terug  begin  verderprepost
[p. 69]

56 Sint-Martens-Latem, 3 februari 1906

Waarde Heer van Dishoeck.

Ik stuur U hierbij de vijf eerste vellen van ‘Janus’ pers-klaar terug. Wilt U ze echter nogmaals overlezen, vóor ze naar de drukkerij gaan? Hier en daar mocht me soms nog iets ontgaan zijn...

U hebt toch de omslag-teekening ontvangen? - Tot heden had ik nog geen bericht hierover.

Dat ‘Vlaanderen’ een dag te laat komt, ligt aan Thieme. Verbeeld U dat hij de laatste proef van 't eerste vel ervan, dat ik nog herlezen moest, in plaats van aan mijn adres gestuurd had aan 't adres: Herman Teirlinck, te Sinte Martens-Laethem. Nu is dat pakje gegaan, eerst naar boer Teirlinck van Laethem, dan naar boer Teirlinck van Deurle, dan naar drie-vier Teirlinck's in Gent (waarom moet Herman nu ook zoo'n populairen naam hebben?) totdat het, terug te Deurle - dat St Martens Laethem bedient -, in de scheurmand ging gaan of terug-gestuurd worden naar Nijmegen, - als de brievenbesteller den inval kreeg, langs binnen in het pakje te zien, mijn naam op de revisieproef zag, en mij aldus het ding bracht, na een omreisje van drie-vier dagen...

Me dunkt dat Thieme zulke vergissingen moest achterlaten... Te meer dat het dan viermaal meer kost om alles per express terug te sturen...

 

Ik wilde U over iets gansch anders raadplegen, wetend dat gij me goeden raad geven zult.

Ik zit, met den aanvang van het jaar en ten gevolge van de ziekte mijner vrouw, in groote geldverlegenheid. Na de apothekers betaald te hebben (die honderden franken meêdroegen) heb ik de geneesheeren nog: iets als drie-duizend frank, - geen kleinigheid dus! - te betalen.

Toen ik nu naar middelen uitzag om daarin ten spoedigste te verhelpen, raadde de Bom - een vertrouwd vriend van mij - me aan, eene omreis te doen door Holland, en er mijn verzen en uit ‘Janus’ vóor te lezen. Dat zou me allicht (en Herman Robbers, die het ook heel goed vindt dat ik naar Holland gaan zou, deelt zijne meening)1 een 1000 frank opbrengen: eene mooie verlichting reeds. Nu wist ik wel dat het met Teirlinck slecht vergaan was, - maar dit was te wijten, weet ik ook, aan slechte organisatie, waar M. Boogaert heel wat geld aan verloren heeft. Met Streuvels daarentegen is het wel meê gevallen.2 Nu heb ik, zegt de Bom mij, in Holland een goeden naam gekregen; en telkens dat ik hier in Vlaanderen vóorlas (te Antwerpen o.a.) had ik veel succes.

[p. 70]

Nu wilde ik U vragen: wat dunkt U van het ontwerp? En hoe leg ik het aan boord om het te doen slagen? - De pers in Holland zou ik zeker meê hebben: de Bom, correspondent van de N. Rott. Ct., zou daar wel voor zorgen. En voor den verkoop mijner boeken zou het ook wel goed zijn, niet waar...

Ik deel U dit alles in vertrouwen meê, en niet zonder eenigen tegen-zin dat ik zooveel menschen in zulke intieme zaken mengen moet. Maar als men voor zúlke moeilijkheden staat... En dan nu nog zulke dringende...

Ik vertrouw erin dat U me hier-aangaand een woordje schrijven wilt, en me eenigszins den weg wijst die ik te volgen heb om het ding te doen slagen. U zoudt me een grooten dienst bewijzen...

Intusschen, met dank bij voorbaat en de hartelijkste groeten

Uw d.w. en genegen

Karel van de Woestijne.

 

Nog een verzoek: wilt U zoo vriendelijk zijn me den tekst of eene spoedige drukproef van de ‘drie gevoelerige parabels’ uit ‘Janus’ te laten geworden? Ik zou ze, in afwachting dat het boek verschijnt, plaatsen als Feuilleton in de N. Rott. C.,3 op aanraden van de Bom en met goedkeuring van J. de Meester.4

1Herman Robbers (1868-1937), die bevriend was met Van de Woestijne en een van de oprichters van de Nederlandsche Vereeniging voor Letterkundigen, was redacteur van Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift.
2De jonge Rotterdamse uitgever Meindert Boogaerdt jr. (de uitgeverij bestond van 1904 tot 1912) had van 10 tot 27 oktober 1904 voor Teirlinck een serie lezingen in Nederland georganiseerd in tien steden. Teirlinck ontving ƒ2000 als voorschot. Boogaerdt zou de teksten van de voorlezingen uitgeven. Uit een brief van Teirlinck van 31 maart 1904 aan Van Dishoeck blijkt dat dit groot ongenoegen veroorzaakte bij Van Dishoeck, bij wie Teirlinck als auteur onder contract stond. (Letterkundig Museum, Den Haag; zie tevens De geschiedenis van het tijdschrift Vlaanderen. Brieven en documenten (ed. G.H. 's-Gravesande), Brussel [enz.][1962], p. 58.)
Boogaerdt gaf later meerdere boeken uit van Vlamingen, onder andere Teirlincks De doolage (1908) en De kroonluchter (1910) en Stijn Streuvels' Openlucht (1908) en Stille avonden (1908). Teirlincks tournee was kennelijk geen succes geweest. Het is ons niet bekend wanneer Streuvels lezingen in Nederland had gehouden.
3‘Binnen-huis’, ‘Verwachting’ en ‘Zondag-middag’ zijn niet als feuilleton in de Nieuwe Rotterdamsche Courant verschenen.
4Johan de Meester (1860-1931) was redacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant.
prepostterug  begin  verder