, juni, september en oktober 1906; ‘Literaire Kronieken’ in de vorm van recensies verschenen maandelijks behalve in februari en november; ‘Don Juan sentimenteel’ en ‘De eeuwige samen-spraak’ zijn niet verschenen; de overige bijdragen van Van de Woestijne zijn niet (of niet onder genoemde titels) verschenen.
3Lodewijk Ontrop (1875-1941), onder meer componist en essayist, was sinds 1896 bevriend met Van de Woestijne. Van de Woestijne had Ontrop op 30 oktober en nogmaals op 13 november 1905 gevraagd in Vlaanderen een rubriek over muziek te schrijven (vgl. Karel van de Woestijne, Brieven aan Lode Ontrop (ed. Anne Marie Musschoot), Gent 1985, p. 163-165). Een bijdrage van Ontrop met de titel ‘Het muziek-drama en Glück’ is niet verschenen; wel verscheen van Ontrop in Vlaanderen in januari de eenmalige muziekkroniek ‘Lucifer en “de oorlog”’.
4Van Frans Verschoren (1874-1951) verscheen in Vlaanderen in april 1906 ‘Grijze dagen’ en in december 1906 ‘Karossen!’; een bijdrage met de titel ‘Op den velodrôme’ is niet verschenen.
5Van de arts Frits Sano (1871-1946) verscheen één opstel in Vlaanderen, in januari 1906.
6Constant Eeckels (1879-1955), een goede vriend van Van de Woestijne, publiceerde in 1906 gedichten in Vlaanderen in februari, maart, juni, oktober en november.
7In het prospectus voor Vlaanderen 1906 werd een overzicht opgenomen van de te verschijnen bijdragen.
8Zie brief 46, noot 5.
9Deze brief is niet aangetroffen. Het maandelijks verschijnende blad Mededeelingen van de Afdeeling Hooger Onderwijs voor het Volk was een uitgave van de ‘Antwerpsche tak van het Algemeen Nederlandsch Verbond’. Dit verbond zette zich onder meer in voor de vernederlandsing van het hoger onderwijs in Vlaanderen, een zaak waarvoor ook in Vlaanderen werd geijverd.
10‘Christophorus’ verscheen in Groot Nederland 6 (1908) 2 (februari), p. 129-145 en 3 (maart), p. 329-363. Het verhaal is in het tijdschrift opgedragen ‘Aan mijn broeder Gustaaf’; onder het slot staat: ‘Uitkerke-Laethem, Sept.- Oct. 1907’.
11Geertje van Joh. de Meester was in 1905 bij Van Dishoeck verschenen; de bandversiering van de twee delen was van de hand van Herman Teirlinck.
12Oscar Wildes Moderne sprookjes was in een vertaling van Marie van Oosterzee in 1905 bij uitgeverij Hollandia te Baarn & Amsterdam verschenen. Het boek had een kwarto-formaat.
13De omslagtekening zou door Gustave van de Woestijne worden ontworpen.
14Van Dishoeck had zich waarschijnlijk lovend over ‘De zwijnen van Kirkè’ uitgelaten of de waardering van derden overgebracht
15Onder andere in het eerste nummer van 1906 van De Gids en van het Nieuwsblad voor den Boekhandel verscheen een advertentie voor Vlaanderen.
16Van Dishoeck had waarschijnlijk gevraagd in welke Vlaamse kranten en tijdschriften hij het beste voor Vlaanderen kon adverteren.
17Vgl. brief 46, noot 4.
18Lodewijk Scharpé (1869-1935), hoogleraar in de Duitse en Nederlandse filologie te Leuven en redacteur van Dietsche Warande & Belfort, adviseerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar Onderwijs. (Zie ook brief 41, noot 2.)
prepostterug  begin  verder